13 april 2013

De Kwadijker molengang - 3 -

Met een beetje noeste arbeid heb ik de verkeerd draaiende molens kunnen repareren. Ook draaien de wieken niet meer dwars door de bodem heen. Dat krijg je ervan als je een computer gebruikt en het resultaat niet goed vergelijkt met de werkelijkheid. Hier nog een keertje de molengang in vogelvlucht, gezien op een vroege ochtend in augustus.



En als je gewoon op de grond ging staan, zag het er als volgt uit:



Okee, en dan nog eentje met drie van de vier molens keurig achter elkaar. Bekeken vanaf de Kwadijkerweg.



Graven in Waalse fiches

Op FamilySearch is een nieuwe pluk scans (meer dan 1,3 miljoen stuks) geplaatst. Het gaat om de zogeheten Waalse fiches, een kaartsysteem dat als index dient voor de DTB's van de Waalse kerken. Het gaat daarbij om protestanten die het dringende advies hadden gekregen om Frankrijk te verlaten. Berucht was de intrekking van het Edict van Nantes.
De Franse koning Henri IV vaardigde in 1598 het Edict van Nantes uit, waarin hij de Hugenoten een zekere mate van godsdienstvrijheid gaf. De protestanten kregen daarmee rechten in een land waar de mensen voornamelijk katholiek waren. Dat ging goed tot 1685, toen koning Louis XIV - bijgenaamd de Zonnekoning - het Edict van zijn voorganger herriep. De rechten van de protestanten werden ingetrokken en ze moesten zich van alles laten welgevallen. Bijvoorbeeld dat er 's avonds op de deur werd gebonsd door een troep soldaten, waarna de mededeling kwam "dat het niet veilig was". Het geschrokken gezin kreeg daarom "bescherming" van enkele soldaten. Tja, die moesten natuurlijk wel onderdak hebben, en drank, en voedsel en... Of de heer des huizes daar maar even voor wilde zorgen.

Vluchten naar het buitenland
Veel Hugenoten ontvluchtten de terreur en ze kwamen in groten getale in de Nederlanden terecht. Voor hun godsdienstoefening konden zij terecht bij de églises Wallonnes (de Waalse kerken of Walenkerken), de gereformeerde kerken waar de voertaal Frans was. De eerste van die kerken was in 1583 al gesticht door Franse vluchtelingen, zie de website van de Pieterskerk in Utrecht.
Van de doop-, trouw-, begraaf- en lidmatenboeken is een uitgebreid kaartsysteem gemaakt. Die index staat dus nu op internet en dat biedt de mogelijkheid om vanuit de luie stoel lekker te spitten in de historische gegevens. De kaartjes zijn eerst geordend op naam en daarna op datum. Bij de alfabetisering wordt gekeken naar het hoofdonderdeel van de naam, iemand die Du Jardin heet, vinden we dus onder de J.

Praktijkvoorbeeld
Ik heb de kaartjes achter elkaar bekeken en als er een bekende naam voorbijkwam, deze meteen genoteerd. Op die manier kwam ik een voor mij onbekend familielid tegen, en wel op dit kaartje:



Dit is de doop van Jean de Caux, zoon van Jacques de Caux en Madeleine le Bouvier, gedoopt op 16 juli 1702. Mooie vondst, gauw noteren, en weer verder bladeren. Een paar fiches verder kwam ik deze tegen:



Dit is de begraafinschrijving van Jean de Caux, op 8 septmeber 1704. Ik moet eigenlijk zeggen de begraafinschrijving van "een" Jean de Caux, want er staat verder geen informatie bij. Maar er zijn gelukkig meer bronnen beschikbaar, zoals de website van het Stadsarchief Amsterdam. Gauw daarheen en de naam Jean de Caux invoeren bij de begraafregisters voor 1811, met jaartal 1704. Met als resultaat: helemaal niets. Dan maar alleen zoeken op jaartal 1704 en achternaam beginnend met een C. Wat blijkt, de begraafinschrijving staat er best wel in, alleen is de achternaam geschreven als de Coux...



Hier dus geen naam van de overledene, maar wel de naam van de vader: Jaqus. Ik durf die twee bronnen wel met elkaar te combineren en heb de begrafenis van de ruim 2 jaar oude Jean genoteerd.

Update: En even verderop komt er een kaartje te voorschijn over een naturalisatie, involge het Edict van 18 juli 1709. Punt, meer niet. Wat zou dat dan weer zijn? Gelukkig brengt het Geheugen van Nederland uitkomst. Weer wat geleerd.

06 april 2013

De Kwadijker molengang - 2 -

Zoals ik al eerder schreef was een van mijn voorvaders molenaar in de Beemster. Hij werkte op de molens die bij Kwadijk stonden, een zogeheten viergang. De laatste van die molens is rond 1885 ontmanteld en waarschijnlijk verkocht als brandhout. Door de komst van stoomgemalen werden de molens overbodig. De gemalen zijn geïnstalleerd rond 1875 en de 5 jaar daarna heeft het polderbestuur de molens nog laten staan, als schaduwvoorziening. Omdat fotografie toen nog een luxeproduct was, werden er maar weinig foto's gemaakt en zeker niet van zoeites als een oude molen. Gevolg: de Kwadijker molengang is niet vereeuwigd. Er zijn maar twee foto's van Beemster molens (bij De Rijp) bewaard gebleven en één schildering, die hangt in het museum in De Rijp. Omdat ik toch wel een idee wilde hebben van de toenmalige situatie ben ik zelf maar aan het knutselen geslagen.
Gelukkig is er een kaart op schaal van de viergang, in 1832 gemaakt door het Kadaster. Die kaart is te zien op de website Watwaswaar en het ziet er zo uit:



En die kaart kan mooi dienen als een sjabloon om een 3D-model van de omgeving te maken. Dat ziet er dan uit zoals op de volgende plaat:



Hier is een draadmodel te zien van het hele model. Om het geheel een beetje aan te kleden zijn kleurtjes toegevoegd, zodat het gras groen is en de molens ook de vrolijke kleuren van de Beemster hebben. Die kleuren kloppen nog niet helemaal, maar in een volgende versie van het model pas ik dat nog aan. Het ziet er nu zo uit:



Het 3D-model van de bodem is nog niet naar mijn zin. Het model is gemaakt met Sketchup en daar zitten ook functies in om terreinen te maken. Met mooie glooiende hellingen en dergelijke. Helaas ben ik daar nog niet zo bedreven in, dus zijn sommige stukken van de dijk handmatig gevormd, met lelijke hoeken en knikken die soms net even te scherp zijn.



Op de plaat hierboven is de tijd ingesteld op laat in de middag, zodat de schaduwen de andere kant op wijzen. Sketchup biedt de mogelijkheid om zonlicht in een model aan te brengen, door de maand en de tijd van de dag in te stellen. Voorwaarde is wel, dat je het model goed oriënteert zodat het noorden van het model ook het noorden van de ontwerpruimte is. Zo niet, dan kan de zon plotseling in het noorden komen te staan en dat is een beetje vreemd. De voorgaande illustraties zijn van grote hoogte genomen, maar je kunt ook dichter bij de grond kijken:



Dit is het uitzicht dat je zou hebben gehad als je 140 jaar geleden bij de Kwadijkerbrug had gestaan, kijkend naar het noorden. Ik ben wel blij dat dit stukje van het werk nu klaar is, de volgende stap is het verfijnen van het model. En misschien breid ik het wel uit, als ik puf heb. In de tussentijd hou ik me aanbevolen voor tips, opmerkingen en dergelijke.

Het 3D-model is er gekomen dankzij tips en adviezen van:

Adriaan Mulder
Michiel Hooijberg van de website Poldersporen
Jenny Mulder van museum In 't Houten Huis in De Rijp
Erny van de Kleut van website de Beemsterbengel
De molenaar van de Schermer Museummolen
Leo Middelkoop van de Molendatabase

Update: Er is iets misgegaan met de constructie van de wieken van molen 1 en 3. Die blijken andersom te staan, waardoor de molen de verkeerde richtling uit lijkt te draaien. En alsof dat nog niet voldoende verkeerd was, bleken de wieken ook nog eens dwars door de bodem heen te draaien...



Ik ga dit zo snel mogelijk corrigeren, want de plaatjes moeten natuurlijk wel zo goed mogelijk de werkelijkheid weergeven. (Met wederom dank aan Adriaan Mulder).

24 maart 2013

Een puzzel bij wiewaswie

Ik lees alom dat website wiewaswie weer is begonnen met het plaatsen van stambomen van gebruikers. En dat het er zo mooi uitziet en dergelijke. Gauw even kijken natuurlijk en het duurt niet lang of de eerste puzzel dient zich al aan. Nou vooruit, buiten lijkt het alsof het winter is en een puzzel op een gure winteravond is leuk. Toch?
Oordeel zelf:



Ik zie dat meneer A met mevrouw B is getrouwd.
Dit echtpaar had een zoon C
Deze zoon trouwde met mevrouw D
Dat echtpaar had kinderen, waaronder zoon F
Maar mevrouw D trouwde ook met meneer E
En die staat in de stamboom eveneens als vader van zoon F

Kijk, dit kan dus niet. Er zijn voor zover ik dat kan bedenken enkele mogelijkheden om zo'n situatie te krijgen:
De maker van de stamboom heeft zijn gegevens door elkaar gehusseld, en bij www wordt daar geen controle op uitgevoerd, maar wordt gewoon het foute diagram getekend.
of:
De grafische software van www is onbetrouwbaar en zet zomaar lijntjes waar ze niet horen.
of:

Ik heb erop gepuzzeld en geef het nu op. Het lezertje mag zich nu bekwamen in het opstellen van een waterdichte verklaring.

14 maart 2013

Schrikken aan de leestafel

Klepperdeklep gaat de brievenbus en er ligt weer een tijdschrift op me te wachten. Deze keer is het Genealogie van het CBG en zoals altijd ziet dat er weer puik uit. Het jongste nummer van Gens Nostra van de NGV steekt er schril bij af. Zeer schril zelfs.



Niet alleen wat de vormgeving betreft, maar zeker qua inhoud. Waar het CBG er in slaagt om een aangename mix van artikelen voor zowel de beginnende als de gevorderde genealoog te brengen, is Gens Nostra meer een opsomming van allerlei overzichten. Taai, onaantrekkelijk vormgegeven en niet om doorheen te komen.
Vergelijk dat met Genealogie en je ziet een fleurige inhoud met mooie foto's, herkenbare rubrieken en hier en daar ook reclame voor eigen projecten zoals Wiewaswie. Dat hoef je niet te lezen als je niet wilt. Het is ook niet allemaal 100% mooi en goed wat er in Genealogie staat (zo laat een meneer Roel de Neve de begravenis (sic!) van Koningin Wilhelmina plaatsvinden in november 1962) maar de algemene indruk is zeer positief.
En bij Gens Nostra slaat de weegschaal precies naar de andere kant door. Een moeizame invulling van het blad, amateurkiekjes met kleurzwemen (het is nog net geen Lomography) en slecht kleurgebruik (vervagende vegen onderaan de pagina). Beslist geen genot om te lezen.

En dan denk je dat je alles al wel gezien hebt, komt er een mailtje binnen van diezelfde NGV, waaruit ik een kort citaat laat zien. Ze zoeken iemand die een jaarindex kan maken met daarin alle familienamen uit een jaargang van het blad:

De redactie geeft aan welke namen in welke index thuishoren en zoekt nu hulp bij het samenstellen van het register. De medewerker dient de namen met paginanummers in een bestand te krijgen, tot nu toe door achternaam en paginanummer over te typen. Het werk kan thuis geschieden, bij voorkeur in Word of Excel en vergt enkele uren per nummer per maand. Vereist is accuratesse.

Dit geloof je dus echt niet, hè? Accuratesse, overtypen? Heren toch, we leven in de 21ste eeuw en zo'n taak kan geheel automatisch worden gedaan door bijvoorbeeld het genoemde programma Word. O ja, 'inhoudsopgave' wordt het daar genoemd. Het volgende plaatje vond ik op internet en dat drukt precies mijn gedachten uit na het lezen van het mailtje.


24 februari 2013

De Kwadijker molengang

Wat een paar uurtjes onderzoek al niet voor leuke gegevens kan opleveren. Ik weet inmiddels dat de molen waar mijn voorvader op werkte geen watermolen wordt genoemd, maar poldermolen. Dit om inderdaad verwarring met een molen die wordt aangedreven door een waterrad te voorkomen.
Per molen kon een hoogteverschil van iets meer dan 1 meter worden overbrugd. Hoger kon een scheprad het water niet opstuwen. Om dus een groter hoogteverschil te overbruggen had je meer molens nodig. Deze werden in cascade gebouwd, waarbij steeds het water van de voorgaande molen een treetje hoger werd gebracht. Zo'n reeks samenwerkende molens heet een molengang en die bij Kwadijk (de moderne schrijfwijze van Quadijk) telde er vier.
Op een kadastrale kaart uit 1832 is dat heel mooi uitgetekend:



En die kaart is goed te gebruiken als een sjabloon voor een 3D computermodel. Eerst de vorm van het land er in brengen, compleet met alle hoogteverschillen en dan de vier molens er in zetten. O ja, die molens moeten natuurlijk ook nog even getekend worden... Het geheel aankleden met wat bomen en begroeiing en klaar. Tenminste dat is de simplistische voorstelling van zaken die ik nu zie. Ongetwijfeld kom ik wat moeilijkheidjes tegen tijdens het tekenwerk, maar dat zien we dan wel weer. En ik kan altijd de hulp van experts inroepen.

23 februari 2013

De molenaar van de Quadijkerbrug

Ik heb een paar molenaars in mijn voorfamilie, die hun geld verdienden met het malen van graan (Elburg) of het persen van oliehoudende zaden (Zaandam). Maar vandaag vond ik een nieuwe variant, namelijk de watermolen. Geen molen die op waterkracht loopt, met zo'n groot rad aan de zijkant, maar een molen die windkracht gebruikt om water weg te werken. Met die molen en een hele hoop andere is de Beemster drooggemalen en werd ervoor gezorgd dat het waterpeil niet te hoog kwam.
Hier is de ondertrouwakte uit 1661 van mijn voorvader Albert Ariaensz:



Hij was toen de "zoon van de molenaar" later volgde hij zijn vader op. De molen staat bij de Quadijkerbrug, ofwel de brug over de Ringvaart in de buurt van het dorp Kwadijk. Die molens, het waren er 4, staan er al lang niet meer. Hoe dat er vroeger heeft uitgezien staat op een kaart van de Beemster uit 1658:



De molen rechtsboven is de zogeheten ondermolen. Die schept het water vanuit de polder naar een sloot die wat hoger ligt. Dan komt de volgende molen aan bod (de rechter van het rijtje van 3). Daar gebeurt weer hetzelfde, water wordt een niveau hoger geschept door een groot rad. Het hele rijtje wordt zo afgewerkt, tot de meest linkse molen het water in de Ringvaart schept. Het mag primitief lijken, maar met dit soort molens werd 400 jaar geleden wel een meer met een oppervlak van 7200 hectaren droogelegd. De kaart is gemaakt door:



Daniël van Breen. De Universiteit van Amsterdam heeft een zeer fraaie scan van die kaart online staan.

Voor een beschrijving van het hele maalproces met de molens is een bezoekje aan de website van Poldermolens.nl een aanrader.

En kijk ook eens in het domein van Theo Bakker.

16 februari 2013

Even aandacht voor de Beemster - 2 -

Het onderzoek in de Beemster gaat verder naar de familie De Wit. De ouders van Jacob Gerritsz de Wit, Gerrit Jansz en Baafje Jans, trouwden in 1667 in de Beemster. Als aantekening bij het huwelijk staat: beijde wonende in de Diemer-meer.



De Diemermeer was de naam van de waterplas ten oosten van Amsterdam, die in 1629 is drooggemalen en toen als Watergraafsmeer door het leven ging. Deze polder is trouwens twee keer droogemalen, want een dijkdoorbraak in 1651 zorgde ervoor dat het hele gebied weer onder water kwam te staan. In 1675 was Gerrit de Wit hovenier in de Beemster en ik denk, dat hij in de Diemermeer hetzelfde deed. Hij zal waarschijnlijk een beplanting hebben uitgezocht die op brakke grond kon groeien. Bij de inpoldering van Flevoland is hetzelfde gedaan, eerst met riet en daarna met koolzaad. Riet bleek goed in staat om het zout uit de bodem te halen. Het riet werd later in brand gestoken, zodat er meststof ontstond. Dit overigens tot woede van mijn moeder, die net de was buiten had gehangen en daar een regen van verkoolde snippers op zag neerdalen. Wij woonden toen in Bussum, hemelsbreed zo'n 15 kilometer van de brandhaard.

Verschillende polders, gelijke indeling
Nederland kent een aantal polders, de meeste zijn drooggemaakt in de 17e eeuw. Het door bemaling ontstane nieuwe land werd rationeel ingedeeld, er hoefde geen rekening te worden gehouden met bestaande erfscheidingen, riviertjes of andere zaken. Het land kon, zo goed en zo kwaad als dat ging, worden verdeeld in rechthoekige stukken. Om te beginnen werd de nieuwe polder doorsneden door een weg, die het land in twee helften splitste. Die weg werd heel toepasselijk de middenweg genoemd. Als tweede werd een weg aangelegd die daar haaks op stond en die veelal de kruisweg heette. In de Beemster zag dat er zo uit (middenweg in rood, kruisweg in oranje), met de toevoeging dat de kruisende lijn de middensloot was:



De Purmer en Wormer volgden een soortgelijk patroon, hoewel de kruiswegen minder prominent of eigenlijk helemaal niet aanwezig waren:



De Watergraafsmeer volgde het patroon wel en vandaag de dag bestaat daar nog steeds de Middenweg en de Kruislaan. Hoewel een stukje van die Kruislaan nu is omgedoopt tot simpel Science Park. Daar staan de gebouwen van het oude Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer dat nu Sciencepark heet.



En dan de Haarlemmermeer. Ook daar zien we de verdeling in tweeën door een centrale weg en een haaks daar op staande tweede weg. Op het kruispunt van die twee wegen werd een nieuwe nederzetting gebouwd, die toepasselijk de naam Kruisdorp kreeg. Tegenwoordig kennen we die plaats als Hoofddorp.

14 februari 2013

Even aandacht voor de Beemster

Een deel van mijn voorouders is afkomstig uit de Beemster en de afgelopen tijd zijn van die regio een aantal mooie bronnen online gekomen. Familysearch heeft een hoop DTB's van Noord-Holland op internet gezet en eindelijk heeft ook het Waterlands Archief uit Purmerend de stap gewaagd om DTB's te laten fotograferen en aan iedereen te laten zien.
Goed, de Beemster dus, een plas water die tussen 1607 en 1612 werd drooggemaakt. Met zijn leeftijd van 401 jaar zou je zeggen dat dit de oudste polder van Noord-Holland is, maar die eer komt toe aan het Achtermeer, ten zuiden van Alkmaar. Deze plas met een oppervlakte van 35 hectare werd in 1533 drooggemalen. De Beemster is met ruim 7200 hectare aanzienlijk groter.



Hierboven staat de naam Beemster, in een erg mooi handschrift. Ik vond de tekst op de eerste bladzijde van het doopboek van De Rijp, opgeschreven in 1653. Dit doopboek is online gezet door de Mormonen als onderdeel van een lange reeks doop-, trouw- en begraafboeken. De moeite waard om eens te bekijken.

In de leunstoel blijven
Voor genealogisch onderzoek hoef je steeds minder de deur uit, omdat het aantal gescande bronnen op internet steeds groter wordt. Ik noemde al het bladerproject van het Waterlands Archief. Gescande DTB's kunnen per pagina worden doorgebladerd en dat leverde voor mij de volgende vondst op in het doopboek van de Beemster:



De doop in 1675 voorvader Jacobus de Wit, zoon van Gerrit Jansz de Wit. De doopdatum had ik trouwens gevonden op Geneanet.org op de pagina van Ed Nicolaas. En hier blijkt het verschil tussen het zien van een originele bron en een tekstuele afgeleide daarvan. De tekst bevat de essentiële gegevens zoals doopplaats en doopdatum. In de originele bron staat echter meer, namelijk dat Gerrit Jansz de Wit hovenier was op de Hofstede van de Heer Joan van der Straeten. Kijk, en dat biedt weer een handvat voor verder onderzoek. Bijvoorbeeld om antwoord te vinden op de vraag: waar lag die hofstede dan? Al zoekend kwam ik terecht op een mooie website over de buitenplaatsen van de Beemster, een project van Katja Bossaers.
Via het register van de site kwam ik er achter dat Jan Jansz van der Straten in 1675 woonde op kavel AK 21, zie het kaartje dat hieronder staat:



Gelukkig heeft de Beemster een 'versteende topologie' zoals dat zo mooi heet. Dat wil zeggen dat het stratenpatroon in honderden jaren niet of nauwelijks is veranderd. Via Google Earth is dat mooi te zien:



Ik heb perceel AK21 even voorzien van een rode omranding en nu ik dat zo zie kan het best zijn dat de strook land er onder er in feite ook bij hoort. Van de bebouwing uit 1675 is helemaal niets meer over, op AK21 staat een boerderij die aan het eind van de 19e eeuw is gebouwd.

En nu die leunstoel uit!
Tot zover het werk vanuit de leunstoel. Maar je wilt het toch eigenlijk ook in het echt zien, dus de auto in geklommen en op een gure vrijdag naar de Beemster, waar ik de volgende foto heb gemaakt van het perceel AK21:



En dan ook nog een van de zijkant van het grondstuk (dat dus op de foto van Google Earth aan de bovenkant zit). Ik denk dat mijn voorvader ooit wel eens op dat punt heeft gestaan, ruim 300 jaar geleden. Grappig idee, eigenlijk.

09 februari 2013

Het fenomeen 'ranglijstje'

Gelukkig, sinds middernacht kan er niet meer worden gestemd voor het publieksgedeelte van de Geschiedenis Online Prijs. Gelukkig, omdat de potentiële prijswinnaars nu niet meer iedereen lastig hoeven te vallen met hun bedelacties: "Stem op MIJ" of "Stem op ONZE SITE" of "U wilt ONZE VERHALEN toch ook NIET MISSEN". Ik vind dat een storende ruis op de zender.
En waarom doen die partijen dat eigenlijk? Nou, deels omdat ze gek worden gemaakt door de commercie die een zeer grote vinger in de pap heeft bij de organisatie van de prijs. Zo is te lezen:

Het verschil in aantal stemmen kan heel gering zijn. Blijf uw netwerk daarom prikkelen en stimuleren een stem uit te brengen op uw website en vergeet hen vooral niet te attenderen op het bevestigen van de zojuist door hen uitgebrachte stem.
Standaard marketingtechniekje: blijf je best doen, anders gaat de concurrent er misschien mee aan de haal. Degenen die de stemmen uitbrengen moeten hun gegevens opgeven aan een uitgever, met als vooruitzicht een gratis kennismakingsnummer van een tijdschrift. Dat blad ligt inderdaad op een gegeven moment in de bus, maar daarvoor en daarna krijg je de ene mailaanbieding na de andere. Tja, je bent zo dom geweest om je gegevens te verstrekken dus wordt daar gebruik van gemaakt...
Maar goed, de stemming is gesloten en de 10 kandidaten met de meeste stemmen zijn bekend. Er wordt een mooi lijstje op de website gezet:


Uiteraard staan ze nog niet in volgorde, dat zou de spanning wegnemen. De kandidaten worden dus door elkaar heen genoemd. Maar, heren, waarom moet dat dan weer met een taalfout aan de lezers kenbaar worden gemaakt?

Update
Inmiddels is bekend dat de laatste in het bovenstaande lijstje de Publieksprijs heeft gewonnen. Het is een website die is gemaakt door de 15-jarige Roy Simons, die gefascineerd is door het werken onder de grond. Van harte proficiat, Roy.

Genealogische software
Ranglijst nummer 2 gaat over de stamboomprogramma's die de abonnees van Geneanet.org gebruiken. In totaal hebben zo'n 16.000 mensen opgegeven welk programma ze in gebruik hebben en dat leidt naar het volgende lijstje:


Aldfaer scoort hier zeer hoog, op zeer grote afstand gevolgd door de nummers 2 en 3. Wil dat nou zeggen dat Aldfaer verreweg het beste stamboomprogramma is? Nee, de lijst toont alleen aan dat de mensen die op Geneanet.org zitten het meest gebruik maken van Alfaer.

07 februari 2013

Schrikken in het archief

Je hoort er wel eens gruwelverhalen over, mensen die een archiefstuk gaan repareren zonder er veel verstand van te hebben. Bijvoorbeeld door een gescheurd vel papier weer aan elkaar te plakken met plastic plakband. Is geen goed idee, want de lijm gaat kruipen en kan het papier aantasten. Of de lijm droogt helemaal in, en verpest op die manier het document. Of het Sellotape laat gedeeltelijk los en trekt zo een stuk van het papier los.
Tot zover de gruwelverhalen. Maar dan blijkt dat je het in levende lijve kunt tegenkomen, zoals mij overkwam in het Stadsarchief Amsterdam:


Het lijkt er op dat deze brief twee keer te grazen is genomen. De eerste keer met smal plakband, enige jaren later nog een keer met breed plakband. De smalle reepjes Sellotape hebben al losgelaten en het papier is op die plaats sterk verkleurd. Als je zo'n mishandeld document tegenkomt is het zaak om daar meteen melding van te maken bij het hoofd studiezaal. Hij of zij kan het archiefstuk dan op de juiste manier behandelen. In dit geval was het een tripje naar het restauratie-atelier van het archief, waar ze nog kunnen redden wat er te redden valt. Het plakband kan heel voorzichtig worden losgehaald, waarna het document in een speciaal bad met papiervezels wordt gelegd, zodat de gaten weer kunnen dichtgroeien. Als dat is gebeurd, eventueel met nog een conserverende behandeling, kan het stuk er weer geruime tijd tegen. Toekomstige onderzoekers kunnen er dan ook nog van genieten.

Update
Voor de volledigheid, het gaat hier om
Toegang 234: Archief van de Familie Deutz
inventarisnummer 213: Fragment van een brief aan een der regenten betreffende de woning met vier morgen land in de Beemster. 1786 1 stuk

19 januari 2013

Vervuiling bij wiewaswie

Van de week werden we weer eens getracteerd op een jubeltweet over wiewaswie. Het aantal persoonsvermeldingen was namelijk gestegen boven de 70 miljoen, zo kwetterde men. Zonder ook maar even te kijken wat voor soort vermeldingen het zijn. Nee, het moest per se met hoge snelheid de twittersphere worden ingeblazen.
Wie wat verder kijkt, die ziet dat er vreemde gegevens in voorkomen. Bijvoorbeeld een geboorteakte uit 2009. In de eerste plaats zou die akte natuurlijk nooit zichtbaar mogen zijn, ten tweede blijkt het ook nog eens helemaal niet te kloppen.
Zo meent wiewaswie het te moeten presenteren:


Pure waanzin, dit. Het blijkt dat wiewaswie gewoon rondpompt wat ze krijgen aangeleverd, zonder ook maar enige check. Want kijken we naar de bron van de informatie (niet eens een primaire bron maar een transcriptie) dan zien we dit:


Het staat er dus inderdaad, 2009. Wat aantoont dat wiewaswie gewoon maar alles binnensleept wat er beschikbaar is. Testen op geloofwaardigheid van de gegevens? Vergeet het maar. Als ze niet oppassen dan krijgen we de situatie waar in een bak met helder water een kwak inkt wordt gegooid.


En dat krijg je dus nooit meer helder. Dit gebeurt niet alleen met gegevens van het Gelders Archief, ook data van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) komt verminkt over. Zoals de overlijdensacte van Johannes van Gaal, van 2 februari 8155. Je houdt het toch echt niet voor mogelijk?
Nu is het nog een bèta-versie van de site, maar over 12 dagen gaat de kassa open en dan moet er betaald worden voor die reut. In dat geval is het geen foutje meer, maar een economisch delict!

26 december 2012

Het wordt tijd voor actie

Aangezien de stekker uit GenLias wordt getrokken, is het zaak om andere wegen te vinden om aan genealogische informatie te komen. Een soort survivalgids, die laat zien waar je nog wel aan informatie kunt komen zonder 18,50 euro per jaar te moeten betalen.


Ik ben daar op dit moment mee bezig en ik zou zeggen hou dit blog in de gaten en kijk ook regelmatig hier.

Update Ik heb inmiddels actie ondernomen door een verzameling links op mijn website te plaatsen. Het gaat om sites die de pijn van het wegvallen van Genlias een beetje kunnen verzachten. Klik op de button "Genlias Survival"

24 december 2012

De top-3 en flop-3 van 2012

Aan het eind van het jaar zet ik de beste en slechtste genealogische momentjes even op een rij, in de vorm van een top-3 en een flop-3. Om te beginnen maar het goede nieuws, dat leest wel zo prettig.






1 Vorig jaar begon ik met een zogeheten 'jaarstuk', een zelf bedachte term voor een probleem waar je al jaren tegenaan zit te hikken en dat plotseling wordt opgelost. Ook in 2012 had ik er een, namelijk het overlijden van Murk Hettema, de halfbroer van mijn grootvader. Hij woonde in Winschoten, maar daar was hij na 1894 niet meer te vinden. In andere plaatsen ook niet, trouwens. Het jaartal 1894 haalde ik uit een notariële akte, opgemaakt na het overlijden van Murk Harmens Abma, zijn grootvader.
In die akte staat hij (aldus het extract op de website van fries archief Tresoar) vermeld als minderjarige. Ik moet die akte nog een keer op de foto zetten.
Het spoor liep dood, tot ik per toeval stuitte op de website van Castle Garden, de voorloper van Ellis Island. Wie de VS in kwam per boot moest zich daar melden. Toen ik dat eenmaal had gevonden kwam de zaak in een stroomversnelling. Murk Hettema blijkt te zijn overleden in Orange City, op 21 september 1902 aan typhoid fever (buiktyfus).
Het leuke van deze vondst is, dat ik de eerste in Nederland ben die dit te weten is gekomen. (Uiteraard was mijn overgrootvader Jan Hettema de eerste in Nederland die het te horen kreeg, ik neem tenminste aan dat hij er een brief over heeft gehad 110 jaar geleden). Elke website die deze overlijdensdatum voortaan vermeldt, zou ook een credit naar mijn onderzoek moeten opnemen. Ik ben benieuwd hoe dat gaat lopen. Zie voor meer details mijn blogbericht.

2 Na maanden van afwezigheid in Cyberspace (de diverse nieuwsgroepen, fora en weblogs even niet meegerekend) ben ik dan toch weer present met een eigen website. Het beestje is nog volop in ontwikkeling, maar wie wil kan alvast een kijkje nemen.

3 De transcriptie van de Sont Tolregisters gaat gestaag door en in oktober werd hierover in Groningen een conferentie georganiseerd. Schitterend om te horen wat voor onderzoeken er worden gedaan op basis van deze berg gegevens. Begin volgend jaar gaat er zelfs een equipe uit Leeuwarden naar Kopenhagen om daar in het archief een aantal tolboeken opnieuw op de foto te zetten. Hulde!
Voor mezelf zijn de tolregisters een mooie aanvulling voor wat betreft mijn zeevarende voorvaderen.






En na deze vrolijke berichten is het tijd voor de donkere gedeelten van 2012. Mensen die een goed gevoel willen blijven houden kunnen hier stoppen met lezen. De die-hards kunnen kennis nemen van:

1 Het gedonder met GenLias en de beoogde opvolger wiewaswie. Genlias was een prachtig instrument om te kunnen zoeken in de gegevens van de Burgerlijke Stand. Begonnen in de vorige eeuw, en nu dus te oud (aldus de deskundigen). Er moest een geheel nieuwe site komen, waarvoor in 2007 een budget werd uitgetrokken. Nu, bijna 6 jaar later staat er dan een wangedrocht.
De website weiwaswie is geheel kapotgemaakt, kennelijk door een commissie (definitie van commissie: levensvorm met minimaal 6 voeten en geen hersens) die met publiek geld heeft geprobeerd om iets te maken "dat beter en ruimer is dan het vroegere GenLias". Niet gelukt, jammer.
Van communiceren hebben ze daar trouwens ook geen kaas gegeten, want het hele jaar door waren er tenenkrommende momenten als er weer rare reacties werden gegeven op het blog van www. Reacties overigens, die net zo makkelijk werden geplaatst als ook weer weggehaald.
Eindresultaat: GenLias verdwijnt en er komt een opvolger die alleen te gebruiken is als er 18,50 euro per jaar wordt betaald. Ik haal maar even een Amsterdamse uitdrukking aan: "www: toedeledokie!" vrij vertaald "bekijk het maar met je leuke plannetjes, aan mij verdien je niks".

2 In het umfeld van het vorige punt staat een horde mensjes met dollartekens in de oogjes, die het nieuwe project zien als middel om rijk te worden. En dan zijn er de meelopertjes, die alles wat wiewaswie doet uiteindelijk toch prima vinden. Met aanbevelingen dat "18,50 toch niet te veel gevraagd is voor zoveel informatie". Met als voorlopig dieptepunt de voorzitter van de NGV (tevens lid van de Raad van Toezicht van het CBG) die na een bijeenkomst bij dat CBG "juichend naar buiten liep".
Nee, heertjes, dit verdient geen schoonheidsprijs, eerder een motie van afkeuring dan wel wantrouwen. Ik stel het nemen van nadere stappen nog even uit tot 1 januari, dan is exact bekend hoe de zaken er voor staan.

3 Met al dat digitale geweld zou je haast vergeten dat er ook nog echte archieven zijn, waar je in alle rust onderzoek kunt doen. En die mogelijkheden worden steeds meer ingeperkt. Ze gaan later open, zijn hele dagen gewoon dicht (Arnhem gooide bijvoorbeeld de vrijdag-openstelling er helemaal uit) en schroeven de dienstverlening steeds meer terug.
Ik kan er vaak nog wel omheen laveren, maar beginnende archiefbezoekers worden denk ik echt wel afgeschrikt. En je moet er soms inderdaad een vrije dag voor nemen (ik reken maar even niet uit hoeveel dat dan weer kost).

08 december 2012

Een verdwenen Hettema is gevonden

Mijn overgrootvader Jan Annes Hettema is twee keer getrouwd geweest. Hij trouwde, 21 jaar oud, op 15-05-1869 in Wommels met Gerbrig Murks Abma, 18 jaar oud. Gerbrig is geboren op 07-02-1851 in Cubaard, dochter van Murk Harmens Abma en Baukjen Jans Wynia. Uit dit huwelijk vier kinderen:

Baukje Hettema, * 1870
Anne Hettema, *1871 zeer jong overleden (16 dagen oud)
Anne Hettema, * 1873
Murk Hettema, * 1874
Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwde Jan Annes in 1875 met Richtje Dirks Bouma, 26 jaar oud. Richtje is geboren op 25-04-1849 in Oosterend, dochter van Dirk Ypes Bouma en Yttje Lourens Van der Molen. Uit dit huwelijk zes kinderen, waaronder mijn grootvader Pier Hettema.
De kinderen uit het eerste huwelijk heb ik redelijk in het vizier, alleen de laatste Murk bleek spoorloos verdwenen. Geen huwelijk gevonden, geen overlijden. Hij komt nog wel voor als minderjarig kind in een notariële akte uit 1894, die ik vond via Tresoar.
1894 Tzum, notaris D. Cannegieter.
- Baukje Jans Wynia te Spannum, weduwe van Murk Harmens Abma, hij als erflater - Jan Hettema te Winschoten, weduwnaar van Gerbrich Murks Abma als vader van en voogd over Anne en Murk Jans Hettema
Het ging om de verdeling van de erfenis van Murks grootvader. De akte zelf moet ik nog een keer op de foto zetten. Ik geloof dat ik in de afgelopen jaren op elke denkbare plek in Nederland heb gezocht naar Murk Hettema, maar helaas.

Doorbraak
En dan plotseling levert het onderzoek iets op, waardoor je in een compleet andere richting gaat zoeken. Eigenlijk is dit een toevalstreffer, want ik was naar iets heel anders op zoek, maar ik vond:


Een indicatie dat ik het in Noord-Amerika moest zoeken. Preciezer gezegd in de staat Iowa, waar heel veel Nederlanders heen zijn getrokken in het gevolg van hun dominees. De eerste plaats van vestiging van Pella, later vertrok een groep naar Orange City. Die stad werd in de begintijd overigens alleen De Tweede Kolonie genoemd.
Yke Murks Abma, de zuster van Gerbrig Murks Abma en de tante van onze Murk, woonde daar al en de kans was dus groot dat Murk daar heen was gegaan. En dat als een jongen van 15 jaar.

Ik had daarna nog een maand of twee nodig om alle gegevens te verzamelen die ik verder nodig had, waarbij ik veel steun heb gekregen van de Greater Sioux County Genealogical Society. Ook het feit dat de Koninklijke Bibliotheek een aantal jaargangen heeft gescand van het weekblad De Volksvriend (uitgegeven in het Nederlands in Orange City) hielp enorm.
Ik moet het verhaal verder nog uitwerken, maar het eindigt triest. Murk Hettema werkte als knecht op de farm van Gerrit Hulstein en in 1900 heeft hij met succes het Citizenship aangevraagd. Hij werd dus Amerikaans staatsburger. Murk overleed in 1902 na het drinken van bedorven water waardoor hij buiktyfus (tyfeuze koorts) had gekregen. Uit "De Volksvriend" komt het volgende bericht, dat ik met moderne middelen heb verduidelijkt.


Het knipsel werd me toegestuurd door Wilma Vande Berg, vrijwilligster van de Greater Sioux County Genealogical Society, die nog veel meer gegevens voor me heeft opgezocht. Wilma, heel erg bedankt!

Naschrift: Soms gebeuren dingen gewoon parallel, want wat werd er op 17 december 2012 toegevoegd aan de website van Tresoar?

1897 Sneek, notaris H. Fennema
Royement, akte niet aanwezig
- Murk Jans Hettema te Sioux Center, U.S.A.

Bron : Tresoar Toegangsnr. : 26
Inventarisnr.: 120121 Repertoirenr.: 157 d.d. 13 augustus 1897
Laatste update: 17-12-2012

17 november 2012

Heel mooie bronnen bij Historici.nl

Ik was weer eens bezig met de tak van mijn voorvader Pieter Velt uit Hoorn, schipper op onder andere de Oostzee. Ik was hem al tegengekomen in de Sont Tolregisters, maar niet met alle scheepsbewegingen. Dat kan komen doordat nog niet alle boeken zijn getranscribeerd, of omdat schipper Velt een andere route nam. Niet door de Sont, maar bijvoorbeeld door de Grote Belt. Of door de Kleine Belt, dan heb je het wel gehad, want meer toegangen naar de Oostzee zijn er gewoon niet. Het is een afgesloten stuk water, een binnenzee, die maar op 3 punten verbonden is met de wereldzeeën.


Pieter Velt passeerde de Sont op 22 september 1711, van Amsterdam naar de Oostzee. Dat jaar is er geen terugvaart te vinden. Die staat pas genoteerd op 29 april 1712, wanneer hij met zijn schip ‘Opperdoes’ komend van Riga naar Amsterdam vaart. Dit is merkwaardig, het gebeurt maar zelden dat zo’n reis meer dan een half jaar duurt. Wat zou er gebeurd zijn? Averij opgelopen, vastgevroren in het ijs?


Zoekend via Google kwam ik terecht bij de bovenstaande website, waar een berg historische boeken is gescand en via OCR (optisch lezen van tekst) doorzoekbaar is gemaakt. Daar zag ik de reden, waarom Pieter Velt de jaarwisseling van 1711/1712 niet thuis heeft doorgebracht. In de verzamelde brieven van Raadspensionaris Anthoni Heinsius zie ik een brief van Willem Opdorp van 5 december 1711:
Hoogedele Gestrenge Heer, Mijn Heer, Voorlede woonsdag, den 2e deses, des namiddags, hebben mij vijff Hollandse en een Bremer schippers, met namen Joris Kaij, Dirk Cornelissen Roos, Pieter Velt, alle komende van Riga (…) Cornells Tijsz (…), Giel Olphertsz, (…) en Dirk Bielevelt, van Bremen (…) laten weten dat sij in 't seylen na de Zont, de eerste zedert saturdags en de andere van 's sondag, wegens den generael-admirael Guldenleew hier buyten de ree aengehouden en aldus verhindert wierden van bij het Neerlandse convoy in de Zont, dat seylree lag, te komen, en versogt tot haer ontslaginge behulpsaem te sijn.
Opdorp was de secretaris van de Nederlandse ambassadeur in Elseneur en de schippers hebben bij hem hun nood geklaagd. En gevraagd of hij maatregelen kon nemen om ze naar huis te laten varen. Hiermee was het nieuws van hun arrestatie meteen bekend in Nederland. Dat blijkt ook uit een volgende brief van Opdorp aan Heinsius, gedateerd 23 januari 1712:
Hoogedele Gestrenge Heer, Mijnheer, Huyden heb ik ontfangen Haer Ho.Mog. hooggeëerde missiven en resolutiën van den 17e december laestleden en van den 12en deses, de eerste genomen op de requeste van Adriaen de Ruyter, coopman tot Rotterdam, (…) de andere op de requeste van Dirk Bet en Johan Wagener, coopluyden tot Amsterdam, als gecommitteerde van de gesamentlijke geïnteresserden in de schepen vervoert door de schippers Dirk Cornelissen Roos en Pieter Velt, beyde van Hoorn, Cornelis Thijssen, Tjebbe Sirks, Obbe Bartels, Arend Jacobs, Dirk Bilevelt, Olfert Omerts, Jürgen Faeldericks en andere (…) die hier ontrent Coppenhagen waren aengehouden en opgebragt.
Op de thuisbasis is dus ook aan de bel getrokken, door de kooplieden die hun handel niet hadden zien terugkomen vanuit het Balticum. Heinsius heeft daarom brieven geschreven gericht aan de Deense Kroon, met het verzoek dan wel de eis, de schippers vrij te laten.
Dankzij de brieven had ik al veel informatie en dat smaakte alleen maar naar meer. Bet en Wagener woonden in Amsterdam, dus een tripje naar het Stadsarchief Amsterdam was de aangewezen weg om meer informatie te krijgen.
Als zeelui iets dergelijks overkomt is het gebruikelijk dat ze bij een notaris een scheepsverklaring laten opmaken, waar precies in staat hoe de reis is verlopen en wat er eventueel is misgegaan. Kortom, het notarieel archief lonkte. De vroegere gemeentearchivaris Simon Hart heeft zo’n 60 jaar geleden een gedeeltelijke index gemaakt op het notarieel, en die is aan te vragen in de vorm van dozen met kaartjes.
Afijn, 14 dozen verder kwam ik tot de conclusie dat de index niet verder liep dan 1710 en dan weer de draad oppikte rond 1750. Vervelend, wat nu te doen want je wilt natuurlijk niet een hele dag in het archief zitten zonder enige vondst. Ik had al een klein vondstje, de handtekening van Opdorp onder een brief aan de burgemeester van Amsterdam.


Maar de hoofdprijs, die had ik nog niet. Dan maar een wilde gok. In die indexen tot 1710 kwam vaak de naam van notaris Pieter van der Meulen voor, steeds in verband met het afleggen van scheepsverklaringen. Van hem dan maar de eigen index aangevraagd, met als hoopvol teken de namen van Dirk Bet en Joan Wagener. Na even doorbladeren zag ik onderaan de pagina:


En in de attestatie (akte nr, 387) stond dus het hele verhaal van de onfortuinlijke reis van Riga naar Amsterdam. Met weglating van heel wat details komt dat neer op:
20 november 1711 van Riga vertrokken
30 november voor Coppenhagen door de Deense oorlogsvloot aangehouden
16 february 1712 de Deenen beginnen het schip te ontlossen
24 february de lading is geheel uit het schip gehaald
29 february de Deenen beginnen de lading weer terug te plaatsen
5 maart alle lading is weer aan boord, minus 20 masten
19 april enige extra lading ingenomen
27 april vanuit Coppenhagen weggeseyld
8 mei met het convoy vertrokken
13 mei aangekomen op de rede van Tessel
De hoofdprijs dus. Op zo’n manier is een dagje archief wel inspannend maar ook zeer tevredenstellend. Zeker toen ik ook nog de handtekening van Pieter Velt erbij kreeg:


27 oktober 2012

Fotoshoppen tegen anachronismen

Stel, je bent in een mooi oud vestingstadje, maakt foto's en je merkt dat er toch wel wat "21ste eeuwse vervuiling" aanwezig is.


Moderne bordjes, auto's, wandelende mensen en noem maar op. Gelukkig heeft iedereen tegenwoordig kabel-TV, zodat je geen woud van antennes op de daken ziet staan. Al die elementen verstoren het historische beeld. Er zijn drie methoden om daar wat aan te doen:

1 Gewoon wachten tot de auto's weg zijn en dan pas de foto maken

2 Brutaalweg vragen of de eigenaars hun auto's even willen weghalen

3 Gewoon de foto maken en thuis aan de slag

Optie 1 is wel te doen, maar het kost erg veel tijd en je hebt geen garantie dat er in de loop van de dag geen andere auto's bijkomen.
Optie 2 is niet echt handig. Je gaat mensen lastigvallen die gewoon hun dagelijkse bezigheden uitvoeren en die niet zoveel boodschap hebben aan het feit dat iemand hun voertuig als een anachronisme betitelt.
Optie 3 werkt toch het makkelijkst. Je kunt met de computer elk ongewenst deeltje van de foto aanpassen en zaken die niet in het beeld passen wegpoetsen. Toegegeven, het kost even tijd, maar het resultaat mag er wezen. Oordeel zelf:


Het gaat hier overigens om de Zuiderwalstraat in Elburg, van de week op de foto gezet op een van de mooie dagen die we in de herfstvakantie nog mochten hebben.

25 oktober 2012

Crowdsourcing komt in beeld bij de Sont Tol

De registers van de Sont Tol, waarvan momenteel een uitgebreide transcriptie wordt gemaakt, kunnen niet helemaal worden bewerkt door de medewerkers van sociale werkvoorziening Breed uit Nijmegen. Dit bleek vandaag in Groningen tijdens de tweede Arenberg Conferentie over dit Tolregister.


Projectleider Siem van de Woude (foto boven) maakte melding van voortschrijdend inzicht bij het projectteam en de medewerkers. Daarbij bleek, dat de teksten van de akten tussen 1630 en 1700 aanzienlijk moeilijker te lezen waren dan aanvankelijk was gedacht. Tevens bleek, dat de teksten die vóór 1630 zijn opgeschreven als zéér moeilijk betiteld moeten worden.
Oordeel zelf aan de hand van twee tekstfragmenten. Het bovenste dateert uit 1644, het tweede fragment is opgeschreven in 1606:



Het is niet doenlijk om de teksten van voor 1630 te laten transcriberen door de mensen van Breed. In plaats daarvan wordt gezocht naar een mogelijkheid om de transcriptie via crowdsourcing te laten maken. Het zoeken is nog naar een adequaat platform hiervoor, met goede software en deskundige begeleiding. Als dat eenmaal is gevonden, kan het project worden getrokken door vrijwilligers uit de hele wereld. Zij zullen wel enige paleografische vaardigheden mee moeten brengen.