23 mei 2009

Een verrassing te Amsterdam

Ik kom nog een keertje terug op een ondertrouwakte die al eerder op dit blog heeft gestaan. Het gaat om het huwelijk van Lammert Brinkel en Trijntje Pieters uit 1727. Bij de vorige plaatsing ging het me om het woord mottje (wat tante blijkt te betekenen), nu gaat het om wat anders:

Want wat staat daar nu precies? Het gaat om Lambert Brinkel van A. Dat laatste is een afkorting die Amsterdam betekent en die ontzettend vaak werd gebruikt. Ik ken uit Amsterdam eigenlijk geen ondertrouwakte waarin de plaatsnaam voluit is geschreven.
Goed, Lambert kwam dus uit Amsterdam en ik heb een uitvoerige zoektocht gehouden naar zijn doop en zijn ouders. Resultaat? Nul-komma-nul, tot aan gisteren, toen ik de boedelpapieren van de Diakenen onder ogen kreeg. Lammert was namelijk overleden in 1770, met achterlating van twee minderjarige kinderen. Van het voorval werd een dossier gemaakt en daar zat ook een doopbewijs van Lambert in:

Hela, niks Amsterdam maar Bunschoten. Dat verandert de zaak, nu kan ik weer een zoektochtje beginnen, hopelijk met meer resultaat.
Hoe kon dit nou gebeuren? In Amsterdam werd haast aan de lopende band getrouwd en degene die de akte moest opstellen volstond meestal met de vraag naar het woonadres en als dat in Amsterdam was, nam hij wellicht aan dat betrokkene daar ook was geboren. Dat werd snel opgeschreven, de twee tortelduifjes mochten hun handtekening zetten en dan was het volgende bruidspaar alweer aan de beurt. Haastwerk dus, waardoor de genealoog van tegenwoordig op het verkeerde been wordt gezet.

25 april 2009

Met hulp terug naar Oudewater

Mijn voorvader Jan Spanjaert trouwde in 1670 voor de tweede keer. Zijn eerste huwelijk werd gesloten in 1658 in Amsterdam, met Grietje Jans. Op de ondertrouwinschrijving staan twee bijzondere feiten, namelijk dat Grietje afkomstig is van Oudewater en dat zij de weduwe is van Dirck Ariaensse. Zie het onderstaande fragment uit de akte:



Grietje kwam dus uit Oudewater, maar waar kwam Dirck vandaan? In die tijd werd er meestal getrouwd in de woonplaats van de bruid (uitzonderingen daargelaten) en via die vuistregel zou het huwelijk dus te vinden moeten zijn. Ik zag mezelf al bladzijde na bladzijde van het trouwboek doorworstelen om de vermelding te vinden. Maar gelukkig had iemand dat monnikenwerk al gedaan en het resultaat laten plaatsen bij Hogenda. Dank aan G.W. Brouwer-Verheijen voor het transcriberen van het trouwboek van Oudewater. In de lijst staat:



Dirck blijkt dus ook uit Oudewater te komen. Meteen is de trouwdatum ook bekend en kan ik gaan zoeken naar de inschrijving in het trouwboek zelf. Dat is op te roepen via het project Van Papier naar Digitaal (VPND). Onder de provincie Utrecht staan de boeken van Oudewater, en die leveren het volgende op:



Op de site van de Hollandse Genealogische Databank (Hogenda) staat ook een transcriptie van het doopboek van Oudewater. Ik vond daar een aannemelijke kandidaat voor Dirck (geboren in 1615). De volgende gang is naar het archief, om meer documenten te vinden die mijn stelling ondersteunen.

04 april 2009

Slechts één lettertje verschil

In mijn speurtocht naar het geslacht De Caux, afkomstig uit Frankrijk, kwam ik een inschrijving tegen in de poorterboeken van Amsterdam. In 1718 werd Jacques de Caux ingeschreven als "ingeboren poorter", wat wil zeggen dat hij te Amsterdam is geboren en dat hij via vererving aanspraak mocht maken op het poorterschap. Zijn vader, ook Jacques de Caux geheten, was in 1686 toegelaten tot het poorterschap van de Stad Amsterdam.
Uit de inschrijving van zoon Jacques haalde ik het beroep van vader, namelijk kaarsenmaker. Dat bood de gelegenheid om de gildeboeken van Amsterdam eens lekker door te vlooien, op zoek naar nadere informatie. Maar, welk boek ik ook uit de kast trok (lees: aanvroeg via de computer om het later in de studiezaal originelen door te bladeren) geen enkele vermelding van een De Caux als kaarsenmaker. Alsof de goede man niet bestond.
Bedacht op verschrijvingen had ik ook alle naamsvarianten meegenomen, zoals De Ceaux, Decau, De Coo, De Cau en De Koo. Helaas, he-le-maal niets. Tja, en daar zit je dan. Hoe zou dit nou kunnen? Toch maar de inschrijving in het poorterboek bekijken en ja hoor, daar zag ik het:



Eén klein lettertje verschil en de "cirier" werd plotseling een "cartographe". Ik heb weer een nieuwe uitdaging om verder te zoeken. O ja, de mooie gravure van de kaarsenmaker is afkomstig van de sectie "oude beroepen" van Geneaknowhow.net, die is te vinden op:

www.geneaknowhow.net/in/beroepen/luyken/kaarsenmaker

09 januari 2009

Een huis vinden in Ooster-Blokker

Mijn voorvader Jan Pietersz Gool overleed in 1811 in Oosterblokker. Volgens de overlijdensakte gebeurde dat in het huis van landbouwer Jan Mijsen, die woonde in huis nummer 28.


Dat is natuurlijk mooi, maar waar stond dat huis dan? Uit die tijd zijn er geen plattegronden van het dorp met daarop de huisnummers. Een volgend stapje naar het oplossen van de puzzel kon worden gezet door een protocol van de Vrederechter te Hoorn, opgemaakt in 1811 en te zien in het Noord-Hollands Archief in Haarlem.
Daar stond meer informatie over het overlijden, namelijk dat huis N° 28 zich aan de zuidzijde van de weg bevond en dat het lijk werd aangetroffen in een kamer in het middenhuis. Die kamer had een raam dat ten westen uitkeek op de weg.


Met andere woorden: het huis moest ten zuidoosten van de weg hebben gestaan. Nadere bestudering van de kaart van Ooster-Blokker maakt duidelijk dat zo’n positie van een huis ten opzichte van de weg inderdaad mogelijk is. De meeste huizen liggen ten zuiden van de grote weg (die naar Enkhuizen loopt) en de kerk staat ten noorden van de weg. So far, so good, maar nu moest er toch echt nog een snippertje informatie bij om het juiste huis te kunnen identificeren.
Dat snippertje werd gevonden in de vorm van de Originele Aanwijzende Tafel (OAT), een lijst met perceelnummers en eigenaren, opgemaakt door het Kadaster. Die lijsten zijn te vinden op de website watwaswaar en daaruit blijkt dat Jan Mijsen bij het opstellen van de lijst reeds is overleden. Zijn weduwe heeft het land en het huis nog wel in eigendom, zij is inmiddels verhuisd naar Wester-Blokker. Het huis waar het om gaat heeft kadastraal nummer 94. En met dat gegeven is de exacte locatie op te sporen op de kadasterkaart van het dorp. Het gaat om sectie B, blad nummer 2:


De rasterlijnen op de kaart lopen noord/zuid en oost/west, het huis blijkt dus inderdaad ten zuidoosten van de weg te hebben gelegen. Het huis van toen is in de loop der tijd vervangen door een ander huis, ik moet nog uitzoeken wanneer dat precies is gebeurd.
Maar, deze puzzel is tenminste opgelost.

20 december 2008

Afkortingen en getallen

Op de persoonskaarten die ik in de diverse archieven heb opgevraagd staan allerhande afkortingen en cijfers. Niet zo verwonderlijk, want de ruimte op de kaart is beperkt en wanneer er steeds voluit werd geschreven zou een kaart snel vol raken. Vandaar ook, dat namen van grote plaatsen vaak werden afgekort. GV is 's-Gravenhage en ASD is Amsterdam, om er maar twee te noemen.
Een andere afkorting is PB, gevolgd door een nummer van 5 cijfers. Dat was het PersoonsBewijs, door de bezetter steevast aangeduid met Ausweis. Het nummer op de kaart en het nummer op het PB dienden gelijk te zijn.
In een hoekje op de archiefkaart van mijn moeder zie ik het volgende:



Waarbij de letters staan voor Distributie StamKaart (DSK), serie B, nummer 89452. Gauw even kijken of dat klopt, want ik heb de betreffende kaart in mijn archief zitten. En ja hoor:



Deze kaart moest je hebben, wilde je distributiebonnen kunnen halen. Het systeem van die bonnen werd al bedacht in 1939 toen Nederland nog niet in oorlog was. De regering zag wel aankomen dat bepaalde goederen schaars zouden worden en een bonnensysteem zou zorgen voor een eerlijke verdeling van het weinige goed. Een product mocht pas worden gekocht na inlevering van een bonnetje. Die bonnetjes werden alleen verstrekt op vertoon van een stamkaart. Elke keer dat een bonnenboekje werd uitgegeven, zette de ambtenaar een markering op de kaart.



De kaart ziet er wat grauw uit, net alsof deze op gerecycleerd papier is gedrukt. Bij nadere beschouwing blijkt, dat de grauwsluier in feite een microdruk is, in golfjes staat het woordje "distributie" gedrukt. Een methode om vervalsing van de kaarten tegen te gaan. Dit vervalsen werd wel gedaan, maar door de microbedrukking werd het allemaal wat moeilijker gemaakt.
Van de kaart is een hoek afgeknipt, om aan te geven dat hij verlopen was. Die knip is gemaakt in de oorlog, toen de tweede serie Distributie StamKaarten werd uitgegeven. Die kaarten waren bedacht door de bezetter, om het de onderduikers zo moeilijk mogelijk te maken. Zonder kaart geen bonnen en zonder bonnen geen voedsel, als dat er al was... Het verzet besloot toen om hele series valse bonnen te gaan drukken.

15 december 2008

Een theorie valt in het Water

Mijn voorvader Willem Wit werd in 1815 geboren in Amsterdam, op het adres Water N° 90, waar zijn moeder tijdelijk logeerde. Als extra toevoeging stond er: nabij de Kapelsteeg. Het leek zo goed verklaarbaar: met Water werd ongetwijfeld het Rokin bedoeld, en Kapelsteeg was ofwel de Enge, of de Wijde Kapelsteeg. Beide straatjes lopen tussen de Kalverstraat en het Rokin. In die Kalverstraat was bovendien de arts gevestigd die bij de aangifte van de geboorte aanwezig was.
Om het helemaal compleet te maken: Rokin 90 is tegewoordig op de hoek van de Wijde Kapelsteeg. Er zit een opticien in dat pand, met als bijzonderheid een beeldje op de dakrand. Bijna niemand kijkt naar het beeldje, maar als je dat wel doet, dan merk je dat er direct teruggekeken wordt, en hoe! Probeer maar eens.

En waarom valt deze theorie nu in het Water? Er begon iets te knagen door de toch wel erg toevallige overeenkomst van de huisnummers. Dat komt bijna niet voor, dus waarom zou het nu dan zo zijn? Een zoektochtje door de omnummeringsgidsen van Amsterdam bracht al gauw aan het licht dat nummer 90 van het Rokin voor 1853 aan de andere kant van het water lag. En dus helemaal niet in de buurt van de Kapelsteeg. Nee, maar wel in de buurt van de Nadorststeeg. Sorry, die heet nu eenmaal zo, en dat straatje loopt tussen het Rokin en de Nes.
Zou met Water dan toch wat anders zijn bedoeld, bijvoorbeeld het verlengde van het Rokin, zijnde het Damrak? Even kijken en ja hoor, Damrak nummer 90 in 1815 lag in de buurt van de Kapelsteeg. Hebbes! Dat straatje is trouwens in 1913 herdoopt in de Haringpakkerssteeg, tot groot ongenoegen van de winkeliers. De Encyclopedie van Amsterdam zegt daar het volgende over:



Goed, de omnummeringsgidsen dus. Te beginnen met het boek uit 1853, dat zorgt voor een vertaling van het “Klein nummer” (dat eigenlijk alleen in verpondingsregisters werd gebruikt maar af en toe ook op de gevel werd geschilderd) naar een huisnummer. In mijn geval stond er:

Water 90 werd Damrak 143

Vervolgens komt de vernummering van 1875 aan bod, ook daar is weer een boekje van gemaakt. En daar lees ik:

Damrak 143, nummer vervallen, is nu Damrak 16

Derde en laatste vernummering, van 1901, levert het kadasternummer van het pand op. In mijn geval:

Damrak 16 = kadastraal 3904

Gauw de kadastrale kaart erbij gezocht, en daar zien we meteen welk huis het is, het derde vanaf de hoek van de steeg.



Toen de kadastrale kaart werd getekend, heette die steeg nog gewoon Kapelsteeg. Vanaf die kadastrale kaart is ook mooi te zien dat het hoekhuis weliswaar een smalle gevel aan het Damrak heeft, maar toch aanzienlijk doorloopt in de steeg.

Op de site van het Stadsarchief Amsterdam staat een afbeelding van de situatie in 1906, dus voor het hernoemen van de Kapelsteeg. Deze afbeelding kan worden gezocht door als zoekcriterium Damrak 16 in te voeren. Zie voor een afbeelding op groot formaat de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam.

07 december 2008

Broederdienst

Niet iedereen hoefde in de vorige eeuw het leger in. In een gezin met een aantal zonen, werden alleen de oudste twee opgeroepen voor de dienstplicht. In de 19e eeuw was er een iets ingewikkelder regel. Zo staat het in de Wet op de Nationale Militie van 1861:

48. Vrijstelling van de dienst bij de militie wordt insgelijks aan een loteling verleend, wanneer zijn wettige broeder of halve broeder in een lageren rang dan dien van officier dient of gediend heeft, hetzij bij de militie, hetzij als vrijwilliger bij de zeemagt, bij het leger hier te lande of bij het krijgsvolk in 's rijks overzeesche bezittingen.

49. De vrijstelling wordt zoo verleend, dat van een even getal broeders de helft en van een oneven de kleinere helft diene.


Dit citaat is overigens afkomstig van de website van Hein Vera. Had een echtpaar drie zoons, dan hoefde er maar één het leger in, bij vier zoons werd dat aantal twee. Bij vijf zoons bleef het twee en een gezin met zes jongens zag er drie naar de Nationale Militie gaan.
Mijn overgrootvader Dirk was er een uit een gezin van vijf jongens en omdat hij de op één na oudste was moest hij er samen met zijn broer teunis aan geloven. Maar de twee hadden daar een oplossing voor: ze lieten een ander in hun plaats gaan, wat een bedrag van ongeveer 400 gulden kostte. Ik heb het grootste deel van deze historie weten op te duikelen door spit- en graafwerk in een hoop archieven. En nu kom ik er achter dat dat eigenlijk niet nodig was. Te Zaandam, waar de familie woonde, hield men namelijk een alfabetisch register Vrijstelling Broederdienst Nationale Militie bij. Een prachtig boekwerkje met alle gegevens die je voor genealogisch onderzoek maar zou willen hebben. Inclusief de namen van de nummerverwisselaars en de regimenten waar ze gediend hebben. Hieronder het fragment dat betrekking heeft op de broers Keijzer:



Het hele boek is op de foto gezet en zal binnenkort verschijnen op de website van het project Van Papier naar Digitaal.

30 november 2008

De geboorte van een wapen (2)

Ik heb antwoord gekregen op mijn vraag over de knijpzegels die ik vond in het archief van Amsterdam. De conservator van het Belasting- en Douanemuseum in Rotterdam, mevrouw Anne-Marieke van Schaik, heeft de vraag doorgespeeld naar een van de vrijwillige medewerkers van het museum. Zij mailde:

Onze medewerker B. van Teijlingen heeft het volgende voor u uitgezocht.

Het zegelrecht werd ingevoerd in 1624 om inkomsten en vermogens te belasten. Het groot zegelrecht werd alleen gebruikt op stukken van uitzonderlijk belang. Het klein zegel werd overal voor gebruikt (akten, overeenkomsten, et cetera). Generaliteitslanden zijn gebieden die gedurende de 80-jarige oorlog waren veroverd door de provinciale bondgenoten. De Generaliteitslanden waren: Staatsbrabant, Staats-Vlaanderen, de Staatslanden van Overmaaze en Staats-Oppergelderland.

Uw afbeeldingen (zie mijn post van 1 november):
links het klein zegel der Generaliteit, voor het eerst gebruikt in 1762. De waarde varieerde van 3 stuivers tot 700 gulden.
rechts het klein zegel der Bataafse Republiek (1795 - 1806). Laagste waarde 2 stuivers, hoogste waarde 500 gulden.
Dit lijkt u misschien veel, maar vanuit Groot-Brittannië zijn zegels bekend met een waarde van 1000 pond. Hierbij gaat het meestal om transacties tussen banken. Het pond vertegenwoordigde in de 17de, 18de en 19de eeuw een veel grotere waarde dan nu, zodat dit zegel relatief een nog hogere waarde heeft.


Een akte die 1000 pond moest kosten, dat is nogal wat. Voor meer informatie over het museum is hier de link naar de website.

16 november 2008

Springplank naar informatie (2)

Op basis van de vele reacties in de nieuwsgroep heb ik de ontwerpjes iets aangepast, met meer kleurstellingen.

Update: Ik had de bestandjes op het blog gezet als bmp-bestanden, omdat er dan geen vervormingen optreden. Helaas, het blijkt dat het formaat intern wordt vertaald naar jpg-bestanden, zodat er weer wèl vertekeningen ontstaan. Om dat te voorkomen heb ik ze nu als gif-bestandjes neergezet. Eventueel kan ik ook een png-versie maken.

Een aantal presenteer ik hier. Ze zijn zonder tekst, je kunt een eigen lettertype aanbrengen als je dat wilt:












En dan nog de button, die is wat moeilijker. De naam van de nieuwsgroep is wat te breed voor zo'n kleine button. Knip je de tekst in drie stukken, dan is de eerste regel een beetje kaal. Maar ik heb er toch eentje gemaakt, met het lettertype Verdana, dat ook door Windows wordt gebruikt. Dit is een letter die speciaal is gemaakt voor kleine tekstjes.



Springplank naar informatie

Genealogische kennis kan op veel plaatsen worden gehaald, maar vaak is dat onbekend. Neem bijvoorbeeld de nieuwsgroep soc.genealogy.benelux, een onderdeel van Usenet. Dat netwerk is ooit opgezet om informatie tussen wetenschappers uit te wisselen. Puur gebaseerd op tekst en zo functioneel mogelijk. Functioneel en dus niet "sexy" zoals zoveel andere discussieplatforms.
Het gevolg? De aandacht voor de nieuwsgroep is een beetje tanende. Om daar wat aan te doen is het plan ontstaan om op diverse plekken reclame te maken voor de nieuwsgroep. Bijvoorbeeld door een aanklikbare link op je website of weblog te zetten. Een muisklik daarop is voldoende om de lezer direct naar de Google Groups uitvoering van soc.genealogy benelux te leiden.
Ik heb een paar van die plaatjes gemaakt, en beveel ze hier in uw gewaardeerde aandacht aan.





Dit zijn zogeheten banners (zeg maar wimpeltjes, die boven of onderaan een webpagina kunnen worden neergezet). Niet iedereen is even gescharmeerd van die grote lappen, dus is er ook een wat kleinere variant gemaakt, die meer wegheeft van een button:



Ik heb voor het ontwerp een neutrale kleurstelling gekozen, hopende dat die een beetje past op het merendeel van de webpagina's. Is dat nou niet zo, vertel me dan welke kleuren wel goed zijn en dan zal ik zien of ik daar snel iets mee kan doen.

Wie geen plaatjes wil gebruiken, kan ook met een wervende tekst proberen om mensen naar de nieuwsgroep te krijgen. Die tekst is dan een hyperlink, een aanklikbaar element met daarachter het webadres van de nieuwsgroep. Dit adres luidt:

http://groups.google.com/group/soc.genealogy.benelux/topics?lnk=li

En hier is dan de wervende tekst waar ik het net over had, gecombineerd met het adres van de groep. Klik er maar eens op en zie wat er gebeurt.

01 november 2008

De geboorte van een wapen



Al speurend door de notariële archieven van Amsterdam kwam ik een aantal mooie knijpzegels tegen. Vormpjes die met een tang in het papier worden geperst om aan te geven dat het hier niet zomaar om een velletje papier gaat, maar om een officieel stuk.
Twee zegels heb ik eens naast elkaar gezet. De linker is uit 1765 en die bevat de "kale" Nederlandse leeuw. Nog zonder de pijlen en zonder zwaard. In 1806 zag het wapen er al veel meer uit zoals het officiële landswapen dat in 1815 werd vastgesteld, namelijk met pijlen en zwaard. Het zijn 7 pijlen, trouwens, één voor elk van de zeven provinciën.
Het enige waar ik nog geen verklaring voor heb, is de waarde van het zegeld uit 1806. Ik kan me niet voorstellen dat het 75 gulden waard was. Heeft iemand misschien een idee? Ik hou me aanbevolen.

11 oktober 2008

Een huis vinden in Amsterdam - 2 -

Ik begin steeds verder door te dringen in de geheimen van de Amsterdamse huisnummers, met veel hulp van de mensen van het Stadsarchief Amsterdam - waarvoor dank. Het begon deze keer met een overlijdensakte uit 1831. De overledene, Grietje Geerts, woonde op het adres Nieuwendijk 160, zie het onderstaande fragment.



Dat was in 1831. Het huis had hier nog het zogeheten Klein Nummer, dat in 1794 aan alle huizen in de stad was gegeven. In 1853 werd dit systeem overboord gezet en kregen de huizen een nieuw nummer. Om er achter te komen wat er met Nieuwendijk 160 gebeurde, moest ik het Register vernummeringen uit 1851 raadplegen. Daar zag ik:



Nummer 303, mooi. Dat nummer bleef het huis houden tot 1875, toen er weer een nieuwe vernummeringsoperatie werd uitgevoerd. Ook daar werden weer lange lijsten van gemaakt, die zijn opgenomen in een register:



Het huis kreeg nu dus nummer 56. Ik ben nog niet ter plaatse wezen kijken, maar dat is denk ik ook niet nodig. De Brouwerssteeg bestaat namelijk al geruime tijd niet meer en dus zijn de hoekhuizen ook verdwenen.
Waar ik wel even zelf ben gaan kijken is op de Oudezijds Voorburgwal, waar Grietje Geerts eerst heeft gewoond. De zoektocht naar dat huis staat beschreven in het bericht hieronder. Uiteraard heb ik een eigen foto van het pand gemaakt:

04 oktober 2008

Een huis vinden in Amsterdam

Nee, het gaat niet over een nieuwe woning, maar over het pand waar de voorouders hebben gewoond. Na veel speuren (ik dacht eerst dat ze eigenaar van het pand waren, maar dat was niet zo) kwam ik ze eindelijk tegen in het document uit 1805. Uit de trouwakte was al bekend dat ze woonden op de "Fluweele Burgwal bij de Armsteeg", maar daar hield het wel zo'n beetje op.
Fluwelen Burgwal is de oude naam voor de Oudezijds Voorburgwal, vroeger een zeer duur stukje Amsterdam. De OZ Armsteeg is daar een zijstraatje van. De beschrijving "bij de Armsteeg" is nogal vaag, want bedoelen ze in de buurt van die steeg, of op de hoek? En aan welke kant van die steeg dan, noord of zuid?
Het Kohier Huurbelasting 1805 (staat op microfiche op de studiezaal) gaf uitsluitsel, de familie huurde een deel van het pand met zogeheten Klein Nummer 138. Daarmee dook ik meteen in de trubulente geschiedenis van de huisnummers in Amsterdam. Die zit redelijk ingewikkeld in elkaar. Een pand kreeg in 1734 voor het eerst een zogeheten verpondingsnummer, bedoeld voor intern gebruik door de belastingontvangers. In 1794 werd dat nummer vervangen door het zogeheten Klein Nummer, ook weer voor intern gebruik. In de jaren daarna zijn er nog enkele omnummeringen geweest, niet alleen van de panden, maar ook van de wijken waartoe ze behoren. Al met al een behoorlijk ingewikkelde materie, die gelukkig aan de hand van omnummeringsboeken uitgeplozen kan worden. Voor mij waren de volgende gegevens van belang:



Hier is al te zien dat de verschillende nummertechnieken dwars door elkaar heen liepen. De ene ging van noord naar zuid, de andere net andersom. Rond 1850 werden nieuwe kaarten van de stand getekend, waarop alle hoekpanden werden aangeduid met hun toenmalige nummer. Dat ziet er zo uit:



Het betreffende pand staat dus op de hoek van de OZ Voorburgwal en de OZ Armsteeg en wel aan de noordkant van de steeg. De Armsteeg vormde vroeger de grens tussen wijk 1 en wijk 2, maar bij de nieuwe indeling kwam het smalle straatje middenin wijk M te liggen. Om erachter te komen om welk pand het precies gaat is een bezoekje aan de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam voldoende:



Wie de foto van het pand groter wil zien, moet zelf even naar de Beeldbank gaan. Het pand had van oudsher de naam "Het wapen van Riga", wat nog te zien is aan de gevelsteen. Deze bevat het wapen van de Oostzeehaven Riga, voorstellende een kasteel met twee gekruiste sleutels. In later jaren dacht men, dat hier het wapen van Leiden was afgebeeld, vandaar dat het pand (foutief) de Leidsche Burcht werd genoemd.

19 augustus 2008

Öresund Toldpenge - 1683

I have a new puzzle to solve, regarding my ancestor Harmen Swafelstock. He returned from the Baltic Sea, and carried a lot of cargo with him for which he had to pay toll. In total he had to pay 8 Rigsdaler and he continued his voyage to La Rochelle in France. Here is the entry in the Toldregister:



And this is my transcription of the text:

No 410

Harmen Pietersz Swafelstock
Aff flielandt, komb fra Antw[erpen] [tack Inger]
med 10 oxhoftt vin - 2 oxhoftt Edich [tack Gijs, Richard, Inger]
1/2 tønde Rossin, 1/2 tønde Corender [tack Inger, August]
1/2 fad schwitscher (=plum) - 4 Læster prunelle [tack Inger]
800 Lb Rafinade 2 fatger Candisirop [tack Inger, August]
philersgeves***), effter nu Certi-
fication, dat: den 25 majo 1683
fig Lad 4 lastor Sild a q[vart] Dr - 2 Dr
for 300 Dr Toback a 2 1/2 ort? - 1 1/2 Dr 18 Sk[illinge]

för lastpenge 4 Dr [Daler]
will till Rewall fyrpenge 4 Dr [Daler] [tack Inger]
Sum[m]a - 8 Dr [Daler]


***) Inger: could it be schwensch-goeds [from Sweden?]

Remember, the text is in Danish from the 17th century and there are surprising differences with modern day Dansk.

Translation in Dutch:
No 410

Harmen Pietersz Swafelstock
van Vlieland, komt van Antw[erpen]
met 10 oxhoofd wijn - 2 oxhoofd Edik
1/2 ton rozijnen - 1/2 ton krenten
1/2 vat pruimen - 4 Lasten pruimedanten
800 pond geraffinerde suiker 2 vaatjes Kandijsiroop
philersgeves***, na nieuwe Certi-
ficatie, datum: den 25 mei 1683
fig Lad 4 lasten haring? a q[vart] (=0,25) Dr - 2 Dr
for 300 Dr tabak a 2 1/2 ort - 1 1/2 dr 18 Sk

voor ladingsbelasting 4 Dr [Daler]
vaart naar Rewall vuurtorengeld 4 Dr [Daler]
Sum[m]a - 8 Dr [Daler]

It seems that Harmen came TO the Baltic in stead of FROM, as I first thought. He carried wine, a produce of France and not from the Baltic countries, and that supports the direction TO the Baltic.


* Edited 07 times

07 augustus 2008

De Sont Tolregisters - 2

In mijn speurtocht naar de belevenissen van mijn voorvader Harmen Pietreszoon Swafelstock, schipper, kom ik terecht bij de Tolregisters van de Sont. De Sont is de nauwe doorvaart tussen Denemarken en Zweden en de Deense koningen hieven tol van ieder schip dat van die doorvaart gebruik maakte. Wie niet betaalde kon rekenen op een regen van kogels.
Wie wel betaalde diende op te geven waar hij woonde, waar hij vandaan kwam en waar de reis naar toe ging. Die gegevens werden keurig opgeschreven in dikke boeken, de zogeheten Tolregisters. Deze registers worden allemaal gedigitaliseerd, maar het duurt nog even voordat dat reuzewerk af is. Tot die tijd zullen geïnteresseerden zelf moeten zien dat ze de akten ontcijferen.
Bij het lezen van oude stukken helpt het enorm, als je de vaste onderdelen, de zogeheten formules, kent. Die geven houvast bij het lezen. Uit het notariaat kennen we formules zoals "Op huijden den...", "bij den Hove van Holland en Westfriesland geadmitteerd, te .... residerende" en zo voort. In de Tolregisters hebben we soortgelijke vaste constructies, zoals deze:


Daar staat: komb fra Rotterdam med-
ballast vill til Narva

Vertaald: komt van Rotterdam met
ballast wil naar Narva

De schepen die naar de Oostzee toe voeren, hadden doorgaans weinig goeden aan boord, en om te voorkomen dat het schip moeilijk hanteerbaar was, werd ballast aan boord genomen. Die werd dan op de plaats van bestemming gelost.

Voor andere zaken dan ballast moest betaald worden, waar ook weer in ruime mate gebruik werd gemaakt van steeds terugkerende bewoordingen en symbolen, zie:



Hier staat:
Fp 2 Dr ofwel fyrpenge 2 [rigs]Daler = vuurtorengeld 2 rijksdaalders
Lastp 1/2 Dr 6 Sk ofwel Lastpenge 1/2 Dr 6Sk = ladingsbelasting een halve rijksdaalder en 6 Skillinge.

Er gingen 16 Skillinge in een Mark en 6 Marken in een Rigsdaler, in die tijd.

31 juli 2008

Told penger, but what currency?

A short description in English of an entry in the Oresund Told Registers (ook wel de Sont Tolregisters geheten). My ancestor Harmen Pieterszoon Swavelstock crossed the Oresund in 1683, and had to pay (see entry 127). Which he did, of course, but how much??



Het paid 2 units for the ballast in his ship, and half a unit plus 6 subunits for 100 pounds of something. You may click on the image to get a bigger version on the screen.

The question is: what are unit, subunit and something??

13 juli 2008

Spijbelen? Niks d'r van!

Tegenwoordig gaat een leerplichtambtenaar op Schiphol kijken of er soms kinderen eerder van school worden gehaald om eerder met pa en ma op vakantie te kunnen. Wordt zio'n situatie aangetroffen, dan wordt een folder uitgedeeld vergezeld met een waarschuwing. Zoiets van "Foei, dat mag niet".
Bij archiefonderzoek stuitte ik op een heel andere aanpak van het probleem. In een mededeling, die namens de burgemeester van Amsterdam in 1944 werd uitgegeven, staat precies hoe de leden van de Staatspolitie (een door de bezetter in het leven geroepen opvolger van de gewone politiekorpsen in ons land) zich dienen te gedragen. Niks geen waarschuwing of woordjes zoals "foei". Maar lees zelf, wat kan door de onderstaande kleine afbeelding aan te klikken.



Op de achterzijde staat een nadere uitwerking van de bevelen, het terugbrengen van de kinderen mocht namelijk niet ten koste gaan van de veiligheid of van de bewaking van bepaalde objecten:

22 juni 2008

De macht van Medemblik

De stad Medemblik (vroeger vaak Medenblick genoemd) ligt nu ingeklemd in een hoekje van het IJsselmeer. Voor de aanleg van de Wieringermeerpolder in 1927 was dat anders, de stand lag toen op een uitstekende landtong en dat was een ideale positie om het omliggende gebied en het water in de gaten te houden. Het plaatselijke kasteel zorgde ervoor dat kwaadwillenden zich nog wel een keertje bedachten voordat ze rare dingen gingen doen tegen de stad.



Kasteel Radboud (zie de foto hierboven) is de naam van de versterkte woning die Medemblik overzag en overheerste. Medemblik had niet alleen het bevel over de eigen burgers, maar ook over een tamelijk groot deel van Noord-Holland. Dat blijkt onder andere uit de belastinglijsten (de zogeheten kohieren) die worden bewaard in het Westfries Archief in Hoorn. In het kohier van 1644 staat een mooie opsomming van alle dorpen die onder het bewind van Medemblik vielen:

Opperdoes
Wervertshooff
Hogedijc
Lagewegh
Zwagedijck
Oostwoude
Abbekerck
Lammertschache
Twisch
Midwoude
Zijbecarspel
Benninghbroeck
Hooghwoude
Eerstwoude

De eilanden:
Wieringen
Texel
Vlieland
Schellingh



Op oude kaarten, zoals het volgende exemplaar uit 1604 dat te vinden is op de website van de Universiteit van Amsterdam, is het gebied rond Medemblik goed te zien. Het noorden bevindt zich op deze kaart aan de rechterkant.

31 mei 2008

Fotografisch zoekplaatje

Hier een foto van de rijwielhandel van S. Rozema. De plaat is geschoten aan het begin van de vorige eeuw en hoogstwaarschijnlijk in het noorden van Friesland.
Ik parkeer de foto even hier op verzoek van Jannie Broersma-Haaijer, die heel graag wil weten waar de foto precies is gemaakt. Helaas staat een van de mannen precies voor het nummerbord van de auto. Het laatste cijfer zou mogelijk een 9 kunnen zijn. Om de foto te vergroten is een klik met de linker muisknop op de foto voldoende.



Het zoekplaatje is niet meer. Klaas Pera sprak het verlossende woord: de foto is gemaakt in Lutjegast. Tegenwoordig is in het pand de firma Oldenburger gevestigd. En kijken we op de website van dat bedrijf, dan zien we de huidige situatie, gefotografeerd van vrijwel hetzelfde punt.



Al met al heeft het zoekplaatje zo'n twee uur bestaan, voordat het werd opgelost, een beter bewijs voor de samenwerking die via internet mogelijk is, is er bijna niet!

Een draak van een akte uit 1662

Het is weer eens zover, ik bijt mijn tanden stuk op een tekst uit de 17e eeuw. En ik niet alleen, ook mijn naamgenoot Richard van Schaik loopt erop stuk. Ik vind dat we al een heel eind zijn gekomen (na een paar iteratieve pogingen zoals dat zo mooi heet) maar nu redden we het niet meer zonder hulp. Hieronder staat een foto van de akte, die door er op te klikken vergroot in beeld komt.



Hieronder staat de tekst zoals we die hebben weten te ontcijferen:

In [name van Got] den name Godes amen Comp[areerd]e
voor mij Willem van Veen not[ari]s etc[etera] Harmen Pietersz
[&] Hijt Hijtes[zen] van Harlingen als bevragters ter eenre
& Wijbe Janzen geldenschipper op de galjootschip
gen[aam]t de Lussde {toch: Liefde} ten anderen zijde Ende v[er]claerden
de Comp[aran]ten met malcanderen geaccordeert & overeen
gecomen te sijn wegens de naergen[oemden] bevragtinghe
dicteren dien naervolgende derwijlen bewaert den {niet bewaert, maar...}
v[er]sz[egden] schipper met sijn galjoot digt wel graeibaethe {groeisathe?}
xxxxxxxxxxxxx v[er]daen & beluven van de bevragters
klaer te leveren waer op de bevragters bij hun
costen sullen stellen een Commandeur vorder eerste stueren
& bootsgesellen & tselve v[er]sien van victualien tgunt
daer aen dependeerende sulx geschiet sijnde tselve
van daer seijlen naer de kuste van Groenlant
om aldaer door de segen des heren te ertschen
drijven wenden keren seijlen heen vlieden
tot des Commandeurs believen & goetvinden
& eijndelijk wederkeren & moeten komen
altot Harlingen & geschiet dese haevinge als
bevraghtingh bij de maent Innegaende de
eerste maent soohaest het gemelt galjoot
buyten de laetste ton van Texel affvliet
sal sijn gearriveert & eijndigenden soohaest
t selve galjoot xxxx behouden tot harlingen
sal sijn gearriveert te weten als de matrosen
aff gedanckt sullen zijn naar welcken tijt
xxxxxxxxx hetselve galjoot nog 14 dagen
tot de v[er]daen van de bevraghters aen te lossen
leeg stil moeten leggen welcke dagen niet
gerekent sullen werden & beloven de
bevragters de v[er]sz schipper voor vragt als
huering van het gemelt galjoot te betalen
't waren voor ijder maent dat hij uijtgeweest
sal sijn drie hondert vijfftig g[u]l[dens] & belangen
avarij & pilotagie t regulieren naer usantie
& cunslianie van desen tot naercoming etc[etera]
gedaen te.. v[er]present Wauter van Ven & Leen
Berklergal ge[tuijgen] desen getekent den 21 febr[uarij] 1662

w.g. Harmen Pijters
Hoyte Hoytes
Wibe Jansen (Pelsen)