23 augustus 2012

Merkwaardige huisnummers - 3 -

Weer een posting over huisnummers, nu geconcentreerd op de bovenverdieping(en). Het blijkt dat verschillende steden ook daarvoor verschillende systemen hebben.
Amsterdam doet het zo, de woning op de begane grond krijgt als toevoeging “huis”, vaak afgekort tot “hs”, de verdiepingen daarboven worden met Romeinse cijfers aangeduid, bijvoorbeeld 16-I voor de eerste verdieping van nummer 16. Huizen die aan het eind van de 19e eeuw werden gebouwd, hebben een voor- en een achterdeel, je kun dus wonen op Kinkerstraat 37-III achter.
De toevoeging op de huisnummers was er eigenlijk alleen voor de postbode, want aan de buitenkant van de huizen stond doorgaans maar één nummer.

In Utrecht wordt het bovenhuis aangegeven met de toevoeging “bis”, een systeem dat voor zover ik weet in geen enkele andere Nederlandse gemeente wordt toegepast. Is er een tweede bovenhuis, dan krijgt dat de toevoeging bis A. Op Flickr vond ik bijgaand juweeltje:

Het systeem met huisnummers met bis is ook te vinden in Parijs en daar hebben ze weer een geheel eigen oplossing bedacht voor de verdere bovenwoningen. De eerste bovenwoning (de tweede woning met dat adres) krijgt net als in Utrecht de toevoeging bis. De tweede bovenwoning (de derde woning) krijgt de toevoeging “ter” en de derde bovenwoning de toevoeging “quater”. Deze termen zijn afgeleid van Latijnse rangtelwoorden. Zo’n bordje voor de derde verdieping (de vierde woning op dat nummer) ziet er dan bijvoorbeeld zo uit:

Haarlem beschikt ook over een vrij uniek systeem, waar de huisnummers in kleur werden uitgevoerd. De benedenverdieping was zwart, het bovenhuis was rood. Mijn overgrootvader Dirk Keijzer woonde bijvoorbeeld op de Kleine Houtstraat 31 rood, op het bovenhuis dus.

18 augustus 2012

Merkwaardige huisnummers - 2 -

In het vooroorlogse Berlijn werd een bijzonder systeem gehanteerd voor het nummeren van huizen, de zogeheten Hufeisen-nummerierung. In het Nederlands de hoefijzernummers. Het systeem kwam er op neer, dat het eerste huis aan de rechterkant van de straat het nummer 1 kreeg. Vervolgens werd aan die rechterkant doorgeteld met 2, 3 enzovoort.
Dat leidt dus tot grappige constructies waarbij nummer 1 tegenover nummer 26 ligt en nummer 13 het huis met nummer 14 aan de overkant heeft. Dit wordt mooi weergegeven in de oude adresboeken van Berlijn:


In dit geval gaat het om de Türkenstrasze, die loopt tussen de Müllerstrasze en de Edinburgerstrasze. Deze straten liggen in de wijk Wedding waar in die tijd de straten werden genoemd naar plaatsen en landen in Europa. De straat bestaat nog steeds en zo laat Google Maps het zien:


Wie zelf ook wel eens wil grasduinen in de adresboeken van Berlijn kan terecht op de speciale website van de Zentral- und Landesbibliothek van Berlijn. Daar hebben ze een hele collectie gedigitaliseerd.

14 augustus 2012

Merkwaardige huisnummers

De huisnummering van Keulen (uit 1796) en Maastricht (uit 1806) was doorlopend, wat wil zeggen dat elk huis een eigen uniek nummer had gekregen. Handig op het moment van uitgifte, maar erg ingewikkeld als er panden gesloopt of bijgebouwd werden. De nummeringen in beide steden is inmiddels vervangen door de 'gebruikelijke' variant bestaande uit straatnaam gevolgd door nummer. In een stad kun je dus diverse keren hetzelfde nummer aantreffen, maar het verschil tussen 'Markt 33' en 'Bunderweg 33' is overduidelijk.

Toch bestaan er nog nummeringssystemen die veel ouder zijn dan de bovengenoemnde twee. Het merkwaardigste wordt gebruikt in Mannheim, waar de binnenstad is verdeeld in vierkanten, in het Duits Quadrate geheten. Elk Quadrat heeft een aanduiding met een letter en een cijfer. De kenner kan uit die combinatie meteen de juiste positie aflezen, net zoals een vak op een schaakbord.
Midden door Mannheim loopt een brede straat (die dan ook zeer toepasselijk Breite Strasze heet) en dat is de oorsprong van de nummering. D4 wil zeggen: vierde rij Quadrate van onder af en vierde Quadrat van de Breite Strasze af. De plattegrond van de stad maakt duidelijk hoe het zit:


Maar dan nu de nummering. De huizen worden opeenvolgend genummerd (1, 2, 3 etc) om het vierkante huizenblok heen. Om het helemaal mooi te maken loopt de nummering aan de ene kant van de stad tegen de klok in en aan de andere kant juist met de klok mee.
Dit systeem is meer dan 400 jaar oud en het werd ooit beschouwd als het summum van logica. Met enig nadenken kan ik me best in die stelling vinden, maar als je als toerist in de binnenstad rondloopt dan verdwaal je gegarandeerd.

10 augustus 2012

De Engelse ziekte

Nee, het gaat niet over rachitis maar over de onhebbelijke gewoonte om woorden die aan elkaar horen los te schrijven. Waardoor soms stuitende constructies ontstaan. Ik zag er weer eentje langskomen en nog wel op de website van het CBG. Lees even mee:

Nieuwe dagcursus van Eric Hennekam op 3 december
9-08-2012

Veel genealogen en andere archiefonderzoekers (historici, auteurs)
gebruiken standaard bronnen op internet om informatie over hun familie
en over archieven te zoeken. Maar er is veel meer te vinden door een
andere zoekmethode te gebruiken. In een speciaal ontwikkelde ééndaagse
cursus...

tot zover het citaat van de site.

Wat staat daar nu eigenlijk? Dat onderzoekers standaard (dat wil zeggen steeds) gebruik maken van bronnen. Iets dat aantoonbaar niet waar is, er zijn genoeg klakkeloos kopiërende mensjes.

Wat wordt bedoeld? Dat er wordt gezocht in de standaardbronnen en dat de cursus leert om buiten de gewone paden te lopen.

Afijn, het deed me weer even denken aan het epistel van vriend H. Baut, die een lab beschreef met een buitenlandse prof. Voor een experiment had hij een kooi van Faraday nodig, maar het aanwezige exemplaar was niet zwaar genoeg. Zijn opmerking over "een lichte kooi" tegen de directrice van het lab leidde tot tumult...

05 augustus 2012

Zéér hoge huisnummers

Bij mijn naspeuringen ben ik al de nodige hoge huisnummers tegengekomen, zo hebben mijn opa en oma gewoond op de Rijswijkscheweg nummer 506 in Den Haag. Maar wil je ook, die straat is bijna anderhalve kilometer lang.
Maar huisnummer 1196 in een straatje van krap 80 meter lengte, daar moet toch iets anders aan de hand zijn. En dat klopt, want het gaat niet om aparte huisnummers zoals wij die kennen, maar om huisnummers van een hele stad, Maastricht in mijn geval.


De overledene, hoefsmid Nicolaas Marquet, woonde in de Uitbelderstraat No 1196 zo lees ik in de overlijdensakte. Het blijkt dat Maastricht in 1806 een huisnummering kreeg, de zogeheten Franse nummering, waarbij elk huis een eigen nummer kreeg. De straatnaam werd er voor genoemd om aan te geven waar dat nummer zich bevond.
Dat systeem komt meer voor, we hoeven alleen maar naar het mooie verhaal van de makers van Eau de Cologne (Kölnisch Wasser) te luisteren. Wel even de romantiek wegdenken van de Franse officier die bij nacht en ontij te paard door de stad reed om nummers op muren te schilderen. De huizen in Keulen kregen wel allemaal een eigen nummer en dat van de parfummaker stond in de Kloksteeg ofwel de Glockengasse.


Goed, we zitten op het juiste spoor. Maar hoe kom ik er nou achter om welk huis het precies ging? Een optie is om af te reizen naar Maastricht (3 uur met de trein heen en 3 uur terug) om daar in het archief de concordantietabel te raadplegen. Beetje veel tijd voor een enkele opzoeking, maar misschien staat die omrekentabel wel op internet?
Nou nee dus, dat stond hij niet. Maar even verder speuren op Watwaswaar.nl biedt een alternatief. In een kolom op de OAT (de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) staan getallen vermeld, soms in een vreemde volgorde. Zet je die nummers op de kaart, dan komt er weer orde in de chaos. Het kan niet anders of we hebben te maken met "een" huisnummering voor de hele stad. Nu eventueel nog bewijzen dat het hier om de bewuste Franse nummering uit 1806 gaat, hoewel dat niet per se hoeft.


Maar in de tussentijd heb ik wel wat ik weten wilde, namelijk de lokatie van huis nummer 1196. Op de kaart aan de linkerkant van de straat, het middelste van de 5 panden. En dan lukt het weer om te zien welk pand het is, zonder 3 + 3 uur in de trein te zitten. Leve Google Streetview, dat goed laat zien om welk pand het gaat.


Uiteraard is dit (vooraan rechts op de foto) niet het huis dat er in 1828 stond, daar is de bouw te modern voor. Ik kan me wel voorstellen dat ook dat oude huis een grote poort heeft gehad, zodat de paarden die beslagen moesten worden de smidse ingeleid konden worden.

22 juli 2012

Raadsel van de oude foto is ontrafeld

Ik heb al eens eerder geschreven over een foto van mijn grootouders met hun vier kinderen. Toen ging het vooral om de afgebeelde personen. Maar de reden waarom die foto was gemaakt, waar en door wie bleven duister.
Aan de leeftijden te zien was het wel waarschijnlijk dat de foto was genomen toen opa en oma in of bij Maastricht woonden (ze hebben daar op een aantal adressen gewoond). Uiteindelijk kwam de oplossing uit de nalatenschap van mijn tante Annie. Zij bezat een foto met daarop hetzelfde gezelschap, maar in een andere pose. Het enigszins verfomfaaide kiekje heb ik even op de foto gezet, samen met het ingelijste familieportret:


Er zijn dus minstens twee foto's gemaakt tijdens dezelfde gelegenheid. Nu draaien we onze hand daar niet meer voor om, voor hetzelfde geld maken we 30 foto's of meer. Maar in die tijd was fotograferen een dure aangelegenheid.
Als extra bonus stond op de achterkant van het kleine fotootje een aantekening, en wel:


Kijk, nu gaan er allemaal bellen rinkelen, zeker als je weet dat opa en oma getrouwd zijn op 30 november 1907. Ze waren dus 30 jaar getrouwd en het was feest! Mijn nicht Anneke sprak het verlossende woord over het handschrift achterop de foto, zij herkende het als het schrift van haar vader, mijn oom Lambert. Lambert was getrouwd met tante Annie en hij was dus de fotograaf, die bijna 75 jaar onbekend was gebleven.
Ik heb nog gezocht naar extra gegevens over het feest, maar kwam niet zo ver. In plaats daarvan dan maar even een kalender van die maand gemaakt, een beetje in de stijl van toen.


Het was die dag niet zo warm, zo blijkt op de website van het KNMI, waar je de temperatuur van vroeger te weten kan komen. De normale temperatuur voor 30 november was 7,9 graden, maar de temperatuur in De Bilt kwam niet hoger dan 5,4 graden. De zon hebben ze de hele dag niet gezien.
En toen nog even een blik geworpen op de kranten van die datum. Het gesprek van de dag was het ongeluk van Prins Bernhard, die zijn sportwagen aan gort had gereden in de buurt van Amsterdam.


Met een mooi staaltje van het gezegde "van de prins geen kwaad weten", want in de allereerste berichten heette het, dat de auto met een zeer hoge snelheid was komen aanrijden. Toen bleek wie de inzittende was, de prins met zijn aide-de-camp, werd dat al snel gebagatelliseerd. In de trant van: "de auto heeft circa 90 K.M. per uur gereden, hetgeen op zo'n autoweg min of meer gebruikelijk is. Andere chauffeurs reden geregeld nog harder".

15 juli 2012

De commercie klopt aan de deur...

En aan de deur wordt niet gekocht, is mijn motto. De mensen die met dollartekens of eurotekens (of welke andere valuta dan ook) menen dat ze de genealoog wel even wat geld uit de zak kunnen kloppen, vergeten één ding. Namelijk dat het niet gaat om het snel vinden van mega-kwartierstaten, maar om de lol van het zoeken en speuren.
Christian van der Ven, van het Brabants Historisch Informatie Centrum in Den Bosch, wijst daar doorlopend op op zijn blog. In de titelbalk staat namelijk:


Zie daar, het gaat niet alleen om de knikkers maar zeer zeker om het spel. Anders gezegd: genealogen vormen een grote breiclub, een verzameling mensen die het leuk vindt om de techniek van de pennen onder de knie te krijgen. Soms proberen ze eens iets gewaagds en als het misgaat dan halen ze het breiwerkje gewoon weer uit. Even uithuilen en weer opnieuw beginnen.
Maar dan komt daar natuurlijk de vertegenwoordiger op de stoep te staan, met:


Niet meer moeizaam zoeken naar het perfecte breipatroontje, maar gewoon één druk op de knop geven en je jaagt er de ene bol wol na de andere doorheen. Meters gebreide lappen vliegen door de kamer. Geweldige productie (kost bijna niks, mevrouw) en daar mag u best trots op zijn!!!! O ja, vooral veel uitroeptekens, de boodschap zou anders wel eens niet over kunnen komen.

Ik denk dat ik maar eens een nieuwe sticker op de deur ga plakken, met grotere letters want de meeste van die colporteurs blijken behoorlijk kippig te zijn.

26 juni 2012

De volkstelling van Friesland 1744

In 1744 werd een heuse volkstelling gehouden in alle grietenijen van Friesland. Vijf jaar later werd de stand van de bevolking en zijn rijkdom nog een keer opgenomen, en genoteerd in de zogeheten Quotisatiekohieren.
Die laatste staan al geruime tijd op de website van Tresoar als een doorzoekbaar bestand. De volkstelling van 1744 was alleen in te zien op microfiche op de studiezaal. Zoals dat met microfiches gaat: de kwaliteit is niet altijd even mooi. Maar nu is daar verandering in gekomen, door het plaatsen van een serie prachtige foto's van de originele bladen.
Bijvoorbeeld deze, van Rinsumagesst:



overigens opgeschreven als Rinsmageest. Deze foto's zijn erg duidelijk en het moet niet al te moeilijk zijn om er een transcriptie van de maken. Wie daar meer over wil weten kan hier terecht. Een deel van de provincie is al in een bestand gezet, zoals te zien is op het volgende plaatje:



Het is uiteraard de bedoeling dat de hele provinciekaart groen wordt, met helaas uitgezonderd de eilanden. Vlieland, Terschelling en Ameland hoorden tot de provincie Noord-Holland en voor zover bekend zijn er van Schiermonnikoog geen bladen bewaard gebleven.

Update: Hoe snel het kan gaan: het kaartje dat hierboven staat is na een paar dagen al geheel ingehaald door de werkelijkheid. Het heeft niet zoveel zin om de actuele stand hier steeds weer te geven. In plaats daarvan verwijs ik naart het forum van Tresoar. Iets naar beneden scrollen om de actuele kaart te zien.

23 juni 2012

Paniquerende percentagiën

Ik begin me een beetje zorgen te maken over het wiskundige inzicht in dit landje. Mensen staren zich blind op een detail en verliezen daardoor de grote lijnen uit het oog. Kijk naar het project VeleHanden, waar de voortgang van de projecten wordt weergegeven met percentages. Leuk toch, maar het ook misgaan.



Ik geef een simpel voorbeeld: de gele lijn geeft aan hoeveel akten er al zijn 'gedaan'. Bij het linkerglas komt dit neer op ongeveer de helft. Mooi, in grote letters

50%
neerzetten. Oogt lekker. Maar dan: iemand doet extra water in het glas (lees: voegt extra akten toe die 'gedaan' moeten worden). Schrik, het percentage daalt opeens en is nu nog maar
ongeveer 27%
Nou ja, ook dat maar weer groot op de site zetten dan. Je houdt het dus niet voor mogelijk, maar er zijn echt mensen die bij die plotselinge daling een rolberoerte lijken te krijgen. Om dat een beetje te dempen, plaats het archief Leiden een verzachtende boodschap:



Er hoeft dus niet meer geschrokken te worden van dalende percentages. Ik schrik echter van iets heel anders, namelijk de soort water die extra in het glas wordt gegoten. Lees ik dat goed? Ja hoor, akten van de Burgerlijke Stand. De vraag is nu: waar worden die gemaakte koppelingen voor gebruikt? Voor wiewaswie soms, zodat ze over een tijdje betaald gedownload kunnen worden? Daar krijg ik dan weer een onbestemd gevoel van.

18 juni 2012

Hoe lang was opa eigenlijk? -2-

Bijna twee jaar geleden, om precies te zijn op 28 juni 2010, vroeg ik me af hoe lang mijn opa was. Hij was niet in dienst geweest en dus was er geen signalement van hem bewaard gebleven. Opa Willem Keijzer staat hier rechts op de foto en die heb ik gebruikt om zijn lengte te berekenen, uitgaande van de 1,92.6 meter van mijn vader die achteraan in het midden op de foto staat.



Dat was de situatie, maar nieuwe informatie zorgt voor een andere insteek. Dat opa niet in militaire dienst was geweest, betekent niet dat er geen signalement van hem te vinden is. Daar kwam ik vorige week achter via de website over de militieregisters, die door veel vrijwilligers van informatie wordt voorzien. Tot mijn verbazing stond opa in de index op die site.
Gauw de scan downloaden natuurlijk, want doordat ik zelf meedoe met het invoeren van gegevens heb ik daarvoor punten verdiend. Het downloaden kost me dus geen geld en het resultaat was:



Kortom, opa was niet ongeveer 1,81 meter lang zoals ik had beredeneerd, maar een centimeter of 6 korter. In elk geval wil ik wel zeggen: Heel hartelijk bedankt, anonieme invoerder, voor het naar voren halen van mijn opa!

Update Nog even extra informatie ingewonnen door mijn nicht Anneke te bellen. Zij wist te vertellen dat haar moeder, mijn tante Annie die schuin voor opa de foto staat, circa 1,68 meter lang was. Dat komt redelijk overeen met het beeld op de foto, waarbij je natuurlijk altijd moet bedenken dat mensen een beetje ingezakt kunnen staan als ze op de foto gaan. Bij het meten van de lengte van opa was dat niet zo, bij de militaire keuring moest hij natuurlijk kaarsrecht onder de meetlat gaan staan.

Een extra complicerende factor bij deze foto is, dat de grond niet helemaal waterpas was. Ik vermoed dat de foto is gemaakt in een gangetje of steegje waar de aarde een beetje schuin omhoog loopt richting de muur.
Over deze foto is trouwens nog meer te vertellen, daar kom ik nog op terug, want via een onverwachte omweg kwam ik te weten wanneer hij gemaakt is en waarschijnlijk ook door wie.

09 juni 2012

Waar is de herberg?

In de 19e eeuw werd de herberg in het Friese Spannum gerund door Murk Harmens Abma (aangetrouwde familie) en later door Anne Annes Hettema (familie). Ik weet dat uit documenten van de Burgerlijke Stand, bijvoorbeeld:



Of:



Maar wat daar niet in staat, is het exacte adres van de herberg. Zoeken in oude kranten levert ook niet echt meer gegevens op. Daar zie je alleen dat de persoon in kwestie kastelein was in de herberg in Spannum.



Misschien ook wel logisch, want “iedereen” wist natuurlijk waar hij die herberg kon vinden. Net zoals iedereen wist waar de kerk van het dorp staat. Van beide gebouwtypes is er maar één, dus je hoeft er niet naar te zoeken. Voor de kerk gaat dat nog steeds op, die staat middenin het dorp en je ziet hem meteen. Een kerk heeft ook niet echt een adres nodig. Die bekendheid van de herberg was dus 100 jaar en meer geleden geen enkel probleem. Het wordt pas moeilijk als een nazaat (ik dus) wil weten waar het gebouw nu staat of, als het afgebroken is, heeft gestaan. Zoeken op internet naar “herberg” en “Spannum” levert niet veel op. Hooguit een link naar knipsels uit oude kranten. Maar die had ik dus al. Dan maar wat dichter bij het probleem gaan staan. De herberg is een aantal keren van eigenaar gewisseld en steeds werd daar een notariële akte voor opgemaakt. Met daarin, om elk misverstand te voorkomen, een duidelijke beschrijving van het onroerend goed.



En inderdaad, er staat zoals verwacht een complete beschrijving in, inclusief de kadastrale gegevens (Sectie C nr 617). En daar was het me om begonnen. Helaas bleek de kadastrale kaart van 1832 (gemaakt aan het begin van de registratie) het betreffende nummer niet te bevatten, de herberg was er toen nog niet. Archief Tresoar beschikt echter ook over kadastrale kaarten van een latere datum (1887) en daar staat de herberg wel op getekend. Dat ziet er dus zo uit:



Voor het gemak heb ik het water (de opvaart en de slootjes) even een blauwe kleur gegeven.

Van daar af was het niet zo moeilijk om te bepalen waar de herberg ooit heeft gestaan. En verrassing: hij staat er nog steeds, alleen niet meer met een winkel/herberg-functie. Fascinerend om te zien dat het gebouw nog bestaat. Er komt nog een fotoserie van het pand, maar daar is wat meer tijd voor nodig die ik nu even niet heb. Hieronder al wel een foto uit het Fries Fotoarchief, gemaakt in 1908, de herberg blijkt hier bij nader inzien toch niet op te staan, zoals ik eerst dacht.



22 februari 2012

In memoriam in het Stadsarchief


Het Stadsarchief Amsterdam huisvest tot 20 mei 2012 de tentoonstelling "in memoriam", met foto's van kinderen die tussen 1942 en 1945 zijn weggevoerd om nooit meer terug te komen. Joden, Sinti, Roma, alles wat de moffen niet welgevallig was moest wegwezen.

De belangstelling is groot. Van de week waren er zelfs meer dan 700 bezoekers op één dag. Mensen staan om 10 uur 's ochtends al in de rij om naar binnen te kunnen.

Indrukwekkend!

03 januari 2012

Wel een beetje opletten met scans

Bij archiefonderzoek is het natuurlijk prettig als je het origineel kunt raadplegen. Een dik boek op je tafel, ondersteund door een kussen of door een soort lessenaar van schuimplastic, dat werkt prettig.


Maar soms lukt dat niet, bijvoorbeeld omdat het originele boek in een paar honderd jaar zo fragiel is geworden dat je het eigenlijk niet goed meer kunt vasthouden. Als het meezit, heeft het archief dat oude boek gescand en kun je vanaf het beeldscherm alles bekijken. Met extra mogelijkheden zoals het aanpassen van helderheid en contrast, inzoomen op details en dergelijke.


En dan krijg je zoiets op je scherm. In dit geval moest ik de letter T hebben. Daar kun je natuurlijk komen door het hele boek bladzijde voor bladzijde op te roepen, maar dat duurt wel lang. Slimmer is, om een beetje te gokken waar je moet zijn. De T is de 20ste letter van het alfabet en de gewenste pagina's zitten dus op het 20/26ste deel van het boek. In mijn geval dus ongeveer op bladzijde 200.
Let wel, je komt nooit exact op de gewenste plek uit, want niet elke letter neemt evenveel bladzijden in beslag en de Q en de X komen ook niet echt voor. Maar het is een aanvaardbare techniek om ongeveer goed uit te komen. Ik kwam terecht op een folio met namen die met een R begonnen. Dus even iets verder bladeren en daar was de T.
Gauw alle namen langslopen, in de hoop mijn voorvader te vinden, maar nee hoor. Niks gevonden. Terwijl ik er toch vast van overtuigd was dat hij lidmaat was. Nou ja, jammer. Dit gebeurde ruim een jaar geleden. Toen ik weer eens in het archief was, ben ik toch nog maar een keer door het boek gegaan. En wat zag ik op folio 140? Een hoop namen die begonnen met een Z. En toen ging het belletje rinkelen.
Het boek bevat kennelijk twee keer het alfabet, aan het begin de reguliere inschrijvingen, achteraan de "overloop". Als een pagina vol is, ging de schijver achterin het boek verder. Op de "volle" pagina stond wel een verwijzing naar het achterste deel, maar daar stond niets om aan te geven dat het om een vervolg ging.
Conclusie: Ik had wel bij de T gezocht, maar in het overloopgedeelte. Bij een echt boek had ik dit veel eerder gemerkt en was ik snel naar het begin gegaan. Maar uiteindelijk kwam het toch nog goed en zag ik:


Thomas Meijberg uit Cremp. Dat laatste is de oude schrijfwijze van de stad Krempe in Sleeswijk-Holstein en dat is de richting die mijn zoektocht nu uit gaat.

24 december 2011

De top-3 en flop-3 van 2011

Aan het eind van een jaar is het wel aardig om eens terug te kijken. Wat heeft 2011 ons gebracht op genealogisch gebied? Ik heb gekozen voor een Top-of-Flop benadering, wat de ouderen onder ons natuurlijk meteen doet denken aan Herman Stok die op het enkele TV-kanaal dat we 40 jaar hadden het gelijknamige programma presenteerde. Dat daargelaten begin ik met:

1 Toch wel met stip op nummer één een door mijzelf bedachte term, namelijk "jaarstuk", nu eens geen boekhoudkundig hoogstandje van een bedrijf maar een samentrekking van jaar en vraagstuk. Dat is zo’n vraag die je heel lang kan bezighouden en waar je dan plotseling toch een antwoord op vindt. Mijn jaarstuk voor 2011 was het vinden van de lokatie van een foto uit 1942.

2 Het beschikbaar komen van nieuwe bronnen op internet. Voor mij erg fijn:
de Sonttolregisters, een transcriptie en database van de administratie die het Deense hof bijhield van alle schepen die de Sont passeerden vanaf 1500 tot en met 1857. Op verschillende plaatsen op dit blog heb ik daar al over geschreven en begin dit jaar stond er een artikel van 4 pagina’s in het blad Genealogie van het CBG. Het onderwerp combineerde ik met een vakantietrip naar Kopenhagen en omstreken, al met al een geslaagde combinatie.
De volgende bron was te vinden bij de Mormonen, die de opnamen van onder andere de Nederlandse burgerlijke stand op internet hebben gezet. Een beetje ingewikkeld om in te zoeken, maar gelukkig zijn er trucs. Hoofdrekenen, bijvoorbeeld waardoor je vrij snel bij de gewenste akte kunt uitkomen. Wie daar niet zo bedreven in is, kan profiteren van een speciale website met een index op Familysearch. Die site heet Genver en voor veel mensen is dat een uitkomst.


Derde bron wordt gevormd door de militieregisters, die vanaf 1814 tot 1941 zijn bijgehouden. Als je daar een scan van wilt downloaden, dan kost dat 50 eurocent. Maar, je kunt ook meedoen aan het transcriptieproject VeleHanden waar punten te verdienen zijn waarmee de scans gratis kunnen worden gedownload. Helemaal gratis is het natuurlijk niet, want je stopt er tijd in, maar leuk is het wel!

3 Bijzondere ontdekking. De voorouders van de kant van mijn oma blijken in de 17e eeuw in Erlecom (achter Nijmegen) een groot stuk grond te hebben gepacht van het Kartuizerklooster op de Beatusberg bij Koblenz. De akten daarvan zijn in Nederland niet meer te vinden, maar het Landesarchiv in Koblenz heeft ze nog wel. Gauw de akten besteld om er een transcriptie van de maken. Makkelijker gezegd dan gedaan, want je worstelt zowel met het oude schrift als met de taal. Dat laatste lijkt soms veel op Plattdüüts en soms ook weer niet en natuurlijk heeft de ene schrijver een volledig andere manier van spellen dan de ander. Je krijgt er vierkante ogen van, maar het is wel fascinerend om te lezen! Inclusief de oudste akte die ik ooit van een transcriptie heb mogen voorzien: gedateerd 1488. En gelukkig ging het om een 16e of 17e eeuws afschrift, zodat de tekst ook nog makkelijker te lezen was.


Bijgedachte: gelukkig ging het om een klooster bij Koblenz en niet een uit Keulen, want in het laatste geval was het gevaar reëel dat de akten waren verdwenen nadat het archief van Keulen begin maart 2009 in een bouwput was gedonderd.

En dan waren er dit jaar natuurlijk ook minder prettige ontwikkelingen. Gebeurtenissen en niet-gebeurtenissen waaraan ik me heb geërgerd. Ik probeer deze samen te persen in de:


1 Het belachelijke gedoe rond de nieuwe website wiewaswie, die de opvolger moet worden van Genlias en de Digitale Stamboom. Een project dat bol staat van het amateurisme en dat wordt getrokken door een club die niet kan communiceren. De ene na de andere hotemetoot wordt aangetrokken om er toch nog maar een succes van te maken. En dat allemaal betaald vanuit de staatsruif…
Het project ligt inmiddels stil, heb ik begrepen, en de betrokkenen houden zich bezig met heel andere dingen. Een paar dagen geleden kreeg ik een of ander dom reclamemailtje voor het aanschaffen van een app. Geen idee waarom ze mij moeten hebben, want ik gebruik een papieren blocnote en bij mijn weten is dat gelukkig geheel appvrij!
Even zoeken op internet en wat blijkt? De mevrouw die de app heeft gemaakt, was eerder in het jaar betrokken bij wiewaswie. Ik leg dan de verbinding dat ze "even" alle mailadressen daar heeft "geleend" om haar spam-zooitje heen te sturen. Er zijn nu te veel organisaties dicht om er serieus werk van te maken, maar dat komt volgend jaar zeker!

Update: Mijn vermoeden dat mensen die ooit een bericht hebben gestuurd naar wiewaswie met hun mail-adres terecht zijn gekomen in een commerciële fuik wordt bevestigd door een melding op het StamboomVragenForum (SVF). O ja, op mijn mailtje waarin ik opheldering eiste is nog steeds niet gereageerd. Ik zal toch een stapje hoger op de ladder moeten, vrees ik. Waarschijnlijk naar de directie van uitgeverij Sanoma zelf.

2 Het feit dat archieven steeds vaker dicht zijn op de dagen dat ik onderzoek zou willen doen. En voor andere archieven moet er altijd speciaal een vrije dag worden opgenomen omdat ze op ongelukkige tijden open zijn. Vervelendste ontwikkeling dit jaar was het op vrijdag dichtgaan van het Gelders Archief en het op maandag de deuren sluiten bij het CBG. Je krijgt zo steeds minder gelegenheid om archiefonderzoek ter plekke te doen. En tegen dat fysieke onderzoek kan echt geen enkele website op!

3 De toenemende commercialisering van de genealogie. Diverse partijen denken een slaatje te kunnen slaan uit de drang van veel mensen om hun voorgeslacht te onderzoeken. Zo werd er van de zomer een CD-tje meegestuurd met het kwartaalblad Genealogie van het CBG. Het bleek te gaan om een gratis versie 5 van Family Tree Builder (FTB) van MyHeritage. Een club die er vreemde voorwaarden op na houdt en die je zeker niet zomaar op je computer moet zetten.
In november was er weer iets te melden over MyHeritage, namelijk het opkopen van FamilyLink.com en WorldVitalRecords. Waarna direct werd geschermd met grote aantallen. Alsof de kwantiteit belangrijker is dan de kwaliteit. Veel commerciële sites maken zich daar schuldig aan, door te schermen met grote aantallen namen, documenten, bezoekers of leden.
Of met het woordje “gratis”, zo in de trant van: Neem nu een gratis proefabonnement, dat kost helemaal niets. Maar: voordat je zo’n abo krijgt, moet je eerst een reeks persoonlijke gegevens invullen, inclusief een creditcardnummer. Enne... zeg ook even wat voor betaald abonnement je wilt als de proefperiode is afgelopen? Het gevolg: de knop om de proef te beëindigen is dermate goed weggestopt op de site dat de kans groot is dat hij niet gevonden wordt. Waardoor je dus aan een betaald abo vast zit.
Andere truc: je adverteert als commerciële partij op websites, maar dan zodanig dat het niet als advertentie kan worden herkend. Toe maar mensen, klik maar op de link! Dan hebben we je binnen. Misselijk, vind ik dat.

Het gevaar van commercie bij een hobby is, dat de verkopende partij probeert om je alle initiatief uit handen te nemen. Vergelijk het met mensen die graag schilderen. Zij zijn gebaat bij tips en technieken om dat beter te kunnen doen. Maar wat doet de handel? Komt die helpen? Nee hoor, die probeert je een doos “schilderen-op-nummer” aan te smeren. Hou de klant maar lekker dom, dan kun je in de toekomst nog meer aan hem verkopen. Niets ten nadele van het schilderen op nummer, grote groepen mensen zijn er erg blij mee, maar voor mij hoeft het niet.

11 december 2011

Het raadseltje van de Lap

Schepen die naar de Oostzee gingen, bleven wel eens liggen "achter de Lap". Een merkwaardige term die je door de eeuwen heen tegenkomt, zoals in de Opregte Haerlemsche Courant uit 1688. Ik heb daar in de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag een foto van gemaakt:


Vroeger wist natuurlijk iedereen wat hiermee bedoeld werd, maar ik tastte in het duister. De zinsnede in het krantenstukje dat de kapitein al in de stad (=Elseneur) was, maar dat zijn schip nog achter die Lap lag, duidt er wel op dat de Lap in de buurt moet liggen. Een kapitein laat zijn schip niet in de steek, hij reist hooguit naar de wal om zaken te regelen.
Zoals altijd komt ook nu internet weer te hulp. Even Googlen en ik kreeg een verwijzing naar de website historici.nl, waar een voetnoot in een geschiedenisboek me op het juiste spoor zette. Het ging dus om een zandbank en de achterkant daarvan lag aan open zee. Die kant bevroor dus niet, zoals in de Sont wel geregeld gebeurde.
Toen ik dit eenmaal wist was het niet zo moeilijk om er achter te komen waar die zandbank lag. Een virtueel bezoek aan KB nummer twee (de Kongelige Bibliotek in Kopenhagen) en de daar bewaarde atlas van koning Frederik V leverde de volgende kaart op:


Aanvulling 1: De Lap, of Lappen zoals hij in het Deens heet, bestaat nog steeds. De zandbank steekt niet boven het water uit (en waarschijnlijk heeft hij dat ook nooit gedaan). Het is een onderzeese zandbank, vlak onder het oppervlak van de Sont. Erik Gøbel, Statens Arkiver, København.

Aanvulling 2: De zandbank stond ook bekend onder andere namen, zoals Lappegrund en Lapsand. Via Google Books kwam ik terecht bij een Frans handboek voor de zeevaart, waarin het volgende te zien is:


Vrij vertaald staat daar: "Het kan gebeuren dat een schip, vanwege zware weersomstandigheden, niet in staat is om aan te leggen in Elseneur. In dat geval is het ook mogelijk om de papieren naar die stad te sturen om zo de lading in te klaren. De kapiteitn moet daarvoor wel een extra Rixdaler betalen, die zal worden geschonken aan de kas van het armenhuis."
In een ander Frans handboek staat een nadere beschrijving van de zandbank:


Weer vrij vertaald staat daar: "Op korte afstand van Elseneur, vanuit de Noordzee komend vóór die stad, ligt een zandbank die Lap ofwel Lapsand wordt genoemd. Schepen kunnen daar afmeren als de wind uit de verkeerde hoek waait om naar Elseneur te varen."
In nog weer een Frans nautisch handboek staat, dat het water boven de zandbank een diepte van slechts 7 à 8 vadem heeft.

27 november 2011

Verdwenen: de Katersteeg in Amsterdam


Achter de huizen aan de Herengracht in Amsterdam doemt dreigend een kerkgebouw op, dat bijna in de achtertuinen lijkt te staan. Dat lijkt niet alleen zo, het is echt zo. Het is de RK-kerk de Krijtberg, die daar in 1881 is gebouwd, midden tussen de bebouwing. Het kerkbestuur slaagde er in om een aantal huizen en huisjes op te kopen en van de gemeente Amsterdam werd een steegje tussen Singel en Herengracht gekocht.
Altijd fascinerend, zo'n steegje dat niet meer bestaat, hoewel de eerste 20 meter er nog steeds zijn. Speurend op oude kaarten komt niet echt een naam van de steeg in beeld. Op de eerste kadasterkaart uit 1832 staat de steeg wel, maar heeft hij geen naam:


Op de buurtkaart uit 1850 staat wel een naam, namelijk de Spelonksteeg, maar dat blijkt niet de goede naam te zijn. Het doorgangetje draagt namelijk de naam Katersteeg, en dat was al zo in de 17e eeuw.
De verkoop van de steeg vond plaats in 1879, in de raadsvergadering van 30 januari werd de knoop doorgehakt. Dat ging echter niet zonder slag of stoot, want de Raad diende zich te buigen over een bezwaarschrift van een aanwonende. De klager kreeg echter geen voet aan grond, er werd geoordeeld dat "de heer Kruimel zijn bezwaren pas ter elfder ure geldende heeft gemaakt" en "de heer Kruimel is de eenige die post acta met bezwaren aankomt". Na nog veel heen en weer gepraat werd de verkoop van de steeg in stemming genomen en met 14 tegen 11 stemmen goedgekeurd.
Was het nu gedaan? Nee hoor, volgende punt van discussie was de prijs die voor de grond van de steeg betaald moest worden. De voorgestelde prijs van 12,75 gulden per [vierkante] meter werd te laag geacht. Raadslid Schmitz wijst er op, dat de Vlasbloemsteeg recent was verkocht voor 25 gulden per el [oude benaming voor meter].
De burgemeester vraagt nadrukkelijk of de Raad dat wil, maar daar werd op gereageerd dat er een stemming moest komen. De oude prijs sneuvelde, waardoor de steeg "twee keer zo duur werd verkocht". Wethouder Tromp, belast met Publieke Werken, hield de Raad voor dat "door dezen verkoop een leelijke en vuile steeg zal vervallen en dat is in het belang der Gemeente. Er zijn momenteel nog een 654-tal van die stegen en gangen. Het is wenschelijk dat die verdwijnen."
Maar Kruimel, notaris van beroep, liet het er niet bij zitten en bestookte de gemeente met de ene klacht na de andere. De verkoop kwam in de maanden na het eerste besluit nog een aantal keren in de raadsagenda terug. Via een kunstgreep (het onttrekken van een deel van de steeg aan de publieke ruimte) werd de koop dan toch eindelijk gesloten. De huizen en huisjes die aan de steeg stonden moesten ook nog weg, zij werden 'ter amotie' (afbraak) publiekelijk verkocht.


Er bleef daarna dus een klein stukje van de steeg over, afgesloten door een poort. Dat ziet er tegenwoordig zo uit:


Het poortje is gezien de stijl gemaakt in opdracht van het kerkbestuur en het zal zo rond 1881 - het bouwjaar van de kerk - zijn opgericht. Uit een verrassende hoek blijkt, dat deze veronderstelling inderdaad klopt. De bewoner van Herengracht 423 vond bij het schoonmaken van de gang onder een stapel rommel een houten plankje met opschrift. Een geweldige vondst, want nu is meteen voor 100% bekend wanneer de poort is gebouwd en door wie.


Kijk, dit zijn nu eens leuke dingen. Het volgende op mijn lijstje is het maken van een 3D-model van de steeg zoals deze er uit zag voordat de kerk werd gebouwd. Op basis van de kadasterkaart moet dat wel mogelijk zijn. Misschien niet helemaal exact, maar dan toch een goede benadering.

26 november 2011

Hoe ging dat vroeger? - 2 -

De politiek is er beslist nog niet uit. Ze willen één landelijke politiedienst creëren maar daar zitten heel veel haken en ogen aan.


Nationale Politie, zo gaat het heten. In maart volgend jaar komt er een beslissing en dat is dan precies 69 jaar na een vorige exercitie van dat type. Het ging toen om de Staatspolitie, een instelling die was bedacht door de bezetter om de politie van het hele land onder één noemer te brengen.
Op 1 maart 1943 was het zover. Iedere politieman werd ontslagen bij het korps waar hij werkzaam was, en meteen ingelijfd bij de op Duitse leest geschoeide organisatie. Ook het oude uniform moest worden ingeleverd, om het te vervangen door wat in Amsterdam wel "het apepakkie" werd genoemd. Een uniform van niet al te best materiaal (het was tenslotte oorlog) dat heel veel leek op de Duitse uniformen.
Het feitelijke gevolg was, dat het politie-apparaat een direct verlengstuk werd van de Duitsers. Hier gold zeker het principe "Befehl ist Befehl", de opdrachten van het bezettingsleger dienden nauwgezet en direct te worden uitgevoerd. De Amsterdamse hoofdcommissaris stuurde daarover het volgende bericht rond:


Waaruit valt af te leiden dat tegenstribbelen geen zin heeft en dat alle oude regels per direct overboord waren gezet. Ook de rangen binnen de politie werden compleet vernieuwd. De aloude a.p. ofwel agent van politie diende voortaan te worden aangesproken als wmr. ofwel wachtmeester. Het rangensysteem van het Duitse leger diende duidelijk als basis voor de nieuwe titulatuur.
Het hele nieuwe politiesysteem heeft het iets meer dan twee jaar volgehouden, na de bevrijding werd er snel gewerkt om de oude situatie weer te herstellen. Om iedereen te laten weten hoe de vork ook alweer in de steel zat, werd een overzicht gemaakt van de rangen en de rangen waarvoor ze in de plaats zijn gekomen: