06 juni 2011

Een stins ontdekt in Goënga!


Bij het maken van een 3D-model van het dorp Goënga in Friesland maak ik gebruik van de kadasterkaart uit 1832. Een accurate plattegrond van het dorp en de omgeving. Een van de boerderijen sprong er een beetje uit (zie boven). Het leek wel, of daar een heuse stins (versterkte stenen boerderij) staat, compleet met een zeskantige toren. Dat doet denken aan de Tjaarda State uit Rinsumageest. Archief Tresoar heeft daar een mooie tekening van in zijn beeldbank:


Zo'n ontdekking opent perspectieven, het zet de geschidenis van het dorp in een heel ander daglicht. Een onbekende stins, met mogelijk allerlei spannende verhalen over de bewoners en zo. Dat leek me wel wat.
Alleen... waarom is er in de archieven dan niets terug te vinden van die stins? Van alle andere stinsen staan de archieven bol van de informatie, oorkonden, charters en noem maar op. Het bleef even doorzeuren, tot verre neef Giel met een geheel andere oplossing op de proppen kwam. De zeshoek op de kadasterkaart was helemaal geen verdedigingstoren. Nee hoor, het was slechts een:


juist ja, niets meer dan een zeskantige hooiberg. Weer wat geleerd.

31 mei 2011

Dødsattest av sjømann Iver Iversen

Eergisteren kreeg ik een mailtje van Ineke Smit, die in de BS van Koedijk een overlijdensakte had gevonden van een matroos uit Noorwegen.


Iwer Iwersen werd hij in de akte genoemd, gedateerd op 17 juni 1866. Het leek wel aardig om die informatie door te spelen naar Noorwegen en dus ging ik op zoek naar een Noorse genealogische club.
Die werd al snel gevonden in de vorm van DIS-Norge en er werd een mailtje aan gewaagd, met de vraag of zij wellicht iets met de gegevens konden doen. Eventuele familie in Noorwegen zou er blij mee zijn. Om de aandacht te trekken besloot ik om dan maar een mail in het Noors te maken en te versturen. In no-time kwam er antwoord, dat ze best geïnteresseerd waren en of ze de scan van de akte mochten zien. Uiteraard mocht dat en het mailverkeer ging weer de andere kant op.
Het Nederlands in de akte bleek best te lezen te zijn, op een paar uitzonderingen na, te weten de leeftijd van de overledene (18 jaar en 11 maanden). Die informatie ging ook weer richting Noorwegen en binnen een uur kwam een scan van het geboorte- en doopregister uit 1847 deze kant op. Met daar de gegevens van ene Iver Iversen, geboren op 14 juli. Ten tijde van zijn overlijden was hij dus 18 jaar, 11 maanden en 3 dagen oud.


Kortom, weer een bewijs voor de kracht van internet, waarmee je binnen een dag of twee zeer goede resultaten kunt boeken.
En nu dan de vraag die allang zal zijn opgekomen: “Hoezo, een mailtje in het Noors, spreek jij dat dan?”. Het antwoord is: je, een beetje – ik heb familie wonen in Oslo – maar niet genoeg om over dit soort onderwerpen een leesbare tekst te produceren. Maar met hulp van Google Translation blijkt het heel goed te gaan.
En de titel van dit stuk? Dat is Noors voor "Overlijdensacte van matroos Iver Iversen".

29 mei 2011

Een oude klassefoto

In de nagelaten papieren van mijn moeder zit ook een oude klassefoto, gemaakt toen ze op de Kweekschool in Amsterdam zat, ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw. Verdere gegevens onbekend, er staat ook niets op de achterkant van de afdruk.


Uiteraard heb ik verhalen gehoord over die schooltijd, maar als klein jongetje vind je dat niet echt interessant. Die gaan dus het ene oor in en het andere oor weer uit, zogezegd. Alleen bepaalde details zijn me bijgebleven, zoals het enge verhaal dat enkele klasgenoten in de oorlog waren ‘verdwenen’. Hoe kan iemand nou zomaar verdwijnen? Nadere uitleg kreeg ik niet, want daar werd niet over gepraat.
Pas veel later krijg je in de gaten wat er met de cryptische zin werd bedoeld, namelijk: gearresteerd door de bezetter, afgevoerd naar een concentratiekamp om daar vermoord te worden.
Maar om wie ging het nou eigenlijk? Ik ben bang dat niemand die op de foto staat nog in leven is, dus aan hen kan ik het niet meer vragen. De nieuwsgierigheid blijft echter en om toch antwoord te krijgen ben ik gaan spitten. Om uiteindelijk in het Stadsarchief van Amsterdam het antwoord op mijn vraag te vinden.


De Kweekschool voor Onderwijzers en Onderwijzeressen, zoals deze voorloper van de PABO toen heette, hield er albums op na. Met daarin foto’s van belangrijke gebeurtenissen, zoals het afscheid van een directeur, buitenschoolse activiteiten (een excursie naar Het Gooi, bijvoorbeeld) en een verzameling klassenfoto’s. Die laatste waren ingeplakt met een stukje calqueerpapier er over heen, met daarop bijna alle namen. En deze foto uit 1933 is dus een ware goudmijn.


Eindelijk wist ik de namen van de leerlingen die op de foto stonden, inclusief de twee Joodse jongens die de oorlog niet hebben overleefd. Via de website van het Joods Monument kwam ik er achter waar ze zijn overleden. En ik ben in de gelegenheid om de foto’s van Bram van Dam en Arnold Houtkruijer toe te voegen aan het Joods Monument. Dat is vandaag gebeurd.



Update: Dank voor de correctie, Maarten, ik had inderdaad in de haast Krefeld getypt in plaats van Kreveld. Ik heb het onderstuk van de foto aangepast. Regina (roepnaam Gien) van Kreveld woonde in de Retiefstraat 37 in Amsterdam en haar naam staat niet in het overzicht van het Joods Monument. Uit de Retiefstraat zijn wel veel Joden weggevoerd in de oorlog.

13 mei 2011

Ga het even niet NA

Tsja, dat is vervelend. Het Nationaal archief (NA) is lang bezig geweest met de bouw van een nieuwe website en nu het ding er eenmaal is, blijken de DTB's van Zuid-Holland even niet zichtbaar te zijn. Getuige de volgende melding:


Terwijl de scans op de oude website prima te zien waren. Eventjes geduld dan maar, hoewel niet iedereen dat kan opbrengen. Her en der op internet komen mensen al met een oplossing voor het probleem aanzetten. Heel simpel: ga door een achterdeurtje naar binnen en maak je meester van de originele scans...
De vraag is, of dat zomaar is toegestaan. Misschien is er wettelijk niets aan de hand (ik ben geen jurist, dus ik weet het niet) maar moreel is het niet in de haak. Er werd zelfs serieus voorgesteld om een downloadrobot op de website los te laten, om zo alle scans binnen te halen. Moet je vooral gaan doen ja, en dan niet vreemd opkijken als de explotant van de site de handel meteen weer op slot zet. O ja, en dan gaan ze ook nog klagen over het feit dat die originele scans die binnen in de website zitten absurd groot zijn... Wat lopen er toch vreemde types rond.
Ze doen maar, ik hoop alleen dat het geen averechtse effecten gaat hebben. Wat de kinderziektes betreft hebben ze bij het NA nog wel last van meer dingen. Neem de zoekmachine, die ook foto's kan opsporen. Het leuke is, dat je met de muiswijzer op een foto kunt gaan staan, waarna meteen een beschrijving opduikt. Jammer is alleen dat die pop-ups grotendeels buiten beeld vallen. Er is ook een weergave van de ALT-tekst van het plaatje, maar die geeft maar een paar woorden weer.


We zullen maar even een sprongetje maken van NA naar NS, en de aldaar gebruikelijke melding voor lief nemen: "Excuses voor het ongemak". Intussen ga ik eens juridisch advies inwinnen over het in massa downloaden van beeldmateriaal van een site. Kijken in hoeverre dat strafbaar is.

Update: Ik heb informatie ingewonnen en het blijkt dat het downloaden van bestanden via een deeplink (dus vanuit het midden van een website, zeg maar) niet strafbaar is. Maar... het gaat hier wel om zeer grote bestanden die normaliter nooit over de lijn worden gestuurd. Worden ze toch van de site geplukt, dan betekent dat een sterke toename van dataverkeer. De exploitant van de site kan daardoor hogere kosten krijgen en die kunnen dus weer verhaald worden op degene die de bestanden aan het downloaden is.

06 mei 2011

Nieuwe website voor Nationaal Archief

Update 2 Nu nog maar een nachtjes slapen en dan komt de nieuwe website van het Nationaal Archief online te staan. Het moet een zogeheten one-stop-shop worden, een enkel loket waar je terecht kunt met je vragen, kunt grasduinen in de collecties en bijvoorbeeld ook stukken kunt aanvragen.
Ik heb er een stukje over geschreven in Automatisering Gids, alleen is dat uitsluitend zichtbaar voor onze abonnees. Om dat bezwaar voor dit ene artikel te ondervangen heb ik even een kopie gemaakt:


Klik met de linkermuisknop op het plaatje en de tekst komt groter in beeld. Dat leest wel zo makkelijk.

Gauw, bel de boomchirurg!

Dat was dus even schrikken. Had ik net besloten dat een van de takjes in mijn stamboom incorrect was en dus beter verwijderd kon worden, blijkt nu dat die tak er wel degelijk bijhoort! Lees verder en zie hoe een kleine omissie in een transcriptie grote gevolgen kan hebben.
Hoe zat het ook alweer in elkaar? Mijn voormoeder Trijntje Harmens trouwde in 1706 met Hendrik Adamsz uit Koningsbergen. Het echtpaar laat een aantal kinderen dopen in Amsterdam en bij de eerste twee zijn de getuigen: Bouwentje Jans en Neeltje Harmens. De eerste is een vriendin, de tweede is de zuster. Beide getuigen zijn ook aanwezig bij een eerdere doop in Amsterdam (op 12 december 1702)


Waaruit ik de conclusie trok, dat Trijntje Harmens eerder getrouwd is geweest met Sijmen Jansz. Dat huwelijk is gesloten in West-Vlieland, in 1700. Het eerste kind van dit echtpaar werd geboren op Vlieland, namelijk:

Vlieland, dopen, doopjaar 1700
Dopeling: Jan
Gedoopt op 24 oktober 1700 in West-Vlieland
Kind van Simon Jansen en Trinten Harmes Swavelstock
En dat had ik dus keurig opgenomen in mijn stamboomprogramma. Maar toen, toen begon de twijfel toe te slaan. Want bij het huwelijk in 1706 te Amsterdam stond niet dat de bruid eerder getrouwd was. Ik dacht toen nog: het huwelijk was wellicht op een volgens hoofdstedelijke begrippen ver eiland en in Amsterdam hadden ze daar niet direct een boodschap aan. De twijfel werd echter heel groot na het lezen van de volgende vermelding op de website van Tresoar:
Vlieland, huwelijken 1706
Vermelding: Derde proclamatie op 18 april 1706
Man : Hendrik Adamsz afkomstig van Koningsbergen
Vrouw : Trintjen Harmis afkomstig van West-Vlieland
En toen was het dus echt problematisch. Op zo'n eiland kende iedereen elkaar en als er onder valse voorwendsels een huwelijk gesloten zou worden, dan was er vast wel iemand die daar bezwaar tegen ging maken. Maar nee, alle drie de afroepingen in de kerk van het voorgenomen huwelijk bleven 'ongestuit' zoals dat zo mooi heet. Degene die de transcriptie heeft gemaakt, zette er steeds keurig bij als een van de partijen reeds eerder getrouwd was. Hier stond dat niet.
Ik greep dus de zaag en zette die resoluut in de tak. Het zal wel een naamgenoot van mijn Trijntje zijn geweest die in 1700 trouwde met Sijmon Jansz. Zo, tak eraf, blogpost over geschreven, klaar! Op naar het volgende stukje onderzoek.
O ja, toch nog maar even voor de zekerheid de originele inschrijving van de ondertrouw opgezocht, kijken hoe het er precies staat. En wat denk je?


Ja hoor, Trintie Harmis, weduwe van hier. Er was dus toch een eerder huwelijk en ik kon de weggezaagde tak dus weer keurig terugzetten. Een boomchirurg had ik niet nodig, want de tak was nog aanwezig in Aldfaer. Ik had alleen de koppeling tussen Trijntje Harmens en Simon Jansz verbroken. Met een enkele muisklik en het opnieuw invullen van de huwelijksgegevens was alles weer zoals het was. Maar nu met meer zekerheid.
Dit alles betekent dus, dat ik weer een nieuw onderzoekspunt heb en ik kan daarnaast met zekerheid zeggen:
Welcome back, Sijmon Jansz
Dit toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is dat alle vondsten worden geverifieerd bij de bron. En dat is geen transcriptie, maar (desnoods een afbeelding van) het originele document.

23 april 2011

De zaag d'r in!

Takken van bomen kunnen er aan de buitenkant nog mooi uitzien, terwijl ze van binnen behoorlijk rot zijn. Ook bij stambomen is dat soms het geval: een familietak ziet er zeer solide uit, maar blijkt te berusten op verkeerde aannames. Wat doe je in zo'n geval? De zaag er in zetten, hoe vervelend dat ook is.


Het heeft misschien jaren gekost om die tak uit te zoeken, maar dat is dan jammer. De boom moet compleet solide zijn, zonder rotte takken. Bij mijn eigen stamboom bleek ik de mist te zijn ingegaan bij mijn voormoeder Trijntje Harmens, die in 1706 trouwde met Hendrick Adamsz Keijser. Op basis van 'circumstantial evidence' had ik ooit bedacht dat zij daarvoor eerder was getrouwd met Sijmon Jansz. Zo lieten Sijmon en Trijntje in 1702 een zoontje dopen in Amsterdam, met als getuige Bouwentje Jans. Die Bouwentje Jans was ook weer getuige bij de doop van Adam, de eerste zoon van Hendrick en Trijntje.
Het leek allemaal zo goed in elkaar te passen, maar het bleek toch om een naamgenote te gaan. Door dat zogenaamde eerste huwelijk uit de stamboom te gooien bleek meteen een ander probleempje te zijn opgelost. Want in de ondertrouwakte te Amsterdam stond helemaal niet dat Trijntje weduwe was.


Ik moet ooit gedacht hebben: haar ouders zijn dood, en er is bij de inschrijving van de ondertrouw verder niet gevraagd naar een eerder huwelijk, dus het zal wel goed zijn. Beginnersfoutje, dus. Nooit aannemen dat iets klopt als je er geen bewijs voor kunt laten zien. Zo bleek ik de ondertrouwdatum ook ingevuld te hebben voor het veld waar normaliter de datum van het huwelijk staat. Ook dat maar weer even gecorrigeerd, ik was toch bezig. En toen vond ik op de website van historisch centrum Tresoar ook nog de volgende vermelding:


Deze was me niet eerder opgevallen vanwege de afwijkende schrijfwijze van de naam. Pas sinds kort vermeldt Tresoar ook de gestandaardiseerde namen, andesr had ik deze al eerder kunnen vinden. En de overmijdelijke conclusie is nu:

Goodbye, Symon Jansz

En wat gebeurt er nu met de afgezaagde tak? Ik zelf gooi hem weg, maar mogelijk is hij nog ergens op internet achtergebleven. Dus: mensen, pas op! Struikel er niet over!

09 april 2011

Aangegeven: een kinderlijkje

Bij het doorspitten van de tienjarentafels overlijden van Zaandam kwam ik aan het eind van het rijtje Keijzers de volgende vermelding tegen:


En dat staat er dus heel klinisch, een gevonden kinderlijkje. Eng idee, maar het prikkelt toch de nieuwsgierigheid. Even de akte er bij gezocht, en dan zie je:


Het blijkt dus om een pasgeboren meisje te gaan, dat uit het water van de Zaan is opgevist door de veldwachter. En van een lijk, hoe klein het ook is, moet aangifte worden gedaan. Naamloos, in dit geval. In Zaandam zelf zal dit best voor opwinding hebben gezorgd. Lokale kranten uit die tijd zijn niet direct voorhanden, dus dan maar even kijken of dit nieuws ook in andere dagbladen terecht is gekomen. En ja, via de website van de Koninklijke Bieb wordt duidelijk hoe dit nieuws in de kolommen is gekomen:


In anderhalve regel wordt het drama vermeld. En dan zit je toch met de vraag wat voor verhaal hier achter zit. Welke wanhopige moeder heeft haar kindje misschien in het water gegooid? Of is het meiske wellicht overboord geslagen? We zullen het nooit weten.

06 april 2011

Genealogische weelde in het Weeshuis - 2

Als mijn nieuwsgierigheid eenmaal is gewekt, dan wil ik ook echt alles te weten komen. Zoals al eerder vermeld had ik een inschrijving van een familielid in het Burger Weeshuis in Amsterdam ontdekt. Op een van de papieren zag ik het volgende staan:


Wat zoveel betekent als: kind is binnengekomen zonder bezittingen, de boedel uit het sterfhuis is van zich geworpen (= niet aanvaard) zie voor details invent[ari]s b[oe]k 42, bladnummer 42.
Okee, dat is duidelijk, verdere informatie is te vinden in inventarisboek 42. Vraag: waar is dat boek en hoe kun je er in kijken? Eerst maar eens door de hele inventaris heenlopen, op zoek naar boek 42. Niet te vinden, maar wel een lijstje met inventarisboeken:


Nu werd het even een kwestie van beredeneren. Stel dat het eerste boek in de reeks, met inventarisnummer 652, in werkelijkheid het nummer 1 heeft, dan heeft boek 693 dus het nummer 42. Uit de lijst kun je halen dat de serie boeken compleet en opvolgend is, dus de redenering kan kloppen. Te controleren door de proef op de som te nemen en in het archief inventarisnummer 693 aan te vragen.
En wat kreeg ik op mijn tafel?


Precies, inventarisboek nummer 42. Gauw doorbladeren naar folio 42 en ja hoor, op dat blad en enkele volgende bladen staat de complete inventaris van het sterfhuis. Nu heb ik er dus weer een taakje bij: een transcriptie maken van die inventaris. Geef toe, er zijn ergere dingen, toch?

24 maart 2011

Genealogische weelde in het Weeshuis

Op zoek naar gegevens van een Amsterdams familielid uit de 18e eeuw kreeg ik een ondertrouwakte onder ogen. Met veel moeite kon ik de tekst ontcijferen en toen bleek dat de bruidegom werd geassisteerd door <*onleesbaar*> uit het Burger Weeshuis. De naam van de getuige was ook niet zo belangrijk, wel het feit dat de gezochte bindingen had met het Burger Weeshuis en daar mogelijk een tijd had gewoond. Uit eerder onderzoek wist ik al dat zijn ouders dood waren en dat opname in een weeshuis dus voor de hand lag. Vraag was alleen wèlk huis dat geweest was.
De familie was Luthers, dus het Lutherse weeshuis lag voor de hand. Maar die aanwijzing in de ondertrouwakte vond ik toch veelbelovend. Omdat van de weeshuizen nog maar heel weinig op internet te vinden is, was een lijfelijk bezoekje aan het Stadsarchief toch nodig. Even de originelen raadplegen, wie weet wat daar in staat. Thuis natuurlijk voorwerk gedaan door de inventaris te bekijken en alvast een keuze te maken. Je kunt uiteraard "tig" originelen opvragen, maar je moet ook de tijd hebben om ze door te lezen. Een selectie vooraf is dan het beste.

Even tussendoor: de mooie tekening van de poort van het Burger Weeshuis hierboven komt uit een boekje dat 104 jaar geleden is uitgegeven door de Het Nieuws van den Dag. De titel luidt: Oud-Amsterdam, 100 stadsgezichten gemaakt door L.W.R. Wenckebach.

Het archief van het Burger Weeshuis heeft toegangsnummer 367.A (die punt hoort er beslist in en ook de hoofdletter is verplicht). Enig speuren bracht me op de volgende boeken:

616 - 628 Kinderboeken, vermeldende de namen der opgenomen kinderen, met die hunner ouder, met alphabetische index

Ik moest boek nummer 627 hebben en mijn vermoeden werd bevestigd toen ik de index bekeek, want Coenraad Balthaser bleek inderdaad in het Burger Weeshuis te zijn opgenomen na het overlijden van zijn ouders.


Gauw naar de achterkant van blad nummer 49 (er staat 49 vo. in de index en dat betekent folio 49 verso, ofwel de achterkant). En daar kreeg ik verrassing nummer twee:


Een zeer uitgebreid overzicht van het kind, inclusief doopdatum, trouwdatum van zijn ouders (ik had alleen de ondertrouwdatum), de datum waarop vader poorter werd (had ik niet) het beroep van de vader (wist ik niet) en de data waarop de ouders zijn begraven, inclusief de naam van het kerkhof. Die laatste gegevens had ik al wel gevonden en dus kon ik zien dat ze de gegevens van vader en moeder hadden verwisseld. Foutjes werden ook in de 18e eeuw gemaakt, zo blijkt wel weer. En de datum waarop Coenraad in het Weeshuis werd opgenomen.
Onderaan de inschrijving stond een zeer mooie aanvulling, namelijk de namen en leeftijden van alle kinderen uit het eerdere huwelijk van de moeder. Aangeduid als broeders en zusters ten halve bedde, wat we nu stiefbroertjes en -zusjes zouden noemen.
Ik had al een heleboel informatie, maar er zou nog meer komen. In boek nummer 629, een alfabetische index van ingekomen en uitgegane kinderen, stond ook een beschrijving van Coenraad. Daar las ik dat hij een opleiding tot loodgieter had gekregen en dat hij het Weeshuis mocht verlaten om in het leger te gaan dienen.


Een volgende zoektocht zal gericht zijn op de boedelboeken van het Weeshuis, met hopelijk meer gegevens over de goederen die het Weeshuis kreeg in ruil voor de opvang, opvoeding en verpleging van de weesjongen. Toegegeven, het kost wat moeite, maar ik kan deze bron van harte aanbevelen.

09 maart 2011

Controleer echt ALTIJD de bron

Internet is een rijke bron van informatie, maar die info hoeft niet altijd correct te zijn. Soms is het wel makkelijk om gegevens van het web tijdelijk voor waar aan te nemen en in te vullen in de kwartierstaat. Vooral aan de bovenste takken van de boom. In mijn geval ging het om het huwelijk tussen Coenraad Oosterlaak en Hendrikje Dorland. Speuren op internet bracht een aantal sites aan het licht, en die vermeldden allemaal dat het huwelijk heeft plaatsgevonden te Putten, na een ondertrouw in Amsterdam. Bijvoorbeeld op deze manier:


In het Stadsarchief van Amsterdam is dit mooi te controleren. Daar staan de ondertrouw-akten op microfiche en dan ziet het er zo uit:


Zie je wel, daar staat het, acte verleend om tot Putten te trouwen. Mooi, ook weer opgelost. Hoewel, het huwelijk is in Putten helemaal niet te vinden... Merkwaardig, misschien dat ze dan in een andere kerk in Putten waren getrouwd? Nee, ook dat was het niet. Het was meer een gevalletje van te snel de acte lezen. Nog maar eens doen, en dan goed. Dan zien we het volgende:


Linksboven staat de plaatsnaam Loenen. Met andere woorden het stel is niet getrouwd in Putten (Gelderland) maar in Loenen (Utrecht). Links onderaan de ondertrouwakte staat bovendien een vierkante haak, ten teken dat de akte daar dus ophoudt! De opmerking over Putten blijkt te slaan op de volgende akte op de pagina. Die volgende inschrijving was:


Een heel ander stel trouwlustigen dus. Via de website Van Papier naar Digitaal (vpnd.nl) komt dan de inschrijving van het andere huwelijk in Putten naar voren:


Zo, weer een stukje van de puzzel opgelost. En nu moet ik alle webmasters die het Puttense huwelijk hebben vermeld nog even wijzen op de fout. En proberen op korte termijn langs het Utrechts Archief te gaan om het huwelijk te Loenen te verifiëren...

03 maart 2011

Verdwenen, verdwenen en gevonden!

Ik was in het archief op zoek naar sporen van mijn overoudoom (de broer van mijn overgrootvader is dat). Hij is geboren in Zaandam en kwam op een gegeven moment in Budel (Noord-Brabant) terecht. In het bevolkingsregister vond ik wel wat, maar voor het echte werk moest ik toch naar het archief. Temeer daar hij plotseling een tijd uit Budel was verdwenen, om op te duiken in Alkmaar.
Om het notarieel te raadplegen moet je echt lijfelijk naar het archief, de akten staan niet op internet. Gelukkig was Budel niet zo groot en hadden ze maar één notaris. Dat maakt het zoeken een stuk eenvoudiger, op voorwaarde dat overoudoom Hendrik niet naar een buurgemeente was gegaan. Afijn, ik vraag het repertorium van de enige notaris aan en ben vervolgens een uurtje bezig om daar doorheen te worstelen. Het resultaat was een lijstje met jaartallen en aktenummers.
Toen werd het pas echt leuk, want ik ging de minuutakten aanvragen. In totaal 9 jaren, allemaal opeenvolgend dus die mochten op één aanvraagbriefje. Niet veel later hoorde ik een karretje aan komen rijden, met daarop de 9 pakken minuutakten. Elk met een dikte van een centimeter of 8 à 9. Dus ik kreeg een stapel van zo'n driekwart meter op mijn tafel. De archivaris bekeek de stapel, bekeek mij en zei toen bezorgd: "U weet toch dat we om 5 uur sluiten, hè?"
Gelukkig hoefde ik niet alle aktes stuk voor stuk door te lezen, ik hoefde alleen maar de juiste akten in de stapel te zoeken. En dan blijkt, dat niet alle minuten bewaard zijn gebleven. Redelijk frustrerend, want uit bijvoorbeeld een verkoopakte kun je kadastrale gegevens halen. Ik noem maar iets.
Een heel mooie, waar ik naar uitkeek, was een machtiging, waarin Hendrik zijn vrouw de volledige zeggenschap en handelingsbekwaamheid verleende. Akte 117 van 1870 moest ik hebben. Nou, het ligt er natuurlijk duimendik bovenop, na akte 116 lag keurig akte 118 op de stapel.
Tsja, wat doe je dan? Even tandenknarsen en dan maar accepteren dat de akte er niet is. Overoudoom weg, akte weg... Dat zag er niet zo mooi uit. En toch maar gewoon naar de volgende akte, uit 1871 dit keer, over een verkoop door de vrouw van Hendrik Keijzer. Akte 6, 1871 was het. Die zat gelukkig wel in de stapel. En wàt zat daar met een lias-draadje aan vast gehecht? Zie hieronder.


Update: En onvermijdelijk komt dan de vraag: wat is een "lias" dan wel? We kennen het woord natuurlijk uit de naam Genlias en we weten ook wel een beetje wat het is (verzameling bij elkaar horende papieren). Maar... waar komt het woord vandaan. Echt zo'n vraagje om de archivaris mee lastig te vallen, met het gevaar dat hij of zij er een slapeloze nacht van heeft. Gelukkig wist mijn slachtoffer binnen een kwartier het juiste antwoord te vinden in de etymologiebank, namelijk:

lias [snoer] {liasse, lyache 1390-1466} < middeleeuws latijn liacium, ligacia [bundel], van ligare [binden, vastbinden, verbinden]

Voor de volledigheid plaats ik ook nog even een foto van de lias die ik tegenkwam. Het is een tweekleurige draad waarmee akten aan elkaar genaaid worden. De uiteinden van de draad worden met een stukje papier vastgeplakt en terwijl de lijm nog vochtig is knijpt de notaris zijn zegel er op. Dit ziet er dan zo uit:


(met dank aan Christian van der Ven)

25 februari 2011

De molen(s) van Elburg

Aan de zuidkant van Elburg stonden zo'n 450 jaar geleden drie molens, van het type standerdmolen. Die molens - ook wel staakmolens geheten - konden op de wind worden gezet door het hele molenhuis te draaien rond een centrale staak of standaard. Alledrie de molens zijn inmiddels verdwenen. De eerste legde rond 1700 het loodje, molen nummer 2 was verdwenen voor 1832 en de derde molen is afgebroken in 1896.
Gelukkig is er nog wel een foto van bewaard gebleven, en die is gepubliceerd in het Molenboek, een uitgave van de plaatselijke oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop. Mijn voorouders hebben in de 18e eeuw op die derde molen gewerkt en gewoond, vandaar dat ik er een bijzondere belangstelling voor heb. Het leek me leuk om van die molen een 3D-model in de computer te maken, om dat later te gebruiken in een driedimensionaal model van Elburg en omgeving.
Dat werd dus een paar avondjes driftig ploeteren, aan de hand van de getoonde foto en foto's van andere standerdmolens. Gelukkig zijn er in Nederland nog een paar molens van dat type bewaard gebleven en die zien er bijan allemaal hetzelfde uit. Er zijn natuurlijk wat kleine verschilletjes, maar het basisontwerp is hetzelfde.


Het model is klaar, zoals op de tweede afbeelding te zien is. Omdat het voorbeeld alleen in zwart/wit beschikbaar is (het is tenslotte een foto van meer dan 100 jaar oud) heb ik een beetje moeten gokken voor de juiste kleuren. De kans is natuurlijk groot dat ik er met mijn kleurkeuze helemaal naast zit, maar het resultaat oogt wel prettig, vind ik.
En als de molen in een compleet model is geplaatst, met struikgewas, bomen, huizen en dergelijke er omheen, is het resultaat hopelijk nog levensechter. Het blijft altijd gokken, want in 1560 bestonden camera's nog niet en ook zijn er - voor zover ik dat heb kunnen nagaan - geen schilders geweest die de molen hebben vereeuwigd. Wel is er een gravure uit 1674 waar de molen heel in de verte op staat, maar die is uiteraard ook in zwart/wit.

Wie ideeën heeft voor een betere kleurstelling mag hieronder een reactie plaatsen. Graag zelfs, want mijn fantasie is een beetje uitgeput.

Update: Op internet vond ik een mooi vulpatroon van oude planken, goed bruikbaar voor het aankleden van de molen. Hij wordt nu opeens een stuk "echter". Als je er dan ook nog een dramatische wolkenlucht achter plakt, dan ontstaat het volgende beeld:


Volgende stap is het fatsoeneren van de wieken. Ik denk dat ik de zeilen er maar op zet, want anders moet ik alle tussenruimten van het raamwerk aanbrengen en dat is een helse klus. En smokkelen door er gewoon een patroon van kruisende lijnen op te zetten werkt ook niet, want dan kun je er niet doorheen kijken. Nee, het worden de zeilen.

Update2: De zeilen zitten er op, de wieken zijn gefatsoeneerd en de rest van de molen is ook bedekt met een houtmotief. Ik heb maar weer een screendump gemaakt van de molen voor de imposante wolkenlucht. De foto kan worden vergroot door er op te klikken.

27 januari 2011

Tien jaar alweer

Eind januari 2001 begon het erg slecht te gaan met mijn moeder. Geheugenverlies, omkering van het dag- en nachtritme, bewegingsstoornissen en noem maar op. Ik bedacht me toen: "Als ik nog iets van de familie te weten wil komen, dan moet het nu gebeuren". En de eerste wankele schreden op het pad van de genealogie werden gezet.
Te beginnen met de bekende bronnen dicht bij huis (trouwboekje, fotoalbums, knipsels, praten met familie) en daarna voorzichtig de archieven in.


Het geheugen van mijn moeder bleek al vol gaten te zitten en naarmate de weken vorderden werd dat steeds duidelijker merkbaar. Fragmentarische stukjes familiehistorie kreeg ik, al dan niet correct, waar ik dan een compleet plaatje van moest maken. Dat viel niet mee, maar het zorgde wel voor een extra "drive" achter mijn onderzoek. Ik moest en zou weten hoe de vork in de steel zat.
In mijn oude zakagenda van 2001 vond ik een handgeschreven dagpas van - toen nog - het Gemeentearchief van Amsterdam. Daar heb ik heel wat voetstappen liggen, eerst op de oude lokatie aan de Amsteldijk, later in de nieuwe vestiging aan de Vijzelstraat. Maar de eerste archiefbezoeken blijven je het meeste bij. Zoals de tocht naar Soest, waar mijn overgrootvader was overleden. In Soest moest je vooraf bellen voor een afspraak en daar kreeg ik meteen een cursus microfichelezer bedienen. Een monster van een apparaat, met geheel eigen gedragingen, vooral waar het ging om de instelling van helderheid en contrast. Gelukkig zaten er ook twee heren die al veel langer met de Canon hadden gewerkt en zij hebben me perfect door het hele proces geloodst. Jongens, wat was ik blij met mijn eerste geprinte akte.
Niet wetende, dat ik die informatie tien jaar later gewoon vanuit de bureaustoel op het scherm zou kunnen brengen.
Inmiddels ben ik dus die tien jaar verder en heb ik de meeste (voormalige rijks-) archieven van het land al bezocht. Alleen Middelburg en Assen nog niet, omdat ik daar nog geen directe familie heb mogen ontdekken. Maar wie weet, komt dat nog.

26 januari 2011

Ik lees hier 'quaad verband' maar wat is het?


Dit is een fragment uit het oud-rechterlijk archief van Elburg. Toon Jansen koopt een deel van een molen en betaalt dat door het tekenen van een schuldbekentenis. Een en ander gebeurt op 4 december 1723.
De akte wordt later doorgehaald, met in de kantlijn links een melding dat "Compant een quaad verband gedaen hadde". Tenminste, dat meen ik te lezen. Toon zelf kon dit niet meer regelen, hij werd doodgestoken in mei 1724.

Iedere hulp is welkom

Update: Dat was snel gepiept, met veel hulp van de Yahoo!-groep Gelderland en een bevestiging van Yvette Hoitink. Er bleek dus inderdaad iets niet helemaal te kloppen. Wat was het geval?
Toen de akte werd opgemaakt aan het eind van 1723, kocht Toon Jansen voor 400 guldens een achtste deel van de molen. Hij claimde dat hij de rest van de molen ook al in bezit had, en stelde die 7/8ste parten als onderpand voor een lening van diezelfde 400 guldens.
Een kadaster ontbrak in die tijd, dus werd Toon zonder meer geloofd. Driekwart jaar later kwam de aap uit de mouw: Toon had dat grootste gedeelte van de molen helemaal niet in zijn bezit. Zijn weduwe sloot op 5 september 1724 een nieuwe lening, ook weer voor 400 guldens met nu als onderpand het 1/8 deel van de molen.
Voor mij gunstig om te weten, want nu hoef ik niet allerlei akten door te wroeten om uit te vinden wanneer Toon die 7/8 dan had gekocht.

09 januari 2011

Een kaart van 450 jaar oud

Bij mijn onderzoek naar de molenaars in Elburg deed ik een verrassende ontdekking. Jacob van Deventer, een cartograaf ofwel tekenaar van landkaarten, had rond 1560 de omgeving van Elburg in kaart gebracht. Op de kaart staan enkele molens aangegeven, waarvan je het idee krijgt dat ze zijn bedoeld als versiering.


Het linkergedeelte is een fragment van de kaart van Jacob van Deventer, die ik vond op de website van de Nationale Bibliotheek van Madrid. Die vindplaats is van belang, maar daarover later.
Het kaartgedeelte toont een stukje van de vesting Elburg, met daaronder de Steenweg recht naar beneden en het Bagijnendijkje schuin naar linksonder. Aan de Steenweg staan drie molens getekend. Mijn eerste gedachte, dat dit min of meer verluchtigingen waren, bleek niet te kloppen. Toen ik de kaart uit 1560 (eigenlijk 1564) vergeleek met de kadasterkaarten uit 1832, bleek dat de drie molens exact op de goede plaats waren ingetekend. In 1832 bestond er nog maar een, de onderste, op de hoek van de Steenweg en de Molenweg. Op de plaats van de middelste molen is een apart stukje land ingetekend. Dat was toen in gebruik als tuin, te midden van een weiland dat in de volksmond de naam Molenkamp droeg. Op de plek van de bovenste molen zit er een rare kronkel in de getekende erfafscheiding.
Kortom, de molens zijn ingetekend op de plek waar ze ooit stonden. Inmiddels is de onderste molen er ook niet meer, want deze werd afgebroken in 1897. De molen die ervoor in de plaats kwam, legde in 1930 het loodje door een felle brand.
Maar waarom was die kaart nou zo exact en waarom was de vindplaats belangrijk? De opdracht voor het tekenen van de kaarten kwam van de Spaanse vorst Filips II, die zijn troepen de weg wilde wijzen in De Nederlanden. We weten inmiddels hoe dat is afgelopen. Vandaar ook, dat een mooi exemplaar van de ingebonden atlas van Jacob van Deventer wordt bewaard in Madrid. Wie dat zelf wil bekijken, moet naar de website van de bibliotheek. In het zoekvenstertje de naam Deventer intypen en dan op het hokje met het vergrootglaasje klikken.

Update: En dan blijkt toch, dat het verhaal ietsje anders in elkaar steekt. Filips II heeft de kaarten niet besteld bij Van Deventer. Voorin de atlas staat namelijk, vrij vertaald: "Dit kaartenboek is verkregen door Carlos V in Vlaanderen - in het jaar 1545". En Carlos V (hier Karel V) was de vader van de toen 18-jarige Filips. De kaarten hebben ook een andere kleurstelling dan de kaarten die we hier kunnen vinden. Ter vergelijking een fragment van de kaart uit Madrid (links) en de kaart die het Gelders Archief op zijn website heeft staan. De uitvoering is anders, de inhoud echter nagenoeg identiek. En dat toont meteen aan, dat Elburg al voor 1545 beschikte over drie molens ten zuiden van de vesting.

31 december 2010

2011: 200 jaar Burgerlijke Stand -2-

Volgens de Franse wetten moest iedereen een achternaam hebben. Zonder een vaste familienaam (ook wel geslachtsnaam genoemd) kon een persoon niet goed worden opgenomen in de registers van de Burgerlijke Stand. In streken waar het patroniem de norm was werden mensen dus gedwongen om een naam te kiezen. Soms werd gekozen voor een naam die aangaf waar iemand vandaan kwam (bijvoorbeeld Van Gorcum) of welk beroep hij uitoefende (bijvoorbeeld Faber = smid in het Latijn).
Het waren de gemeentebesturen die ervoor moesten zorgen dat het aannemen van een familienaam op de juiste manier werd vastgelegd. Om misverstanden te voorkomen, kregen de lokale bestuurders de nodige informatie toegestuurd, inclusief het hierna staande invulschema:


Deze uitvoering van het formulier was speciaal gemaakt voor het inschrijven van Joodse naamsaannemingen, gezien de voorbeeldnamen. Ook is rekening gehouden met situaties waarin iemand al over een familienaam beschikte. In dat geval moest in de officiële inschrijving het woordje "conserve" (behoudt) worden gebruikt in plaats van "adopte" (neemt aan). Uiteraard was de tekst geheel in het Frans geschreven.
Hieronder staat een voorbeeld van een document dat is gemaakt aan de hand van het verstrekte invulschema:


Dit document is afkomstig uit Zaandam, waar het aantal naamsaannemingen zeer beperkt was. Het boek in kwestie telt maar een twintigtal volgeschreven bladen. De meeste inwoners bleken al een achternaam te hebben en vonden het niet nodig om dat nog een keertje te komen vertellen. Uiteraard waren er ook mensen die weigerden om een achternaam te kiezen, zij werden pas in 1826 met achternaam te boek gesteld, na een Koninklijk Besluit van 8 november 1825, gepubliceerd in Staatsblad 74. Koning Willem I stelde daarin het hebben van een vaste geslachtsnaam verplicht.
Interessant detail: In de hedendaagse literatuur wordt deze vorst altijd aangeduid met Willem I, in zijn eigen tijd werd alleen gesproken van Koning Willem. Pas toen koning Willem II in 1840 aan de macht kwam, kreeg zijn vader het romeinse cijfer I achter zijn naam. Vergelijk ook de 1e Wereldoorlog, die toen alleen werd aangeduid als De Grote Oorlog, of "de oorlog die aan alle oorlogen een eind maakt". Na 1939 wisten we, dat dat niet waar was.

30 december 2010

2011: 200 jaar Burgerlijke Stand

Nog even en we schrijven het jaar 2011 en dan is het 200 jaar geleden dat de Franse wetten in Nederland gingen gelden. In 1811 werd de burgerlijke stand ingevoerd, op instigatie van Napoleon. Sommige gedeelten van het land, denk aan Limburg en Zeeland, vielen al eerder onder het Régime en zo kon het gebeuren dat daar in 1796 al een brugerlijke stand werd ingevoerd.
Ging dat nou allemaal van een leien dakje? Die indruk ontstaat vaak, als je de dikke boeken met aangiften van geboorte, huwelijk en overlijden bekijkt. Maar in de praktijk was het toch meer edrvaren als een verplichting. De lokale overheden moesten ervan worden overtuigd dat het ernst was. Enig archiefonderzoek brengt interessante documenten aan het licht, zoals de bijgaande proclamatie:


waarin werd verteld wat van de ambtenaren van de gemeente werd verwacht. Zij moesten een open oor hebben voor de aangiften van geboorte, huwelijk en dood. De feiten dienden te worden vastgelegd, aanvankelijk in gewone folianten, later op voorgedrukte en gewaarmerkte bladen. Die voorgedrukte bladen komen zo tegen 1815 in zwang, de ene gemeente was er wat eerder mee dan de andere.
De gemeenten werden niet aan hun lot overgelaten, periodiek werd gekeken of het allemaal wel goed ging. Zo niet, dan werden er maatregelen genomen. Een voorbeeld is de nogal boze brief, die bij de Maire (burgemeester) van Westzaandam werd bezorgd. De registers van de burgerlijke stand voldeden niet aan de eisen en dus werd de Maire op zaterdagochtend ontboden bij de Onder-Prefect:


En de Maire deed waarschijnlijk braaf wat hem werd opgedragen, hij liet een koets inspannen en reed op zaterdag naar Alkmaar.
En waarom was Monsieur le Sous-Préfect nou zo kwaad? De Maire van Westzaandam was wat minder netjes dan zijn collega aan de andere kant van de Zaan. Die laatste, Jan Pauw, had een mooi handschrift en schreef de gegevens ook keurig op. Zie:


In West-Zaandam werden de zaken iets anders opgeschreven. Wellicht met het idee "iedereen weet toch in welk jaar we leven" werd het jaartal 1811 niet in de acte opgenomen. Ook schreef de Maire niet gemeente Westzaandam, maar Westzaandam, gem. dus in de verkeerde volgorde. Voeg daarbij de nodige vlekken en onduidelijke woorden en we weten waardoor "des prefects toorn" werd opgewekt.



Update: Nader onderzoek wijst uit de dat Maire van Westzaandam flink onder handen is genomen door de onder-Prefect. De inschrijvingen in het laatste deel van 1811 zien er beter uit. Een foutje (het vergeten van de aanduiding dat Westzaandam een gemeente is) wordt snel hersteld.


Overigens werden de dorpen Oostzaandam en Westzaandam in 1811 samengevoegd tot één plaats, simpelweg Zaandam geheten. Er bleef nog wel een beetje verschil, de westelijke helft was Canton 1, de oostelijke helft Canton 2.

18 december 2010

Het raadsel Jansen & Jansen

Bij het zoeken naar de voorouders van molenaar Gerrit Jansen kom ik terecht bij zijn vader. En inderdaad, die vader heet Jan Jansen. In 1695 trouwt Jan Jansen Muller (hij was tenslotte molenaar) met Aeltien Egberts. Hij was weduwnaar, dus moest voor de kinderen uit het vorige huwelijk wat geregeld worden. Dat gebeurde bij de Rigter van het Ampt Niebroek, op 9 mei 1695. De bevindingen zijn vastgelegd in een boek, dat zich in het oud-rechterlijk archief (ORA) van Nijbroek bevindt. Te zien in het Gelders Archief in Arnhem, bij toegangsnummer 0189 en inventarisnummer 8.
Jan Jansen was eerder getrouwd met, jawel, Grietje Jansen. In de akte is sprake van een persoon die - kreun - Jan Jansen Hoop heet en die wordt gepresenteerd als de bestevaeder van die kinderen.


De opa, in modern Nederlands, is bereid om het mombaerschap op zich te nemen en zich te beijveren voor het welzijn van de kinderen. Hij weet zich daarbij vezekerd van de hulp van Barthold Jansen, der kindere oom. Mooi natuurlijk, maar voor mij is er dus wéér een Jansen ten tonele verschenen.


Ik zit nu met de vraag wie Jan en Barthold precies waren. Het feit dat ze respectievelijk de grootvader en de oom van de kinderen waren is onvoldoende. Barthold kon de broer van de bruidegom òf van de bruid zijn geweest. Idem dito met Jan, die de vader van de bruidegom of van de bruid kan zijn geweest. Kruiselings kan ook nog, bijvoorbeeld dat Jan de vader van Jan was, en Barthold de broer van Grietje. Het speelt allemaal aan het eind van de 17e eeuw en doop-, trouw- en begraafboeken uit die tijd zijn redelijk schaars. Een eventueel antwoord zal dus uit secundaire bronnen moeten komen. Ik hou me aanbevolen voor tips.