26 augustus 2011

De Sont Tolregisters naderbij - 2

De Sonttolregisters worden bewaard bij Rigsarkivet, het Deense Rijksarchief. Dat is sinds enige tijd onderdeel van een werkverband dat Statens Arkiver heet. Samen met een aantal musea en de reusachtige Det Kongelige Bibliotek staat het archief knus op een eilandje in Kopenhagen.
De ingang van het archief zit tegenover de bibliotheektuin, waar het standbeeld van schrijver Sören Kierkegaard als het ware de wacht houdt. In het archief zelf ligt ongeveer 10 kilometer archiefmateriaal. Er is nog veel meer, maar dat ligt in een ander depot. De archieven hebben een luchtdoorlatende vloer, gemaakt van ijzeren repen. Goed voor de beluchting van het archiefmateriaal, maar wat minder voor bezoekers die een beetje last van hoogtevrees hebben...



Archivaris Erik Gøbel van Rigsarkivet toont één jaargang (1734) van de Sont Tolregisters. Twee kloeke in leer gebonden boeken. “Het zijn er twee, omdat de Toldkammer werd bemand door twee tolgaarders. Elk daarvan had zijn eigen boek, waarin de langskomende schippers met hun lading werden genoteerd. Als je een bepaalde schipper zoekt, kan het nodig zijn om de twee boeken door te bladeren”, zegt Gøbel. Dit lijkt op de situatie in Amsterdam, waar in de 19e eeuw diverse trouwambtenaren werkzaam waren, ook met elk een eigen boek.
De schepen werden door de tolgaarders gesorteerd op land van herkomst. Zo zijn er hoofdstukken met schepen uit Holland, en hoofdstukken met Duitse schippers en schepen uit Frankrijk en Engeland. “Elk van die landen kreeg een eigen behandeling:”, zegt Gøbel, “want sommige landen betaalden de volle mep terwijl schippers uit andere landen vaak een korting kregen. Nederlandse schippers kwamen vaak in aanmerking voor zo’n korting.”
Nu de complete inhoud van de boeken in een database terecht komt, hoeft er niet meer gebladerd te worden. Het zoekproces wordt daardoor een stuk aangenamer.


Bij landen met veel schepen, zoals Nederland, werd ook nog onderscheid gemaakt tussen verkeer naar de Oostzee toe en verkeer van de Oostzee af. In het Deens respectievelijk Østpå (oostwaarts) en Vestpå (westwaarts). Wie de originele boeken raadpleegde, diende er ook op bedacht te zijn dat een tolgaarder een foute herkomst kon gebruiken. Zodat een Duitse schipper (bijvoorbeeld uit Oost-Friesland) doodleuk in de Nederlandse sectie werd opgeschreven.


Bij het doorbladeren van de dikke boeken viel het watermerk op. Iets dichterbij bekeken bleek dat een Nederlandse Leeuw te zijn, staande op een voetstuk met daarin het woord VRYHEYT. Met andere woorden: de bladen van het boek zijn afkomstig uit ons eigen land. Helaas is het niet meer mogelijk om uit te vinden in welke papiermolen de productie is gebeurd. Er waren enkele tientallen Nederlandse papiermakers die dit watermerk hebben gebruikt.
Het is op de foto wat minder goed te zien, dus volgt hier een steviger weergave van hetzelfde watermerk.


In het randschrift staat de tekst "ProPatria Eiusque Libertate". Deze Latijnse zin betekent: "Voor het Vaderland en deszelfs vrijheid". En nu ik toch met feitjes aan het strooien ben: een van de kladversies van de Amerikaanse Declaration of Independence uit 1776 is geschreven op dit zelfde soort papier. Thomas Jefferson gebruikte dus ook papier uit Nederland.

25 augustus 2011

De Sont Tolregisters naderbij - 1

Zoals bekend wordt heel hard gewerkt aan het ontsluiten van de registers van de Sonttol, een belasting die door het Deense koningshuis werd geheven op schepen die door de zeeëngte tussen Denemarken en Zweden voeren. Vroeger was dat trouwens een nauwe doorgang tussen twee stukken Denemarken, want Skaane, het zuiden van Zweden, was in Deense handen.
Op zijn smalste punt is de Sont niet meer dan 4 kilometer breed en schippers lieten het wel uit hun hoofd om zonder te betalen door te varen. De reden: eenvoudig, aan beide kanten van het water stonden de nodige kanonnen.


En dit zijn er nog maar een paar, de Denen hadden hele batterijen staan, om onwillige kapiteins tegen te houden. Te beginnen met schoten voor de boeg, maar als dat niet hielp werd er raak geschoten. Het bevel over de kanonnen werd gevoerd vanuit kasteel Kronborg, dat prominent boven Elseneur uitsteekt. Ik heb de toren van Kronborg beklommen en van daaraf kun je de overkant van het water goed zien. Het was een klein beetje mistig, dus op de foto is het wat minder duidelijk:



Met kanonnen aan twee kanten was er een complete controle over het scheepvaartverkeer door de Sont. Om tussen de Noordzee en de Oostzee te varen moesten de kapiteins wel door de Sont. Een alternatief was een route door de Kleine Belt dan wel de Grote Belt, maar die waren onaantrekkelijk door wilde waterkolkingen en ondiepten.Sinds een paar jaar is het mogelijk om van Helsingør in Denemarken naar Helsingborg in Zweden te reizen met de trein. De afstand van hemelsbreed 4 kilometer wordt dan overbrugd in ruim 2 uur. Niet dat de Deense treinen zo langzaam rijden, het is meer een kwestie van 'even' omrijden. Eerst naar het zuiden naar Kopenhagen, dan over de nieuwe Sontbrug naar Malmö en dan weer naar het noorden naar Helsingborg. Zie het kaartje hiernaast, dat door een klik met de muis in een grotere versie op het scherm kan komen.
Het team dat de database vult met getranscribeerde teksten uit de Tolregisters is inmiddels gevorderd tot het jaar 1771. Dat betekent dat alle geregistreerde doorvaarten vanaf 1771 tot en met 1799 via internet te raadplegen zijn. Ga voor de database naar het volgende adres: www.soundtoll.nl

06 augustus 2011

Blij met de database, maar...

Het Gelders Archief heeft een database online gezet met 4,5 miljoen namen uit de DTB's van de provincie. Een ideale manier om thuis van achter de PC onderzoek te doen. Zo'n database is natuurlijk nooit foutloos en dat meldt het archief ook duidelijk op de website:

Waar mogelijk zijn de fouten (zo’n 200.000 in getal) die al gemaakt zijn bij het indexeren (wat ruim dertig jaar geleden heeft plaatsgevonden) uit de database gefilterd.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus hou je rekening met allerlei fouten, bijvoorbeeld een andere schrijfwijze van de naam, of een transcriptie die je zelf toch anders gedaan zou hebben. En ik moet zeggen, de database werkt lekker. De ene na de andere telg uit mijn voorgeslacht komt naar voren en je kunt zelfs zien dat een gezin verhuisd is, als er plotseling kinderen in een andere plaats worden gedoopt. Dat gegeven kun je dan weer verder gebruiken om in notariële akten of in het oud rechterlijk archief (ORA) te gaan zoeken.
En toen stuitte ik op iets vreemds. Wat ik ook probeerde, mijn voorvader Stephanus Bolck was niet terug te vinden in de database. Met welke naamsvariant ik ook zocht, hij kwam niet tevoorschijn. Ik wist precies op welke dag hij gedoopt was, want die gegevens zaten bij de bijlagen bij zijn huwelijk in 1813:


De tekst is - uiteraard - in het Frans, omdat er nog gebruik werd gemaakt van de richtlijnen die waren uitgevaardigd door Napoleon, en er staat:

Extrait du Registre Baptistaire du Culte Catholique de Vieux Zevenaar, déposé aux archives de la Mairie de Zevenaar.
Ofwel: Extract uit het doopboek van de Catholieke Godsdienst van Oud-Zevenaar, dat is gedeponeerd in het archief van de Mairie van Zevenaar.

1779 11a 9bris (Mil sept cent soixante dix neuf le onze novembre) baptizatus est Stephanus, Parentes Otto Bolck et Johanna Fransen.
Ofwel: op 11 november 1779 is gedoopt Stephanus, waarvan de ouders zijn: Otto Bolck en Johanna Fransen.

Mooi, dat moet dus ook zo in die database staan. Maar nee, dat is niet zo. Zoeken op alleen dopen van Oud Zevenaar aan het eind van het jaar 1779 levert de volgende score op:


Inderdaad geen Stephanus Bolck te vinden. Wat zou hier nou aan de hand kunnen zijn? De gouden regel bij genealogisch onderzoek is, dat je altijd de bron moet controleren. Dus dat is de volgende stap. Het is tegenwoordig gelukkig niet meer nodig om in de auto te springen om naar Arnhem te tuffen (is ook een beetje zinloos op een dag als vandaag wanneer het archief gesloten is). Via de website van Genealogiedomein.nl kun je doorklikken naar het Flickr-archief met foto's van doop-, trouw- en begraafboeken. Daar staat ook het RK doopboek van Oud Zevenaar, met gelukkig de doop van mijn voorvader Stephanus.


Het blijkt dus dat de doop van Stephanus niet is opgenomen in de database en ook bij de andere dopen zijn fouten en foutjes gemaakt. We moeten wel bedenken, dat de database is gemaakt op basis van de indexen van het archief (de dikke blauwe boeken die op de studiezaal in de kast staan). En die zijn ook niet foutvrij. Ik heb het al eerder gezegd, en ook het archief drukt het de onderzoekers nog eens op het hart:
De enige manier om de juistheid te controleren, is nader onderzoek te doen in de bronnen zelf of in aanvullende bronnen

Ook is er al een mail gegaan naar het Gelders Archief, met de mededeling dat er het een en ander niet helemaal klopt. Ik realiseer me, dat ze dat niet meteen kunnen aanpakken, gezien het grote aantal reacties dat al is binnengekomen. Waaruit maar weer blijkt dat de belangstelling voor deze database heel groot is.

Update 11 augustus: Vandaag even naar Arnhem geweest en toch maar even in de blauwe boeken gekeken. Wat blijkt? De doop van Stephanus Bolck staat er gewoon in, met juiste datum en al:


Het basismateriaal was er dus wel, alleen is er wat misgegaan met het vullen van de database. Ik heb het besproken met de mensen van de studiezaal en ook zij zien dat er heel veel fouten in de database staan. Ook komen er veel meldingen van binnen, die pas na de zomer (huh, zei ik zomer?) kunnen worden verwerkt.
In de tussentijd moeten we maar blij zijn met de database, ondanks de fouten. Het alternatief is een geheel foutloze database, wat wil zeggen dat er helemaal niets in zit. Als er geen data is, kunnen er ook geen fouten tussen staan. Ik ben toch blij dat de data er nu staat, met fouten en al.

30 juli 2011

Ik ga maar niet meer naar Leiden...

Getriggerd door een klein berichtje in de nieuwsgroep soc.genealogy.benelux over het RAL, het Regionaal Archief Leiden, ben ik eens gaan speuren op hun website. Ans meldde namelijk in de nieuwsgroep, dat het niet meer mogelijk was om afdrukken te maken van microfiches. Tegenwoordig moet daar een scan van worden aangevraagd, die 1,50 euro moet kosten.
Leek me vreemd, dus maar eens even de website ondersteboven gekeerd. Zulke belangrijke informatie moet toch meteen te vinden zijn? Nee dus, het kost nogal wat moeite om er achter te komen. Uiteindelijk vind je dan in het Reglement de volgende bepalingen:


Ik maak daaruit op dat een microfiche een niet gedigitaliseerd item is en dat je daar dus een scan van moet aanvragen. Even verder speuren dan maar, om te kijken of dat bedrag van 1,50 euro wel klopt. En ja hoor, in de Tarievenlijst staat het volgende:


Inderdaad, een scan maken kost 1,50 euro op lager resolutie (er staat niet bij welk oplossend vermogen de afbeelding heeft) en 5,00 euro voor een hi-res plaatje. Ook hier weer geen enkele aanduiding van die resolutie.
Zo, nou hebben we alles wel gehad, toch? Niet helemaal, er was ook nog sprake van een wachttijd. Dat staat op de volgende manier opgeschreven:


Dagen wachten op een scan van een microfiche, die je vroeger gewoon ter plekke kon maken. Na inworp van een bepaald bedrag. Hoeveel dat in Leiden was weet ik niet, maar het zal beslist geen 1,50 euro zijn geweest... En ik vind het een beetje moeilijk voor te stellen dat ze een dag nodig hebben om een aanvraag van een scan van een fiche te accepteren.
Nee, het archief te Leiden staat niet op mijn reislijstje voor de komende periode. Mijn schaarse vrije tijd breng ik wel door in archieven waar ze niet proberen om alles zo moeilijk mogelijk te maken.

23 juli 2011

Sonttolregisters: meer dan 222.000 stuks

Het aantal doorvaarten door de Sont dat nu in de database is opgenomen, is gestegen boven de 222.000. Het zijn er nu 222.005 om precies te zijn. Ik heb geprobeerd om dat te vangen in een grafiek, maar ben nog niet erg tevreden met het resultaat (van die grafiek dan, hè, die database kan natuurlijk niet meer stuk).


Ik broed nog op een betere aanpak, met de data waarop nieuwe gegevens zijn toegevoegd verticaal onder elkaar en het aantal doorvaarten en de jaren in een strook daarnaast. Het is nog even puzzelen voor een formaat dat aangenaam is om naar te kijken. Vooral de kleurstelling krijgt mijn aandacht.
Wie de database wil zien, kan terecht op de volgende website:

http://www.soundtoll.nl/public/index.php

waar vreemd genoeg een iets kleiner aantal doorvaarten staat dan ik in mijn computeroverzicht heb berekend. Het scheelt gelukkig niet veel: 121.960, dus dat is bijna 222.000.

06 juni 2011

Een stins ontdekt in Goënga!


Bij het maken van een 3D-model van het dorp Goënga in Friesland maak ik gebruik van de kadasterkaart uit 1832. Een accurate plattegrond van het dorp en de omgeving. Een van de boerderijen sprong er een beetje uit (zie boven). Het leek wel, of daar een heuse stins (versterkte stenen boerderij) staat, compleet met een zeskantige toren. Dat doet denken aan de Tjaarda State uit Rinsumageest. Archief Tresoar heeft daar een mooie tekening van in zijn beeldbank:


Zo'n ontdekking opent perspectieven, het zet de geschidenis van het dorp in een heel ander daglicht. Een onbekende stins, met mogelijk allerlei spannende verhalen over de bewoners en zo. Dat leek me wel wat.
Alleen... waarom is er in de archieven dan niets terug te vinden van die stins? Van alle andere stinsen staan de archieven bol van de informatie, oorkonden, charters en noem maar op. Het bleef even doorzeuren, tot verre neef Giel met een geheel andere oplossing op de proppen kwam. De zeshoek op de kadasterkaart was helemaal geen verdedigingstoren. Nee hoor, het was slechts een:


juist ja, niets meer dan een zeskantige hooiberg. Weer wat geleerd.

31 mei 2011

Dødsattest av sjømann Iver Iversen

Eergisteren kreeg ik een mailtje van Ineke Smit, die in de BS van Koedijk een overlijdensakte had gevonden van een matroos uit Noorwegen.


Iwer Iwersen werd hij in de akte genoemd, gedateerd op 17 juni 1866. Het leek wel aardig om die informatie door te spelen naar Noorwegen en dus ging ik op zoek naar een Noorse genealogische club.
Die werd al snel gevonden in de vorm van DIS-Norge en er werd een mailtje aan gewaagd, met de vraag of zij wellicht iets met de gegevens konden doen. Eventuele familie in Noorwegen zou er blij mee zijn. Om de aandacht te trekken besloot ik om dan maar een mail in het Noors te maken en te versturen. In no-time kwam er antwoord, dat ze best geïnteresseerd waren en of ze de scan van de akte mochten zien. Uiteraard mocht dat en het mailverkeer ging weer de andere kant op.
Het Nederlands in de akte bleek best te lezen te zijn, op een paar uitzonderingen na, te weten de leeftijd van de overledene (18 jaar en 11 maanden). Die informatie ging ook weer richting Noorwegen en binnen een uur kwam een scan van het geboorte- en doopregister uit 1847 deze kant op. Met daar de gegevens van ene Iver Iversen, geboren op 14 juli. Ten tijde van zijn overlijden was hij dus 18 jaar, 11 maanden en 3 dagen oud.


Kortom, weer een bewijs voor de kracht van internet, waarmee je binnen een dag of twee zeer goede resultaten kunt boeken.
En nu dan de vraag die allang zal zijn opgekomen: “Hoezo, een mailtje in het Noors, spreek jij dat dan?”. Het antwoord is: je, een beetje – ik heb familie wonen in Oslo – maar niet genoeg om over dit soort onderwerpen een leesbare tekst te produceren. Maar met hulp van Google Translation blijkt het heel goed te gaan.
En de titel van dit stuk? Dat is Noors voor "Overlijdensacte van matroos Iver Iversen".

29 mei 2011

Een oude klassefoto

In de nagelaten papieren van mijn moeder zit ook een oude klassefoto, gemaakt toen ze op de Kweekschool in Amsterdam zat, ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw. Verdere gegevens onbekend, er staat ook niets op de achterkant van de afdruk.


Uiteraard heb ik verhalen gehoord over die schooltijd, maar als klein jongetje vind je dat niet echt interessant. Die gaan dus het ene oor in en het andere oor weer uit, zogezegd. Alleen bepaalde details zijn me bijgebleven, zoals het enge verhaal dat enkele klasgenoten in de oorlog waren ‘verdwenen’. Hoe kan iemand nou zomaar verdwijnen? Nadere uitleg kreeg ik niet, want daar werd niet over gepraat.
Pas veel later krijg je in de gaten wat er met de cryptische zin werd bedoeld, namelijk: gearresteerd door de bezetter, afgevoerd naar een concentratiekamp om daar vermoord te worden.
Maar om wie ging het nou eigenlijk? Ik ben bang dat niemand die op de foto staat nog in leven is, dus aan hen kan ik het niet meer vragen. De nieuwsgierigheid blijft echter en om toch antwoord te krijgen ben ik gaan spitten. Om uiteindelijk in het Stadsarchief van Amsterdam het antwoord op mijn vraag te vinden.


De Kweekschool voor Onderwijzers en Onderwijzeressen, zoals deze voorloper van de PABO toen heette, hield er albums op na. Met daarin foto’s van belangrijke gebeurtenissen, zoals het afscheid van een directeur, buitenschoolse activiteiten (een excursie naar Het Gooi, bijvoorbeeld) en een verzameling klassenfoto’s. Die laatste waren ingeplakt met een stukje calqueerpapier er over heen, met daarop bijna alle namen. En deze foto uit 1933 is dus een ware goudmijn.


Eindelijk wist ik de namen van de leerlingen die op de foto stonden, inclusief de twee Joodse jongens die de oorlog niet hebben overleefd. Via de website van het Joods Monument kwam ik er achter waar ze zijn overleden. En ik ben in de gelegenheid om de foto’s van Bram van Dam en Arnold Houtkruijer toe te voegen aan het Joods Monument. Dat is vandaag gebeurd.



Update: Dank voor de correctie, Maarten, ik had inderdaad in de haast Krefeld getypt in plaats van Kreveld. Ik heb het onderstuk van de foto aangepast. Regina (roepnaam Gien) van Kreveld woonde in de Retiefstraat 37 in Amsterdam en haar naam staat niet in het overzicht van het Joods Monument. Uit de Retiefstraat zijn wel veel Joden weggevoerd in de oorlog.

13 mei 2011

Ga het even niet NA

Tsja, dat is vervelend. Het Nationaal archief (NA) is lang bezig geweest met de bouw van een nieuwe website en nu het ding er eenmaal is, blijken de DTB's van Zuid-Holland even niet zichtbaar te zijn. Getuige de volgende melding:


Terwijl de scans op de oude website prima te zien waren. Eventjes geduld dan maar, hoewel niet iedereen dat kan opbrengen. Her en der op internet komen mensen al met een oplossing voor het probleem aanzetten. Heel simpel: ga door een achterdeurtje naar binnen en maak je meester van de originele scans...
De vraag is, of dat zomaar is toegestaan. Misschien is er wettelijk niets aan de hand (ik ben geen jurist, dus ik weet het niet) maar moreel is het niet in de haak. Er werd zelfs serieus voorgesteld om een downloadrobot op de website los te laten, om zo alle scans binnen te halen. Moet je vooral gaan doen ja, en dan niet vreemd opkijken als de explotant van de site de handel meteen weer op slot zet. O ja, en dan gaan ze ook nog klagen over het feit dat die originele scans die binnen in de website zitten absurd groot zijn... Wat lopen er toch vreemde types rond.
Ze doen maar, ik hoop alleen dat het geen averechtse effecten gaat hebben. Wat de kinderziektes betreft hebben ze bij het NA nog wel last van meer dingen. Neem de zoekmachine, die ook foto's kan opsporen. Het leuke is, dat je met de muiswijzer op een foto kunt gaan staan, waarna meteen een beschrijving opduikt. Jammer is alleen dat die pop-ups grotendeels buiten beeld vallen. Er is ook een weergave van de ALT-tekst van het plaatje, maar die geeft maar een paar woorden weer.


We zullen maar even een sprongetje maken van NA naar NS, en de aldaar gebruikelijke melding voor lief nemen: "Excuses voor het ongemak". Intussen ga ik eens juridisch advies inwinnen over het in massa downloaden van beeldmateriaal van een site. Kijken in hoeverre dat strafbaar is.

Update: Ik heb informatie ingewonnen en het blijkt dat het downloaden van bestanden via een deeplink (dus vanuit het midden van een website, zeg maar) niet strafbaar is. Maar... het gaat hier wel om zeer grote bestanden die normaliter nooit over de lijn worden gestuurd. Worden ze toch van de site geplukt, dan betekent dat een sterke toename van dataverkeer. De exploitant van de site kan daardoor hogere kosten krijgen en die kunnen dus weer verhaald worden op degene die de bestanden aan het downloaden is.

06 mei 2011

Nieuwe website voor Nationaal Archief

Update 2 Nu nog maar een nachtjes slapen en dan komt de nieuwe website van het Nationaal Archief online te staan. Het moet een zogeheten one-stop-shop worden, een enkel loket waar je terecht kunt met je vragen, kunt grasduinen in de collecties en bijvoorbeeld ook stukken kunt aanvragen.
Ik heb er een stukje over geschreven in Automatisering Gids, alleen is dat uitsluitend zichtbaar voor onze abonnees. Om dat bezwaar voor dit ene artikel te ondervangen heb ik even een kopie gemaakt:


Klik met de linkermuisknop op het plaatje en de tekst komt groter in beeld. Dat leest wel zo makkelijk.

Gauw, bel de boomchirurg!

Dat was dus even schrikken. Had ik net besloten dat een van de takjes in mijn stamboom incorrect was en dus beter verwijderd kon worden, blijkt nu dat die tak er wel degelijk bijhoort! Lees verder en zie hoe een kleine omissie in een transcriptie grote gevolgen kan hebben.
Hoe zat het ook alweer in elkaar? Mijn voormoeder Trijntje Harmens trouwde in 1706 met Hendrik Adamsz uit Koningsbergen. Het echtpaar laat een aantal kinderen dopen in Amsterdam en bij de eerste twee zijn de getuigen: Bouwentje Jans en Neeltje Harmens. De eerste is een vriendin, de tweede is de zuster. Beide getuigen zijn ook aanwezig bij een eerdere doop in Amsterdam (op 12 december 1702)


Waaruit ik de conclusie trok, dat Trijntje Harmens eerder getrouwd is geweest met Sijmen Jansz. Dat huwelijk is gesloten in West-Vlieland, in 1700. Het eerste kind van dit echtpaar werd geboren op Vlieland, namelijk:

Vlieland, dopen, doopjaar 1700
Dopeling: Jan
Gedoopt op 24 oktober 1700 in West-Vlieland
Kind van Simon Jansen en Trinten Harmes Swavelstock
En dat had ik dus keurig opgenomen in mijn stamboomprogramma. Maar toen, toen begon de twijfel toe te slaan. Want bij het huwelijk in 1706 te Amsterdam stond niet dat de bruid eerder getrouwd was. Ik dacht toen nog: het huwelijk was wellicht op een volgens hoofdstedelijke begrippen ver eiland en in Amsterdam hadden ze daar niet direct een boodschap aan. De twijfel werd echter heel groot na het lezen van de volgende vermelding op de website van Tresoar:
Vlieland, huwelijken 1706
Vermelding: Derde proclamatie op 18 april 1706
Man : Hendrik Adamsz afkomstig van Koningsbergen
Vrouw : Trintjen Harmis afkomstig van West-Vlieland
En toen was het dus echt problematisch. Op zo'n eiland kende iedereen elkaar en als er onder valse voorwendsels een huwelijk gesloten zou worden, dan was er vast wel iemand die daar bezwaar tegen ging maken. Maar nee, alle drie de afroepingen in de kerk van het voorgenomen huwelijk bleven 'ongestuit' zoals dat zo mooi heet. Degene die de transcriptie heeft gemaakt, zette er steeds keurig bij als een van de partijen reeds eerder getrouwd was. Hier stond dat niet.
Ik greep dus de zaag en zette die resoluut in de tak. Het zal wel een naamgenoot van mijn Trijntje zijn geweest die in 1700 trouwde met Sijmon Jansz. Zo, tak eraf, blogpost over geschreven, klaar! Op naar het volgende stukje onderzoek.
O ja, toch nog maar even voor de zekerheid de originele inschrijving van de ondertrouw opgezocht, kijken hoe het er precies staat. En wat denk je?


Ja hoor, Trintie Harmis, weduwe van hier. Er was dus toch een eerder huwelijk en ik kon de weggezaagde tak dus weer keurig terugzetten. Een boomchirurg had ik niet nodig, want de tak was nog aanwezig in Aldfaer. Ik had alleen de koppeling tussen Trijntje Harmens en Simon Jansz verbroken. Met een enkele muisklik en het opnieuw invullen van de huwelijksgegevens was alles weer zoals het was. Maar nu met meer zekerheid.
Dit alles betekent dus, dat ik weer een nieuw onderzoekspunt heb en ik kan daarnaast met zekerheid zeggen:
Welcome back, Sijmon Jansz
Dit toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is dat alle vondsten worden geverifieerd bij de bron. En dat is geen transcriptie, maar (desnoods een afbeelding van) het originele document.

23 april 2011

De zaag d'r in!

Takken van bomen kunnen er aan de buitenkant nog mooi uitzien, terwijl ze van binnen behoorlijk rot zijn. Ook bij stambomen is dat soms het geval: een familietak ziet er zeer solide uit, maar blijkt te berusten op verkeerde aannames. Wat doe je in zo'n geval? De zaag er in zetten, hoe vervelend dat ook is.


Het heeft misschien jaren gekost om die tak uit te zoeken, maar dat is dan jammer. De boom moet compleet solide zijn, zonder rotte takken. Bij mijn eigen stamboom bleek ik de mist te zijn ingegaan bij mijn voormoeder Trijntje Harmens, die in 1706 trouwde met Hendrick Adamsz Keijser. Op basis van 'circumstantial evidence' had ik ooit bedacht dat zij daarvoor eerder was getrouwd met Sijmon Jansz. Zo lieten Sijmon en Trijntje in 1702 een zoontje dopen in Amsterdam, met als getuige Bouwentje Jans. Die Bouwentje Jans was ook weer getuige bij de doop van Adam, de eerste zoon van Hendrick en Trijntje.
Het leek allemaal zo goed in elkaar te passen, maar het bleek toch om een naamgenote te gaan. Door dat zogenaamde eerste huwelijk uit de stamboom te gooien bleek meteen een ander probleempje te zijn opgelost. Want in de ondertrouwakte te Amsterdam stond helemaal niet dat Trijntje weduwe was.


Ik moet ooit gedacht hebben: haar ouders zijn dood, en er is bij de inschrijving van de ondertrouw verder niet gevraagd naar een eerder huwelijk, dus het zal wel goed zijn. Beginnersfoutje, dus. Nooit aannemen dat iets klopt als je er geen bewijs voor kunt laten zien. Zo bleek ik de ondertrouwdatum ook ingevuld te hebben voor het veld waar normaliter de datum van het huwelijk staat. Ook dat maar weer even gecorrigeerd, ik was toch bezig. En toen vond ik op de website van historisch centrum Tresoar ook nog de volgende vermelding:


Deze was me niet eerder opgevallen vanwege de afwijkende schrijfwijze van de naam. Pas sinds kort vermeldt Tresoar ook de gestandaardiseerde namen, andesr had ik deze al eerder kunnen vinden. En de overmijdelijke conclusie is nu:

Goodbye, Symon Jansz

En wat gebeurt er nu met de afgezaagde tak? Ik zelf gooi hem weg, maar mogelijk is hij nog ergens op internet achtergebleven. Dus: mensen, pas op! Struikel er niet over!

09 april 2011

Aangegeven: een kinderlijkje

Bij het doorspitten van de tienjarentafels overlijden van Zaandam kwam ik aan het eind van het rijtje Keijzers de volgende vermelding tegen:


En dat staat er dus heel klinisch, een gevonden kinderlijkje. Eng idee, maar het prikkelt toch de nieuwsgierigheid. Even de akte er bij gezocht, en dan zie je:


Het blijkt dus om een pasgeboren meisje te gaan, dat uit het water van de Zaan is opgevist door de veldwachter. En van een lijk, hoe klein het ook is, moet aangifte worden gedaan. Naamloos, in dit geval. In Zaandam zelf zal dit best voor opwinding hebben gezorgd. Lokale kranten uit die tijd zijn niet direct voorhanden, dus dan maar even kijken of dit nieuws ook in andere dagbladen terecht is gekomen. En ja, via de website van de Koninklijke Bieb wordt duidelijk hoe dit nieuws in de kolommen is gekomen:


In anderhalve regel wordt het drama vermeld. En dan zit je toch met de vraag wat voor verhaal hier achter zit. Welke wanhopige moeder heeft haar kindje misschien in het water gegooid? Of is het meiske wellicht overboord geslagen? We zullen het nooit weten.

06 april 2011

Genealogische weelde in het Weeshuis - 2

Als mijn nieuwsgierigheid eenmaal is gewekt, dan wil ik ook echt alles te weten komen. Zoals al eerder vermeld had ik een inschrijving van een familielid in het Burger Weeshuis in Amsterdam ontdekt. Op een van de papieren zag ik het volgende staan:


Wat zoveel betekent als: kind is binnengekomen zonder bezittingen, de boedel uit het sterfhuis is van zich geworpen (= niet aanvaard) zie voor details invent[ari]s b[oe]k 42, bladnummer 42.
Okee, dat is duidelijk, verdere informatie is te vinden in inventarisboek 42. Vraag: waar is dat boek en hoe kun je er in kijken? Eerst maar eens door de hele inventaris heenlopen, op zoek naar boek 42. Niet te vinden, maar wel een lijstje met inventarisboeken:


Nu werd het even een kwestie van beredeneren. Stel dat het eerste boek in de reeks, met inventarisnummer 652, in werkelijkheid het nummer 1 heeft, dan heeft boek 693 dus het nummer 42. Uit de lijst kun je halen dat de serie boeken compleet en opvolgend is, dus de redenering kan kloppen. Te controleren door de proef op de som te nemen en in het archief inventarisnummer 693 aan te vragen.
En wat kreeg ik op mijn tafel?


Precies, inventarisboek nummer 42. Gauw doorbladeren naar folio 42 en ja hoor, op dat blad en enkele volgende bladen staat de complete inventaris van het sterfhuis. Nu heb ik er dus weer een taakje bij: een transcriptie maken van die inventaris. Geef toe, er zijn ergere dingen, toch?

24 maart 2011

Genealogische weelde in het Weeshuis

Op zoek naar gegevens van een Amsterdams familielid uit de 18e eeuw kreeg ik een ondertrouwakte onder ogen. Met veel moeite kon ik de tekst ontcijferen en toen bleek dat de bruidegom werd geassisteerd door <*onleesbaar*> uit het Burger Weeshuis. De naam van de getuige was ook niet zo belangrijk, wel het feit dat de gezochte bindingen had met het Burger Weeshuis en daar mogelijk een tijd had gewoond. Uit eerder onderzoek wist ik al dat zijn ouders dood waren en dat opname in een weeshuis dus voor de hand lag. Vraag was alleen wèlk huis dat geweest was.
De familie was Luthers, dus het Lutherse weeshuis lag voor de hand. Maar die aanwijzing in de ondertrouwakte vond ik toch veelbelovend. Omdat van de weeshuizen nog maar heel weinig op internet te vinden is, was een lijfelijk bezoekje aan het Stadsarchief toch nodig. Even de originelen raadplegen, wie weet wat daar in staat. Thuis natuurlijk voorwerk gedaan door de inventaris te bekijken en alvast een keuze te maken. Je kunt uiteraard "tig" originelen opvragen, maar je moet ook de tijd hebben om ze door te lezen. Een selectie vooraf is dan het beste.

Even tussendoor: de mooie tekening van de poort van het Burger Weeshuis hierboven komt uit een boekje dat 104 jaar geleden is uitgegeven door de Het Nieuws van den Dag. De titel luidt: Oud-Amsterdam, 100 stadsgezichten gemaakt door L.W.R. Wenckebach.

Het archief van het Burger Weeshuis heeft toegangsnummer 367.A (die punt hoort er beslist in en ook de hoofdletter is verplicht). Enig speuren bracht me op de volgende boeken:

616 - 628 Kinderboeken, vermeldende de namen der opgenomen kinderen, met die hunner ouder, met alphabetische index

Ik moest boek nummer 627 hebben en mijn vermoeden werd bevestigd toen ik de index bekeek, want Coenraad Balthaser bleek inderdaad in het Burger Weeshuis te zijn opgenomen na het overlijden van zijn ouders.


Gauw naar de achterkant van blad nummer 49 (er staat 49 vo. in de index en dat betekent folio 49 verso, ofwel de achterkant). En daar kreeg ik verrassing nummer twee:


Een zeer uitgebreid overzicht van het kind, inclusief doopdatum, trouwdatum van zijn ouders (ik had alleen de ondertrouwdatum), de datum waarop vader poorter werd (had ik niet) het beroep van de vader (wist ik niet) en de data waarop de ouders zijn begraven, inclusief de naam van het kerkhof. Die laatste gegevens had ik al wel gevonden en dus kon ik zien dat ze de gegevens van vader en moeder hadden verwisseld. Foutjes werden ook in de 18e eeuw gemaakt, zo blijkt wel weer. En de datum waarop Coenraad in het Weeshuis werd opgenomen.
Onderaan de inschrijving stond een zeer mooie aanvulling, namelijk de namen en leeftijden van alle kinderen uit het eerdere huwelijk van de moeder. Aangeduid als broeders en zusters ten halve bedde, wat we nu stiefbroertjes en -zusjes zouden noemen.
Ik had al een heleboel informatie, maar er zou nog meer komen. In boek nummer 629, een alfabetische index van ingekomen en uitgegane kinderen, stond ook een beschrijving van Coenraad. Daar las ik dat hij een opleiding tot loodgieter had gekregen en dat hij het Weeshuis mocht verlaten om in het leger te gaan dienen.


Een volgende zoektocht zal gericht zijn op de boedelboeken van het Weeshuis, met hopelijk meer gegevens over de goederen die het Weeshuis kreeg in ruil voor de opvang, opvoeding en verpleging van de weesjongen. Toegegeven, het kost wat moeite, maar ik kan deze bron van harte aanbevelen.

09 maart 2011

Controleer echt ALTIJD de bron

Internet is een rijke bron van informatie, maar die info hoeft niet altijd correct te zijn. Soms is het wel makkelijk om gegevens van het web tijdelijk voor waar aan te nemen en in te vullen in de kwartierstaat. Vooral aan de bovenste takken van de boom. In mijn geval ging het om het huwelijk tussen Coenraad Oosterlaak en Hendrikje Dorland. Speuren op internet bracht een aantal sites aan het licht, en die vermeldden allemaal dat het huwelijk heeft plaatsgevonden te Putten, na een ondertrouw in Amsterdam. Bijvoorbeeld op deze manier:


In het Stadsarchief van Amsterdam is dit mooi te controleren. Daar staan de ondertrouw-akten op microfiche en dan ziet het er zo uit:


Zie je wel, daar staat het, acte verleend om tot Putten te trouwen. Mooi, ook weer opgelost. Hoewel, het huwelijk is in Putten helemaal niet te vinden... Merkwaardig, misschien dat ze dan in een andere kerk in Putten waren getrouwd? Nee, ook dat was het niet. Het was meer een gevalletje van te snel de acte lezen. Nog maar eens doen, en dan goed. Dan zien we het volgende:


Linksboven staat de plaatsnaam Loenen. Met andere woorden het stel is niet getrouwd in Putten (Gelderland) maar in Loenen (Utrecht). Links onderaan de ondertrouwakte staat bovendien een vierkante haak, ten teken dat de akte daar dus ophoudt! De opmerking over Putten blijkt te slaan op de volgende akte op de pagina. Die volgende inschrijving was:


Een heel ander stel trouwlustigen dus. Via de website Van Papier naar Digitaal (vpnd.nl) komt dan de inschrijving van het andere huwelijk in Putten naar voren:


Zo, weer een stukje van de puzzel opgelost. En nu moet ik alle webmasters die het Puttense huwelijk hebben vermeld nog even wijzen op de fout. En proberen op korte termijn langs het Utrechts Archief te gaan om het huwelijk te Loenen te verifiëren...

03 maart 2011

Verdwenen, verdwenen en gevonden!

Ik was in het archief op zoek naar sporen van mijn overoudoom (de broer van mijn overgrootvader is dat). Hij is geboren in Zaandam en kwam op een gegeven moment in Budel (Noord-Brabant) terecht. In het bevolkingsregister vond ik wel wat, maar voor het echte werk moest ik toch naar het archief. Temeer daar hij plotseling een tijd uit Budel was verdwenen, om op te duiken in Alkmaar.
Om het notarieel te raadplegen moet je echt lijfelijk naar het archief, de akten staan niet op internet. Gelukkig was Budel niet zo groot en hadden ze maar één notaris. Dat maakt het zoeken een stuk eenvoudiger, op voorwaarde dat overoudoom Hendrik niet naar een buurgemeente was gegaan. Afijn, ik vraag het repertorium van de enige notaris aan en ben vervolgens een uurtje bezig om daar doorheen te worstelen. Het resultaat was een lijstje met jaartallen en aktenummers.
Toen werd het pas echt leuk, want ik ging de minuutakten aanvragen. In totaal 9 jaren, allemaal opeenvolgend dus die mochten op één aanvraagbriefje. Niet veel later hoorde ik een karretje aan komen rijden, met daarop de 9 pakken minuutakten. Elk met een dikte van een centimeter of 8 à 9. Dus ik kreeg een stapel van zo'n driekwart meter op mijn tafel. De archivaris bekeek de stapel, bekeek mij en zei toen bezorgd: "U weet toch dat we om 5 uur sluiten, hè?"
Gelukkig hoefde ik niet alle aktes stuk voor stuk door te lezen, ik hoefde alleen maar de juiste akten in de stapel te zoeken. En dan blijkt, dat niet alle minuten bewaard zijn gebleven. Redelijk frustrerend, want uit bijvoorbeeld een verkoopakte kun je kadastrale gegevens halen. Ik noem maar iets.
Een heel mooie, waar ik naar uitkeek, was een machtiging, waarin Hendrik zijn vrouw de volledige zeggenschap en handelingsbekwaamheid verleende. Akte 117 van 1870 moest ik hebben. Nou, het ligt er natuurlijk duimendik bovenop, na akte 116 lag keurig akte 118 op de stapel.
Tsja, wat doe je dan? Even tandenknarsen en dan maar accepteren dat de akte er niet is. Overoudoom weg, akte weg... Dat zag er niet zo mooi uit. En toch maar gewoon naar de volgende akte, uit 1871 dit keer, over een verkoop door de vrouw van Hendrik Keijzer. Akte 6, 1871 was het. Die zat gelukkig wel in de stapel. En wàt zat daar met een lias-draadje aan vast gehecht? Zie hieronder.


Update: En onvermijdelijk komt dan de vraag: wat is een "lias" dan wel? We kennen het woord natuurlijk uit de naam Genlias en we weten ook wel een beetje wat het is (verzameling bij elkaar horende papieren). Maar... waar komt het woord vandaan. Echt zo'n vraagje om de archivaris mee lastig te vallen, met het gevaar dat hij of zij er een slapeloze nacht van heeft. Gelukkig wist mijn slachtoffer binnen een kwartier het juiste antwoord te vinden in de etymologiebank, namelijk:

lias [snoer] {liasse, lyache 1390-1466} < middeleeuws latijn liacium, ligacia [bundel], van ligare [binden, vastbinden, verbinden]

Voor de volledigheid plaats ik ook nog even een foto van de lias die ik tegenkwam. Het is een tweekleurige draad waarmee akten aan elkaar genaaid worden. De uiteinden van de draad worden met een stukje papier vastgeplakt en terwijl de lijm nog vochtig is knijpt de notaris zijn zegel er op. Dit ziet er dan zo uit:


(met dank aan Christian van der Ven)

25 februari 2011

De molen(s) van Elburg

Aan de zuidkant van Elburg stonden zo'n 450 jaar geleden drie molens, van het type standerdmolen. Die molens - ook wel staakmolens geheten - konden op de wind worden gezet door het hele molenhuis te draaien rond een centrale staak of standaard. Alledrie de molens zijn inmiddels verdwenen. De eerste legde rond 1700 het loodje, molen nummer 2 was verdwenen voor 1832 en de derde molen is afgebroken in 1896.
Gelukkig is er nog wel een foto van bewaard gebleven, en die is gepubliceerd in het Molenboek, een uitgave van de plaatselijke oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop. Mijn voorouders hebben in de 18e eeuw op die derde molen gewerkt en gewoond, vandaar dat ik er een bijzondere belangstelling voor heb. Het leek me leuk om van die molen een 3D-model in de computer te maken, om dat later te gebruiken in een driedimensionaal model van Elburg en omgeving.
Dat werd dus een paar avondjes driftig ploeteren, aan de hand van de getoonde foto en foto's van andere standerdmolens. Gelukkig zijn er in Nederland nog een paar molens van dat type bewaard gebleven en die zien er bijan allemaal hetzelfde uit. Er zijn natuurlijk wat kleine verschilletjes, maar het basisontwerp is hetzelfde.


Het model is klaar, zoals op de tweede afbeelding te zien is. Omdat het voorbeeld alleen in zwart/wit beschikbaar is (het is tenslotte een foto van meer dan 100 jaar oud) heb ik een beetje moeten gokken voor de juiste kleuren. De kans is natuurlijk groot dat ik er met mijn kleurkeuze helemaal naast zit, maar het resultaat oogt wel prettig, vind ik.
En als de molen in een compleet model is geplaatst, met struikgewas, bomen, huizen en dergelijke er omheen, is het resultaat hopelijk nog levensechter. Het blijft altijd gokken, want in 1560 bestonden camera's nog niet en ook zijn er - voor zover ik dat heb kunnen nagaan - geen schilders geweest die de molen hebben vereeuwigd. Wel is er een gravure uit 1674 waar de molen heel in de verte op staat, maar die is uiteraard ook in zwart/wit.

Wie ideeën heeft voor een betere kleurstelling mag hieronder een reactie plaatsen. Graag zelfs, want mijn fantasie is een beetje uitgeput.

Update: Op internet vond ik een mooi vulpatroon van oude planken, goed bruikbaar voor het aankleden van de molen. Hij wordt nu opeens een stuk "echter". Als je er dan ook nog een dramatische wolkenlucht achter plakt, dan ontstaat het volgende beeld:


Volgende stap is het fatsoeneren van de wieken. Ik denk dat ik de zeilen er maar op zet, want anders moet ik alle tussenruimten van het raamwerk aanbrengen en dat is een helse klus. En smokkelen door er gewoon een patroon van kruisende lijnen op te zetten werkt ook niet, want dan kun je er niet doorheen kijken. Nee, het worden de zeilen.

Update2: De zeilen zitten er op, de wieken zijn gefatsoeneerd en de rest van de molen is ook bedekt met een houtmotief. Ik heb maar weer een screendump gemaakt van de molen voor de imposante wolkenlucht. De foto kan worden vergroot door er op te klikken.