03 augustus 2007

Een beetje last van schimmel

Wat doe je, als je achter op de fruitschaal een vruchtje vindt dat aangetast is door schimmel? Weggooien is een optie, maar als het maar een klein beetje is, ben ik geneigd om het aangetaste stuk weg te snijden en de rest gewoon op te eten. Een schijnzekerheid, want de schimmeldraden hebben zich dan al door het hele stuk fruit heen gewrongen. Bij kaas is dat trouwens net zo, zie je een beschimmeld plekje, reken er dan maar op dat de hele homp is aangetast.

En wat doe je als er schimmel wordt aangetroffen in een archief? Dan wordt er niets weggegooid maar zet men alles op alles om de infectie te bestrijden. Hoe lang dat ook duurt. Ik heb er in mijn onderzoek mee te maken gekregen doordat ik een akte opvroeg van een huwelijk dat in 1911 is gesloten in het voormalieg Silezië. De overgrootouders van mijn echtgenote waren de trouwlustigen, vandaar. Alle akten uit de voormalige Ostprovinzen van Duitsland zijn daar weggehaald en verplaatst naar een centrale opslag in Berlijn. Het beheer over de akten (alles bij elkaar zo'n 14 kilometer plankruimte) wordt gevoerd door Standesamt I in Berlijn.

In het depot is vorig jaar een agressieve schimmelvorm geconstateerd, waardoor het hele bezit gedesinfecteerd moest worden. De ambtenaren van het Standesamt mochten al die tijd geen voet over de drempel zetten, uit angst voor besmetting. Alles bij elkaar heeft dit acht maanden in beslag genomen, met als gevolg dat het Stadesamt een achterstand heeft van minimaal acht maanden. Mijn aangevraagde akte zal dus nog enige tijd op zich laten wachten. Maar ach, het document ligt er al 96 jaar, dus een paar maandjes kunnen er ook nog wel bij.

20 juli 2007

Het is vandaag 16 juni 1606

Heden ben ik weer eens naar het archief in Haarlem gegaan (voluit het Noordhollands archief, lokatie Jansstraat) om daar een reeks foto's te maken van documenten uit 1606. Het gaat om de lijsten van deelnemers aan de loterij voor de bouw van het Oudemannenhuis te Haarlem. Via die loterij wisten de bouwmeesters veel geld in te zamelen, zodat de bouw van start kon gaan.

Het gebouw staat er nu nog steeds, alleen is er nu het Frans Hals-museum in gevestigd, zoals op de foto hiernaast te zien is.

Het museum heeft een kleine tentoonstelling aan de loterij gewijd, omdat het ruim 400 jaar geleden is, dat het bouwgeld werd opgehaald. In totaal werd een bedrag van 52.000 gulden opgehaald, een som die nog werd uitgebreid met giften van rijke particulieren. De verkoop van de loten begon in juni en liep door tot oktober/november 1606.

Op een van de bladen stond de datum 16 juni 1606 en dat liet een belletje rinkelen. Het daagde me opeens, dat was net zo'n bijzondere datum als vandaag! Voor wie het nog niet doorheeft: schrijf de datum maar eens op in de vorm DD-MM-JJJJ en doe daarna hetzelfde met de datum van vandaag.

01 juli 2007

De ganzenveer als schrijfinstrument

Zoals diverse mensen al hadden gezien was het kleine voorwerpje dat in het archiefstuk zat inderdaad het versleten puntje van een ganzeveer. Op bijgaande foto is goed te zien dat het puntje aan de linkerkant is afgesleten, waardoor er geen mooie letters meer mee gemaakt konden worden. De schrijver heeft het puntje met zijn pennemes afgesneden, om weer een nieuwe pennekop te kunnen snijden. Dat deed hij door de schacht van de veer schuin af te kappen, de randjes rond te snijden en in het midden van het puntje een inkerving te maken. In die snede vloeide de inkt en dat principe is bij de latere kroontjespen en vulpen overeind gebleven.

Om het wat duidelijker te maken (is niet helemaal gelukt, vrees ik) heb ik een modelletje van zo'n afgesneden pen gemaakt met behulp van Google Sketchup. Dat is een gratis programma waarmee je 3D-voorstellingen snel kunt maken. Tenminste, als je er al een tijdje mee bezig bent en alle trucjes van het programma kent. Bij mij is dat nog niet zo, maar dat zal niet lang duren.
Goed, terug naar de ganzenveer. In de oude boeken wordt er op gehamerd, dat de veer uit de linkervleugel van de vogel getrokken moet worden, het liefst terwijl het dier nog leeft. Dan is de veer nog vers en kan de gans in kwestie nog meer veren produceren. Je moet het maar bedenken.
Waarom nu juist uit de linkervleugel? De veren zijn gekromd en wanneer een veer uit de linkerkant wordt gehaald heeft deze een vorm die makkelijk in de hand ligt voor iemand die rechtshandig is. Vandaar. In oude teksten wordt ook geschreven dat een ganzenveer wel een mooi schrift kan produceren, maar dat degene die echt een stukje kwaliteit wil afleveren, gebruik moet maken van een zwanenveer. Dat lijkt me niet makkelijk, heb je ooit wel eens geprobeerd om een levende zwaan te benaderen, laat staan hem een veer uit te trekken? Ik vraag me af met hoeveel man ze dat vroeger hebben gedaan.
En dan nog de ouderdom van het stukje ganzeveer. Ik heb gezocht op internet en kwam bij Wikipedia de volgende beschrijving tegen:

Voor de ganzenveer werden in de lente de buitenste vijf slagpennen van
levende vogels genomen. Men gaf de voorkeur aan de veren van de linker vleugel,
omdat zij een buiging hebben die voor rechtshandige schrijvers naar buiten, van
de schrijver af, gericht is. Voor men met de veer kon schrijven moest deze op de
juiste wijze bewerkt worden. De veer werd schuin aangesneden en men verwijderde het merg, waarna de veer gehard moest worden.

Daartoe werd de pen zolang in water geweekt tot deze er glanzend wit uitzag. Voor het eigenlijke harden werd het ingeweekte gedeelte in een houder met heet zand van de juiste temperatuur gestoken tot de punt doorschijnend werd. Het zand moest zo heet zijn dat de pen wel siste, maar niet barstte. Tot slot werd de bovenste huidlaag van de pen gekrabd, waarna de pen gesneden kon worden.

De vraag is, hoeveel tijd dit in beslag nam. Maar omdat er staat dat de veren in de lente "geoogst" werden en het document in kwestie na de zomer van 1606 is geschreven, mag ik aannemen dat de veren in de lente van 1606 zijn geplukt.

29 juni 2007

Een tamelijk vreemd voorwerpje

Vandaag was het weer tijd voor een van onze mega-fotosessies, samen met Ineke Smit. Plaats van handeling was het Noordhollands Archief in Haarlem en de lijdende voorwerpen waren enkele volgepakte archiefdozen met documenten uit 1606. De hele bubs moet op de foto en dat heeft inmiddels al zo'n vier persoondagen gekost. Naar verwachting zullen we nog wel een keertje terug moeten om alle papieren te fotograferen.

Tijdens de klus viel er plotseling een vreemd dingetje op de tafel. Ik heb er snel even een foto van gemaakt die ik bij dit berichtje plaats. Maar... de grote vraag is nu, wat dit voor dingetje is en hoe oud het ongeveer kan zijn? Nogmaals, de stapel papieren dateert uit 1606, dus het voorwerpje is minstens 401 jaar oud. Wie het weet, mag het zeggen!! Voor een grotere uitvoering van de foto even op het kleine plaatje klikken met de muis.
Aanvulling 1:
Een tip over de grootte van het dingetje: het zal inderdaad zo'n 7 millimeter lang zijn en circa 4 mm rond. De kreet "Jesses, een stukje teennagel", die naast mij klonk toen ik het voorwerpje ontdekte, bleek geheel onjuist te zijn.

18 juni 2007

Puzzel deels opgelost

Ik heb een gedeeltelijk antwoord op mijn vraag over het bijzondere boek in de schappen van het Noordhollands Archief. Ik ben direct bij de bron te rade gegaan en archivaris Hans van Felius schrijft het volgende:

Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw maakten de Mormomen (Kerk van
Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen) microfilms van allerlei
genealogische bronnen in Nederland; zo ook van de collectie DTB. Van het boek
Wervershoof 7 (u schrijft 6, maar dat klopt niet)hadden wij geen origineel,
vandaar dat wij een kopie hebben laten maken van de microfilm. Omdat de
microfilms negatief waren is er via het gekozen procedé ook een negatieve print
uit gekomen. Welke apparatuur daarbij gebruikt is kan ik helaas niet meer
achterhalen, maar het is in elk geval een procedé dat vergelijkbaar is met het
ontwikkelen en afdrukken van foto's. Daarna ontstond een generatie
fotokopieerapparaten die ook nog gebruik maakte van een ontwikkelvloeistof,
gevolgd door de latere systemen die gebruik maken van brandtechnieken. Gezien de plaats in de tijd schat ik dat het boek ontstaan is in de eerste helft van de
jaren zestig. Dat is helaas alles wat ik er over kan meedelen.

Met vriendelijke groet

Hans van Felius


Het is dus inderdaad een soort fotopapier. Met welk apparaat het precies is gemaakt zal wel altijd een raadsel blijven. Ik gok op een soort vergrotingskoker, hoewel het wel om een apart model moet gaan. Want een vergroter belicht een negatief op een vel fotopapier, waarna een positief beeld ontstaat. In het geval van het doopboek is dus nog een tweede stap gedaan, waarbij de positieve tussenafdruk via een contactprocédé weer naar negatief is omgezet.
Het blijkt dat ik dermate enthousiast was over de techniek, dat ik het nummer van het boek geheel verkeerd heb genoteerd. Maar ook dat plooitje is nu weer gladgestreken.

14 juni 2007

Werk aan de winkel

Het rooms-katholieke doopboek van Wervershoof dat ik tegenkwam in het archief van Haarlem, bevat 166 bladzijden. Ik heb daar allemaal foto's van gemaakt en ben nu bezig om die opnamen te converteren naar een prettiger leesbaar formaat. De originele opnamen waren in kleur, van een negatief origineel. De eerste stap is dus, om alle opnamen zelf weer negatief te maken zodat een positief beeld ontstaat. (min maal min is plus). Dit kunstje kan een tekenpakket in een fractie van een seconde voor elkaar krijgen. Het resultaat was veel te blauw naar mijn zin, zodat er ook nog een conversie naar grijswaarden diende te volgen. Ook dat heb ik lekker aan mijn grafische software overgelaten. De computer staat dan een kwartiertje behoorlijk te 'stampen'.

Het resultaat is te zien op bijgaande foto. Links de opname van het negatieve origineel, rechts wat er overbleef na de bewerking. Ik ben nog steeds nieuwsgierig naar het apparaat waarmee de kopieën zijn gemaakt. Na even speuren met Google vond ik een website waar de geschiedenis van kantoorapparatuur wordt beschreven. Ik vermoed dat de kopieën zijn gemaakt met behulp van een Photostat-machine. De beschrijving daarvan komt het meest overeen met het resultaat dat ik heb aangetroffen.

12 juni 2007

Een bijzonder boek

Vandaag was ik in archief Haarlem, om weer eens wat DTB-boeken op de foto te zetten. Het archief in de Janskerk had net de officiële opening achter de rug (op 7 juni) en dus kon ik in alle rust mijn werkjes doen. Enige nadeel van het huisvesten van een archief in een oud kerkgebouw is, dat de temperatuur niet altijd even goed geregeld kan worden. Het begon al toen ik binnenkwam en werd begroet door een haast smeltende medewerker die ook last had van de warmte. Maar dit terzijde.

Ik maak trouwens dankbaar gebruik van de nieuwe lampjes die ze op de tafels hebben aangebracht om de te fotograferen boeken uit te lichten. Ga je tussen twee tafels in werken, dan kun je de lampjes van zowel de linker- als de rechtertafel gebruiken. Dat lukt alleen als het rustig is, want bij grote drukte kun je natuurlijk geen twee tafels inpikken.


Ik had al een aantal boeken gedaan, toen mijn oog viel op een boek dat er duidelijk anders uitzag dan de rest. In eerste instantie leek het een fotoalbum en bij nadere beschouwing bleek dat helemaal zo gek nog niet. Het boek bevat een serie prehistorische kopieën van het RK doopboek van Wervershoof. De tekst is op een of andere manier overgebracht op het papier, waarbij een negatief beeld is opgeslagen. Vette zwarte pagina's dus met witte tekst. Ik vond dat boek zo bijzonder, dat ik de plannen die ik had om de boeken van de Beemster te fotograferen maar even in de wacht heb gezet.
Toen de beslissing was genomen om het boek op de foto te zetten kwam probleem twee om de hoek kijken. De bladzijden voelen een beetje aan als perkament en ze hebben een soort glans over zich. Waar het licht van de (spaar)lampjes dus prachtig in weerspiegelt! Ik heb dat opgelost door het licht als een soort strijklicht over de pagina's te laten schijnen. Ik ga de opnamen met de computer weer omklappen (negatief wordt positief) en verbeteren. Op termijn zullen de opnamen te zien zijn op de website Van Papier naar Digitaal.

Blijft nog de vraag met wat voor machine deze kopieën zijn gemaakt en hoe lang geleden dat gebeurd moet zijn. Wie het weet mag het zeggen!

19 mei 2007

Alles bleef bijna hetzelfde (2)

Bij genealogisch onderzoek zit je geregeld in stoffige archieven, of gekluisterd aan het beeldscherm van de computer. Maar er is ook nog zoiets als veldwerk. Afgelopen week ben ik dat gaan doen, samen met mijn verre neef Giel van der Wal. Wij stammen beiden af van Hette Annes, de stamvader van de familie Hettema. Uit onderzoek is ons gebleken waar de boerderij van de Hettema's heeft gestaan, namelijk in het dorp Goënga onder de rook van Sneek.


Bij vergelijking van de kadastrale kaart uit het begin van de 19e eeuw en de luchtfoto zoals die te zien is op Google Earth is te zien dat de topologie van de omgeving vrijwel niet is gewijzigd in de afgelopen 175 jaar. Zelfs de stukken weiland hebben nog steeds dezelfde vorm. Dit is niet alleen opvallend, het is ook zeer handig voor het vinden van oude details. Ik heb hierover een kort verhaal geschreven dat is geplaatst op de website van het dorp Goaiingea (de Friese schrijfwijze van de naam).

13 mei 2007

Het maken van een transcriptie

Transcriptie is het woord voor een document dat ontstaat als je een oude akte overschrijft. Trans betekent over en scriptie betekent schrift. Overschrijven dus. Vroeger gebeurde dat allemaal met de hand, later kwam de schrijfmachine in beeld en tegenwoordig doen we het met de computer. Je kunt het origineel natuurlijk naast je toetsenbord leggen, maar het werkt veel eenvoudiger om het origineel eerst te scannen en dan op het beeldscherm te laten zien.

Toen ik hier net mee begon, had ik daar een ingewikkelde methode voor bedacht. Het gescande document werd weergegeven in een tekenpakket, waarvan het window op 2/3 van het scherm was verkleind. De transcriptie werd gemaakt in Word, waarvan het window was verkleind tot 1/3 van het scherm.

Uiteraard ging dit geregeld mis, omdat het scherm van Word te klein was door alle menu's die bleven staan. Op een gegeven moment wees Richard van Schaik me op het programma Transcript, dat gratis van internet kon worden gehaald. Ik heb de software gedownload en dat veraangenaamde het werken bijzonder. In een venster zie je zowel het gescande origineel als de overgetypte tekst. De verhouding tussen de foto- en tekstruimte kan naadloos worden aangepast en ook kan de scan donkerder of lichter worden gemaakt. Klik op de afbeelding en je ziet een vergrote versie.

Deze week heeft de maker van al dit moois, Jacob Boerema, een nieuwe versie van Transcript beschikbaar gesteld. Het pakket draagt versienummer 2.2 en het is hier te downloaden. Ik kan het iedereen aanraden.

10 mei 2007

Ouwe kranten (1)

Sinds afgelopen dinsdag, 8 mei 2007, heeft Nederland er weer een gratis dagblad bij. Het heet simpelweg "Dag" en hiermee staat de teller nu op vier gratis krantjes per dag. Het wordt 's ochtends een heel geregel voordat ik de trein in kan stappen om naar mijn werk te gaan. Zo moet ik de Spits aanpakken van een vriendelijke meneer en ligt de Metro op me te wachten in een hoge krantenbak. Wil ik vervolgens ook nog een exemplaar van De Pers, dan moet ik diep door de knieën, want hun krantenbak staat op de grond. Het laatste krantje van de vier, Dag, moet uit een stapel die in de hoek op de grond ligt gevist worden. En als het regent zoals vandaag dan is het best even zoeken naar een droog exemplaar.

Zo, dan nog even de krantjes opvouwen en in de tas stoppen en de treinreis kan beginnen. Goed, maar waar blijft nu de genealogische component in dit verhaal? Het is tenslotte een weblog over het zoeken naar de stamboom.

Heel simpel, waar ik in de echte wereld op een gegeven moment genoeg 'ouwe kranten' heb, kunnen het er op internet niet genoeg zijn. De eerste die zijn oude nummers op het web plaatste was De Groene Amsterdammer. Dat voorbeeld werd al snel gevolgd door andere instanties, zoals de Koninklijke Bibliotheek. De leukste site op dit gebied vind ik echter die van Anno, de virtuele leeszaal van de Österreichische Nationalbibliothek. Daar kan een hele serie Duitstalige kranten online bekeken worden. Beslist een bezoekje waard.

02 mei 2007

Uitstapje naar Berlijn (3)

Zo'n tripje naar het buitenland kan onverwachte gevolgen hebben. Het was de bedoeling dat ik nadere gegevens zou opzoeken van voorvaderen die uit Oost-Pruisen afkomstig waren. Maar omdat ik toch in Berlijn was, heb ik ook van de Berlijnse tak wat info proberen te vergaren. Dat lukte daar niet zo goed, maar thuis des te beter.

Wat was het geval: ik had via een Yahoo!-groep het mail-adres van Monika een medespeurder ontdekt, die bij nader inzien in Berlijn bleek te wonen. Het onderwerp van de mailtjes veranderde heel langzaam van Ost-Preussen in Berlin en toen kreeg ik van Monika een echt gouden tip, te weten de website van de bibliotheek in Berlijn, die een groot aantal adresboeken van die stad in gescande vorm aanbiedt.

De boeken beginnen in 1799 en lopen door tot het oorlogsjaar 1943. Wie voorouders uit Berlijn heeft, moet beslist eens op die site gaan kijken.

25 april 2007

Uitstapje naar Berlijn (2)

Zoals beloofd hier het vervolg van mijn Duitse avontuur. Waar je in Nederland af en toe nog moet vragen of je een digitale camera mee naar binnen mag nemen, is het in Berlijn heel eenvoudig. Het antwoord luidt al bij voorbaat "Nein". Eten, drinken, camera's en telefoons mogen niet mee naar binnen, maar worden opgeborgen in de kluisjes. Toevallig hebben die kluisjes in Berlijn precies dezelfde vorm als de kluisjes in het archief in Heusden, maar dit ter zijde.

Toen alles eenmaal was opgeborgen, kon er gezocht gaan worden. Het Evangelisches Zentral Archiv in Berlijn (kortweg EZAB) heeft microfiches van onder anderen de Mormonen over de regio Oost-Pruisen. Zoals dat met microfiches gaat, is de kwaliteit wisselend. Soms moet je echt zitten turen om nog iets te kunnen onderscheiden.

Bij het doopboek van Fischhausen zat ik wel even heel vreemd te kijken. Een mooi boek, daar niet van, maar er stond geen enkele datum in. Alleen een jaartal aan de top van de pagina. Een doopboek zonder data? Het leek me stug en na het doorploegen van een aantal bladzijden begon ik toch een patroon te zien. Wat bleek? Er werd geteld volgens de aloude Christelijke naamgeving van de zondagen in het jaar. Bijvoorbeeld Dom. III p Epi, wat staat voor Dominica III post Epiphania. In gewone taal betekent dat de derde zondag na Epiphanie (Driekoningen). Zo heeft elke zondag in het jaar een eigen benaming. Allemaal leuk en aardig, maar hoe weet je nou welke zondag er wordt bedoeld? Driekoningen valt altijd op dezelfde dag (6 januari), maar er zijn ook wisselende dagen, denk alleen maar aan Pasen. Paaszondag valt elk jaar op een andere datum. Gelukkig is er internet en via de Yahoo!-discussiegroep over Ost-Preussen kreeg ik de URL van een site waar allerlei kalenderberekeningen kunnen worden uitgevoerd. Een perfect stukje gereedschap, vind ik.

24 april 2007

Een gegevensberg mèt index

Vorig jaar heb ik mij de DVD van de NGV aangeschaft, met daarop de 60 jaargangen van het blad Gens Nostra. Het zoekplezier werd een beetje vergald, doordat op de disk geen index-file was opgenomen. Daarom moest voor elke zoekactie de hele serie PDF's worden doorgelopen, een klusje dat al snel een half uurtje in beslag kon nemen. En dan wist je nog niet eens of er inderdaad iets bruikbaars was gevonden. Was dat wel het geval en wilde je het na een paar dagen nog een keertje opzoeken (uiteraard vergeet je op zo'n moment om op te schrijven waar de interessante passage precies stond) dan moest de hele zoekmolen weer gaan draaien.

Niet echt lekker werken dus. Edoch... het loont om af en toe eens op internet te snuffelen, want zo vond ik op het weblog van Gijs Hesselink een link naar een index voor de DVD van de NVG. Een bult van een bestand (98,6 megabyte en dan nog in gezipte vorm ook), maar het werkt wel. Het doorzoeken van alle 60 jaargangen kost nu niet meer dan een minuutje.

23 april 2007

Uitstapje naar Berlijn (1)

We mogen echt heel blij zijn met de archieven in Nederland, die gratis toegankelijk zijn en waar je niet van te voren een plaatsje hoeft te bespreken. Ik praat uit ervaring, aangezien ik net terug ben uit Berlijn. Het stedentripje werd gecombineerd met een bezoek aan het Evangelisches Zentral Archiv Berlin, kortweg EZAB. Dat archief ligt middenin het vroegere Oost-Berlijn en je moet van te voren een plekje aan een leesapparaat reserveren. Op de website van het archief wordt aangeraden om ruim van te voren een aanvraag te doen. Twee of drie maanden is helemaal geen gekke termijn. Ik heb mijn aanvraag voor vorige week (19 april) al ingediend op 29 januari! Bij binnenkomst moet je een uitgebreid formulier ondertekenen evenals een verklaring dat het opzoekwerk louter en alleen voor eigen gebruik is. Daarna moet nog een bedrag van 7 euro entree worden betaald en dan ligt de schatkamer voor je open. DTB-boeken op microfiche van Berlijn/Brandenburg alsmede Oost-Pruisen. Hoe het mij daar verging, daar vertel ik over in een volgend bericht.

09 april 2007

Het grote nut van redundantie (2)

Redundantie, ik schreef het al eerder, maakt het mogelijk om verschillende bronnen als aanvulling op elkaar te gebruiken. Een mooi voorbeeld is mijn onderzoekje naar Adam Klis, de broer van mijn voorvader Abraham Keijzer uit Zaandam. Aangezien Abraham in 1811 een andere achternaam heeft gekozen heet onze familietak dus geen Klis maar Keijzer, maar dat is een heel ander verhaal.
Adam dus. Hij kreeg met zijn echtgenote Aaltje Appel vier kinderen, te weten Jan (1798), Hermina (1800), Saartje (1802) en Lijsbeth (1803). Van de middelste twee heb ik veel gegevens gevonden, Jan en Lijsbeth bleven onbekend. Wel vond ik een inschrijving uit september 1808 in het begraafboek, dat een kind van Adam Klis was overleden. Geen enkele vermelding of het een jongetje of meisje was, dus kon ik niets anders doen dan een aantekening maken van 'een' overlijden.


De inschrijving van het overlijden vond ik een paar jaar geleden en ik moet zeggen dat ik tegenwoordig wat gehaaider ben. Niet meer ophouden bij een raadseltje, maar verder graven. Dus heb ik, toen ik toch weer eens in archief Zaanstad was, ook het impostregister erbij gehaald. Kijken bij september 1808 en ja hoor, het raadseltje is opgelost. Klik op de foto hiernaast om mijn verrassing te delen.

06 april 2007

Wethouder Hekking is in beeld

Vorige week vrijdag, de laatste dag dat het Gemeentearchief in Amsterdam open was, brak je bijna je nek over cameramensen, fotografen en schrijvende pers. En archiefbezoekers natuurlijk, die handig tussen alle obstakels aan het doorlaveren waren. Na een tijdje merk je de camera's niet eens meer, en kan de aandacht helemaal opgaan in het onderzoek.

Vandaag was ik in het archief Zaanstad en daar kreeg ik te horen dat ik mooi op de TV heen en weer had gelopen. "Meteen te herkennen hoor, bekend gezicht", zo luidde het. Dat moest dus in het item over het Gemeentarchief Amsterdam in het RTV-Nieuws zijn geweest. Gelukkig heeft RTV-NH een website waar je uitzendingen die je hebt gemist nog een keer kunt bekijken. Heb ik meteen maar gedaan en ja hoor, ik loop gedurende 2,4 seconden door het beeld. Zie bijgaande foto.

31 maart 2007

Een merkwaardige ondertrouwakte

In het archief van Amsterdam dook ik een ondertrouwinschrijving op uit 1727, om precies te zijn van 16 mei. Het betreft het voorgenomen huwelijk van Lammert (of Lambert) Brinkel met Catrina Pieters. Zoals gebruikelijk hebben beiden een getuige meegenomen. In het geval van Lammert is het zijn moeder, Gerritje Lamberts, terwijl Catrina heeft verklaard dat haar ouders zijn overleden. Daarom is, en nu komt het, haar mottje Marretje Springintveld meegekomen. Ik heb de benaming mottje in het verband van een huwelijk ook aangetroffen op de genealogische site van Louk Lapikas, die het woord heeft voorzien van een vraagteken. De vraag is dus, wat is een mottje? Zogenaamd grappige antwoorden in de richting van een "motje", een gedwongen huwelijk, worden bij voorbaat al met hoongelach ontvangen. Een serieuze verklaring, die zoek ik.

30 maart 2007

Gauw nog eventjes, voor het te laat is....

Wij zijn een volkje dat graag dingen op het laatste nippertje doet, zo blijkt. Vandaag was de voorlopig laatste dag dat er onderzoek kon worden gedaan in de studiezaal van het Gemeentearchief in Amsterdam. Zoals bekend staat er een mega-verhuizing aan te komen naar de Vijzelstraat. Eerst zouden de deuren van de studiezaal al op 22 januari dichtgaan, maar omdat de oplevering van de nieuwe locatie vertraging opleverde werd dat tijdstip een aantal maanden uitgesteld. Waarschijnlijk was de aannemer die de oude lokatie zou restaureren al lang van te voren besteld, want die is nu druk bezig met allerlei hak- breek- en boorwerkzaamheden. Rustig in de archieven zoeken was er vandaag dan ook niet echt bij.

Ik ben toch vandaag even gaan kijken, want het is toch wel bijzonder zo'n laatste dag. Het werd een dagje vol verrassingen. Om te beginnen werd het pand al aan het oog onttrokken door een groot steigerwerk, waar nog net een openingetje was uitgespaard om binnen te kunnen komen. Op de foto hier links zie je nog net een stukje van de monumentale trap. Onder de steigerpijpen door is de ingang.


Surprise nummer twee was, dat bij de balie in de rij moest worden aangesloten, zo druk was het. Hoe druk precies bleek in de studiezaal zelf, waar om 10 over 10 bijna geen ficheleesapparaat meer beschikbaar was. Kortom, het was echt heel erg druk. Van medezoekers hoorde ik dat dit geen verschijnsel van alleen vandaag was, de afgelopen drie weken was het een gekkenhuis. Derde verrassing was de ouderdom van de kaartenbakken. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ze lijken een eeuw ouder dan de kaartenbakken die eerst op studiezaal stonden. Het is hopelijk tijdelijk, want deze duvelen bijna uit elkaar van ellende. Vierde verrassing, en daar ging het tenslotte toch om, een van de voorvaderen die in andere documenten Hogervoet werd genoemd, heette in de trouwakte uit 1739 plots Hogerwoerd. Weer een raadseltje opgelost.
De deuren van de nieuwe locatie aan de Vijzelstraat gaan weer open op 7 augustus aanstaande en tot die tijd zullen we ons onderzoek in Amsterdam moeten beperken tot de databases die op de website van het archief staan.

22 maart 2007

Serendipiteit

Ook wel omschreven als "vinden zonder te zoeken" of gewoon "toevalstreffers". Het fenomeen treedt op wanneer je plotseling iets ziet of merkt waar je helemaal niet naar aan het zoeken was, maar dat wel zeer interessant is. Het overkwam me vandaag, terwijl ik een jaargang van de krant Het Vaderland aan het doorbladeren was. Op zoek naar een adres van een restaurant. En toen viel mijn oog op bijgaande advertentie, het overlijdensbericht van de schrijver van enkele genealogische standaardwerken. Eerst in Nederland, samen met Mr. Belonje, daarna in Nederland-Indië. In de laatste periode van zijn leven schreef hij een kloeke trilogie, onder de titel Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java. Deel I-III. Batavia, 1935-1938. Antiquarisch gaan deze boeken voor een bedrag van 175,00 euro over de toonbank. De boeken die hij schreef over de genealogische gedenkwaardigheden in de kerken van Nederland zijn verkrijgbaar op CD-Rom, onder andere bij uitgeverij Historic Future, die overigens zijn website heeft gemoderniseerd.

17 maart 2007

Een hoeraatje voor Google

Soms kun je op een onvermoede manier profiteren van Google. Het overkwam me gisteren in het archief in Haarlem. Sinds de verhuizing hebben ze daar problemen met de server die het indexsysteem van bibliotheek herbergt. Het is een systeem van de gemeente Haarlem. waarop Vubis draait. De hardware vertoont al meer dan een week kuren, wat wil zeggen dat je dus vrijwel geen boeken meer kunt opzoeken en aanvragen. Het indexsysteem levert namelijk de code die nodig is om het boek in de stellingen van de bibliotheek te kunnen opzoeken.

Geen computer, dan ook geen boek. Totdat de medewerker van de studiezaal op het lumineuze idee kwam om dan maar even in de bestanden van Google te kijken. Daar zitten nog oude images van de bibliotheekdatabase en met een beetje geluk zit daar ook het codenummer van het boek bij. Zo gezegd zo gedaan. Wat steekwoorden ingegeven en ja hoor, daar kwam de betreffende pagina in beeld, inclusief het nummer van het boek (omcirkeld). Aanvragen dus maar. Toen de timmerman dan ook nog kwam om de vastzittende deur van depot en bibliotheek te repareren (bijna de hele ochtend geen originelen op studiezaal) kon de dag verder niet meer stuk.