24 april 2007

Een gegevensberg mèt index

Vorig jaar heb ik mij de DVD van de NGV aangeschaft, met daarop de 60 jaargangen van het blad Gens Nostra. Het zoekplezier werd een beetje vergald, doordat op de disk geen index-file was opgenomen. Daarom moest voor elke zoekactie de hele serie PDF's worden doorgelopen, een klusje dat al snel een half uurtje in beslag kon nemen. En dan wist je nog niet eens of er inderdaad iets bruikbaars was gevonden. Was dat wel het geval en wilde je het na een paar dagen nog een keertje opzoeken (uiteraard vergeet je op zo'n moment om op te schrijven waar de interessante passage precies stond) dan moest de hele zoekmolen weer gaan draaien.

Niet echt lekker werken dus. Edoch... het loont om af en toe eens op internet te snuffelen, want zo vond ik op het weblog van Gijs Hesselink een link naar een index voor de DVD van de NVG. Een bult van een bestand (98,6 megabyte en dan nog in gezipte vorm ook), maar het werkt wel. Het doorzoeken van alle 60 jaargangen kost nu niet meer dan een minuutje.

23 april 2007

Uitstapje naar Berlijn (1)

We mogen echt heel blij zijn met de archieven in Nederland, die gratis toegankelijk zijn en waar je niet van te voren een plaatsje hoeft te bespreken. Ik praat uit ervaring, aangezien ik net terug ben uit Berlijn. Het stedentripje werd gecombineerd met een bezoek aan het Evangelisches Zentral Archiv Berlin, kortweg EZAB. Dat archief ligt middenin het vroegere Oost-Berlijn en je moet van te voren een plekje aan een leesapparaat reserveren. Op de website van het archief wordt aangeraden om ruim van te voren een aanvraag te doen. Twee of drie maanden is helemaal geen gekke termijn. Ik heb mijn aanvraag voor vorige week (19 april) al ingediend op 29 januari! Bij binnenkomst moet je een uitgebreid formulier ondertekenen evenals een verklaring dat het opzoekwerk louter en alleen voor eigen gebruik is. Daarna moet nog een bedrag van 7 euro entree worden betaald en dan ligt de schatkamer voor je open. DTB-boeken op microfiche van Berlijn/Brandenburg alsmede Oost-Pruisen. Hoe het mij daar verging, daar vertel ik over in een volgend bericht.

09 april 2007

Het grote nut van redundantie (2)

Redundantie, ik schreef het al eerder, maakt het mogelijk om verschillende bronnen als aanvulling op elkaar te gebruiken. Een mooi voorbeeld is mijn onderzoekje naar Adam Klis, de broer van mijn voorvader Abraham Keijzer uit Zaandam. Aangezien Abraham in 1811 een andere achternaam heeft gekozen heet onze familietak dus geen Klis maar Keijzer, maar dat is een heel ander verhaal.
Adam dus. Hij kreeg met zijn echtgenote Aaltje Appel vier kinderen, te weten Jan (1798), Hermina (1800), Saartje (1802) en Lijsbeth (1803). Van de middelste twee heb ik veel gegevens gevonden, Jan en Lijsbeth bleven onbekend. Wel vond ik een inschrijving uit september 1808 in het begraafboek, dat een kind van Adam Klis was overleden. Geen enkele vermelding of het een jongetje of meisje was, dus kon ik niets anders doen dan een aantekening maken van 'een' overlijden.


De inschrijving van het overlijden vond ik een paar jaar geleden en ik moet zeggen dat ik tegenwoordig wat gehaaider ben. Niet meer ophouden bij een raadseltje, maar verder graven. Dus heb ik, toen ik toch weer eens in archief Zaanstad was, ook het impostregister erbij gehaald. Kijken bij september 1808 en ja hoor, het raadseltje is opgelost. Klik op de foto hiernaast om mijn verrassing te delen.

06 april 2007

Wethouder Hekking is in beeld

Vorige week vrijdag, de laatste dag dat het Gemeentearchief in Amsterdam open was, brak je bijna je nek over cameramensen, fotografen en schrijvende pers. En archiefbezoekers natuurlijk, die handig tussen alle obstakels aan het doorlaveren waren. Na een tijdje merk je de camera's niet eens meer, en kan de aandacht helemaal opgaan in het onderzoek.

Vandaag was ik in het archief Zaanstad en daar kreeg ik te horen dat ik mooi op de TV heen en weer had gelopen. "Meteen te herkennen hoor, bekend gezicht", zo luidde het. Dat moest dus in het item over het Gemeentarchief Amsterdam in het RTV-Nieuws zijn geweest. Gelukkig heeft RTV-NH een website waar je uitzendingen die je hebt gemist nog een keer kunt bekijken. Heb ik meteen maar gedaan en ja hoor, ik loop gedurende 2,4 seconden door het beeld. Zie bijgaande foto.

31 maart 2007

Een merkwaardige ondertrouwakte

In het archief van Amsterdam dook ik een ondertrouwinschrijving op uit 1727, om precies te zijn van 16 mei. Het betreft het voorgenomen huwelijk van Lammert (of Lambert) Brinkel met Catrina Pieters. Zoals gebruikelijk hebben beiden een getuige meegenomen. In het geval van Lammert is het zijn moeder, Gerritje Lamberts, terwijl Catrina heeft verklaard dat haar ouders zijn overleden. Daarom is, en nu komt het, haar mottje Marretje Springintveld meegekomen. Ik heb de benaming mottje in het verband van een huwelijk ook aangetroffen op de genealogische site van Louk Lapikas, die het woord heeft voorzien van een vraagteken. De vraag is dus, wat is een mottje? Zogenaamd grappige antwoorden in de richting van een "motje", een gedwongen huwelijk, worden bij voorbaat al met hoongelach ontvangen. Een serieuze verklaring, die zoek ik.

30 maart 2007

Gauw nog eventjes, voor het te laat is....

Wij zijn een volkje dat graag dingen op het laatste nippertje doet, zo blijkt. Vandaag was de voorlopig laatste dag dat er onderzoek kon worden gedaan in de studiezaal van het Gemeentearchief in Amsterdam. Zoals bekend staat er een mega-verhuizing aan te komen naar de Vijzelstraat. Eerst zouden de deuren van de studiezaal al op 22 januari dichtgaan, maar omdat de oplevering van de nieuwe locatie vertraging opleverde werd dat tijdstip een aantal maanden uitgesteld. Waarschijnlijk was de aannemer die de oude lokatie zou restaureren al lang van te voren besteld, want die is nu druk bezig met allerlei hak- breek- en boorwerkzaamheden. Rustig in de archieven zoeken was er vandaag dan ook niet echt bij.

Ik ben toch vandaag even gaan kijken, want het is toch wel bijzonder zo'n laatste dag. Het werd een dagje vol verrassingen. Om te beginnen werd het pand al aan het oog onttrokken door een groot steigerwerk, waar nog net een openingetje was uitgespaard om binnen te kunnen komen. Op de foto hier links zie je nog net een stukje van de monumentale trap. Onder de steigerpijpen door is de ingang.


Surprise nummer twee was, dat bij de balie in de rij moest worden aangesloten, zo druk was het. Hoe druk precies bleek in de studiezaal zelf, waar om 10 over 10 bijna geen ficheleesapparaat meer beschikbaar was. Kortom, het was echt heel erg druk. Van medezoekers hoorde ik dat dit geen verschijnsel van alleen vandaag was, de afgelopen drie weken was het een gekkenhuis. Derde verrassing was de ouderdom van de kaartenbakken. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ze lijken een eeuw ouder dan de kaartenbakken die eerst op studiezaal stonden. Het is hopelijk tijdelijk, want deze duvelen bijna uit elkaar van ellende. Vierde verrassing, en daar ging het tenslotte toch om, een van de voorvaderen die in andere documenten Hogervoet werd genoemd, heette in de trouwakte uit 1739 plots Hogerwoerd. Weer een raadseltje opgelost.
De deuren van de nieuwe locatie aan de Vijzelstraat gaan weer open op 7 augustus aanstaande en tot die tijd zullen we ons onderzoek in Amsterdam moeten beperken tot de databases die op de website van het archief staan.

22 maart 2007

Serendipiteit

Ook wel omschreven als "vinden zonder te zoeken" of gewoon "toevalstreffers". Het fenomeen treedt op wanneer je plotseling iets ziet of merkt waar je helemaal niet naar aan het zoeken was, maar dat wel zeer interessant is. Het overkwam me vandaag, terwijl ik een jaargang van de krant Het Vaderland aan het doorbladeren was. Op zoek naar een adres van een restaurant. En toen viel mijn oog op bijgaande advertentie, het overlijdensbericht van de schrijver van enkele genealogische standaardwerken. Eerst in Nederland, samen met Mr. Belonje, daarna in Nederland-Indië. In de laatste periode van zijn leven schreef hij een kloeke trilogie, onder de titel Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java. Deel I-III. Batavia, 1935-1938. Antiquarisch gaan deze boeken voor een bedrag van 175,00 euro over de toonbank. De boeken die hij schreef over de genealogische gedenkwaardigheden in de kerken van Nederland zijn verkrijgbaar op CD-Rom, onder andere bij uitgeverij Historic Future, die overigens zijn website heeft gemoderniseerd.

17 maart 2007

Een hoeraatje voor Google

Soms kun je op een onvermoede manier profiteren van Google. Het overkwam me gisteren in het archief in Haarlem. Sinds de verhuizing hebben ze daar problemen met de server die het indexsysteem van bibliotheek herbergt. Het is een systeem van de gemeente Haarlem. waarop Vubis draait. De hardware vertoont al meer dan een week kuren, wat wil zeggen dat je dus vrijwel geen boeken meer kunt opzoeken en aanvragen. Het indexsysteem levert namelijk de code die nodig is om het boek in de stellingen van de bibliotheek te kunnen opzoeken.

Geen computer, dan ook geen boek. Totdat de medewerker van de studiezaal op het lumineuze idee kwam om dan maar even in de bestanden van Google te kijken. Daar zitten nog oude images van de bibliotheekdatabase en met een beetje geluk zit daar ook het codenummer van het boek bij. Zo gezegd zo gedaan. Wat steekwoorden ingegeven en ja hoor, daar kwam de betreffende pagina in beeld, inclusief het nummer van het boek (omcirkeld). Aanvragen dus maar. Toen de timmerman dan ook nog kwam om de vastzittende deur van depot en bibliotheek te repareren (bijna de hele ochtend geen originelen op studiezaal) kon de dag verder niet meer stuk.

16 maart 2007

De dubbele aanpak

Het project van Papier naar Digitaal heeft vandaag weer een impuls gekregen. Een dubbele zelfs omdat zowel Ineke als ik aan de slag waren in het archief in Haarlem. Het is al eens eerder gebeurd dat één archief zuchtte onder twee simultane fotografen, maar nu zijn er voor het eerst onderling foto's gemaakt. Zie het prentje hiernaast dat na aanklikken groter in beeld komt.

De inrichters van het archief in Haarlem moet nog wel iets verzinnen op de belichting, want met de huidige lampen is fotograferen geen pretje. We hebben nooggedwongen ons werkterrein moeten verplaatsen naar de vergaderzaal van het archief, een ruimte met een mooi groot raam, waardoor voldoende daglicht naar binnen valt. Dat type licht zorgt tevens voor foto's met een natuurgetrouwe tint. Fotokopieën worden echt wit in plaats van geel wanneer er kunstlicht wordt gebruikt.

11 maart 2007

Familiedag 2007

Vraag: hoe zorg je ervoor dat je exact op de hoogte bent van de laatste nieuwtjes in de familie? Iedereen bellen is een mogelijkheid, maar je kunt ook de hele bubs bij elkaar proberen te krijgen. Wat vandaag dan ook gebeurd is, met veel succes. Met mogelijkheden om van alle kanten informatie uit te wisselen en om foto's te maken natuurlijk! De neven en ik hebben er stevig op los staan klikken en toen ook de nichtjes een camera in handen kregen was het feest helemaal compleet. Kortom, een welbestede zondag.

Het grote nut van redundantie

Het begrip redundantie wordt gebruikt in de computertechniek, om aan te geven dat van bepaalde gegevens diverse kopieën bestaan. Het kan dan gaan om files die dubbel zijn opgeslagen, maar ook om bits die in een opslagsysteem staan. De wortels van het woord zijn te vinden in de taalwetenschap, zoals blijkt uit Kramers' Kunstwoordentolk uit 1863:




Volgens de makers van het woordenboek heeft het begrip een genatieve lading, er is sprake van overmaat. In de genealogie hebben we gelukkig ook vaak te maken met redundantie, een gebeurtenis wordt op een aantal plekken beschreven. Een mooi voorbeeld vond ik in Weesp in de 18e eeuw. Wanneer in die regio werd getrouwd dan werd dat uitgebreid genoteerd. Niet zomaar een simpele aantekening in het kerkboek, maar een meervoudige vermelding.

Het begint met de ondertrouw, waarvoor Weesp een apart register had. Dit ondertrouwboek voor hervormden (ja, er was er ook een voor mensen met een andere religie) wordt in het archief te Haarlem bewaard onder nummer Weesp 74. Zo'n inschrijving ziet er als volgt uit:


In dit boek worden de zondagse geboden vermeld, waarvan er in de regel drie moesten worden gedaan. Als die procedure achter de rug was, kon er getrouwd worden. In de kerk natuurlijk, alwaar de dominee inschrijving nummer twee voor zijn rekening nam, en wel in het trouwboek van de kerk. Deze inschrijving is wat summierder, met alleen de namen van bruid en bruidegom en de datum van de huwelijkssluiting:

Het hervormde trouwboek is te vinden in het archief in Haarlem in boek Weesp 5. In de meeste andere plaatsen was een dergelijke inschrijving de enige vastlegging van een huwelijk. Je hebt er als genealoog wel wat aan, maar een echte informatierijkdom is het niet. Nee, dan Weesp, waar een huwelijk ook nog voor het gerecht werd gesloten, met een bijbehorende duidelijke inschrijving:
Het ondertrouwboek van het Gerecht is in het archief te vinden in de boeken Weesp 64A en Weesp 64B. Deze akten bevatten ook de handtekeningen van de huwelijkspartners en de getuigen, voor zover deze konden schrijven natuurlijk.

De jonggehuwden woonden in Weesperkarspel, het gebied rondom de stad Weesp, waar men een eigen administratie bijhield. Het gaat om het zogeheten gaardersregister, waarin de impost (= belasting) werd aangetekend. Dat betekent in dit geval dat er nog een vierde vermelding van het huwelijk te vinden is en wel in Boek Weesperkarspel 8B:


Redundantie mag dan volgens sommige literaire critici overbodig zijn, bij genealogisch onderzoek is het een rijke bron om uit te putten.

09 maart 2007

Nieuwe studiezaal in Haarlem

Na geruime tijd wachten was het dan deze week zo ver, de nieuwe studiezaal van het archief in Haarlem opende zijn deuren. Hoog tijd dus om even te kijken, vooral ook omdat mijn onderzoek een nieuwe kant op is gegaan zodat ik de DTB's van Weesp en Weesperkarspel moest raadplegen. En natuurlijk meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om even wat DTB's op de foto te zetten voor het project Van Papier Naar Digitaal. En dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want de lichtcondities in de studiezaal zijn verre van optimaal. In het plafond zijn halogeenspots gemonteerd, die samen zorgen voor een geraffineerd schaduwspel. In de praktijk wil dat zeggen dat je vrijwel op geen enkele manier goede foto's van de documenten kunt maken. Het beklimmen van wat trappen naar de tweede verdieping van de zaal bleek de uitkomst te zijn. Daar is een rustig hoekje, vlak onder de balken, waar je ongestoord en met een zachte verlichting van twee kanten foto's kunt maken. Ik heb me laten vertellen dat de inrichter van de studiezaal binnenkort nog wat komt doen aan de verlichting. Even afwachten dus maar. Vanaf de verdiepingen heb je trouwens een mooi zicht op de infobalie (zie foto).
De studiezaal is gebouwd in de oude Janskerk en dat is best wel even wennen, gelukkig hebben veel mensen de weg naar de Jansstraat al gevonden. Ik zat bijvoorbeeld naast een tweetal onderzoekers die hun ogen zaten te pijnigen op een oud doopboek. Om na een kwartier of zo zachtjes "yes!" te roepen na het vinden van een naam van een voorouder. Kijk, dat geeft de burger weer moed, niet iedereen blijkt te zijn vastgeplakt aan de leunstoel.

04 maart 2007

Alles bleef bijna het zelfde (1)

Genealogie heeft alles te maken met het teruggaan in de tijd. Soms is dat meer dan 400 jaar, andere keren is het veel korter. De laatste tijd ben ik bezig om plekken te bezoeken waar ik al eens eerder ben geweest. Op bijgaande foto (klik er op om hem groter in beeld te krijgen) is te zien hoeveel er in 50 jaar is veranderd. Het plaatje is gemaakt door mijn vader in 1957, het jongetje op de foto ben ik zelf en op de achtergrond is de Zuider Gasfabriek van Amsterdam te zien. Links het theehuis aan de Amstel. De brug over de Amstel was toen net nieuw gebouwd.

Tegenwoordig is er geen grote gashouder meer zichtbaar. Het theehuis (De Mirandapaviljoen) staat er nog wel en ook de brug is nog in volle glorie aanwezig. Het woeste zandlandje van vroeger is nu een min of meer keurig aangelegd parkje dat vol staat met bomen.

26 februari 2007

Handgeschreven tekstkunst

In het Utrechts Archief vond ik documenten over de rechtsgang rondom Sintje Wildschut uit IJsselstein. De inhoud van de manuscripten is van belang, maar ook de vorm. En dan gaat het om het uiterlijk van de tekstblokken op de pagina's. Gebruikers van computers kijken niet meer op van de grappen die je met zo'n apparaat kan uithalen, bijvoorbeeld de tekst:

Nu
is het
dank zij
het vermogen
van de computer
mogelijk om teksten
in een grafische vorm te
zetten, zoals deze driehoek.

Echt iets uit de moderne tijd, een tekst die aan de linkerkant schuin loopt, maar aan de rechterzijde een keurige rechte kantlijn heeft. Moderne tijd? Zo'n 240 jaar geleden deden ze dat ook al hoor. De vraag die me bezighoudt is, waarom ze dat zo deden. Ik kan wel bedenken hoe de teksten tot stand kwamen, namelijk door een lineaal of een plankje schuin op de bladzijde te leggen en van daar af te schrijven. Op de foto hier links (die na aanklikken groter in beeld komt) zie je wat ik bedoel. Ik hoor graag wat de reden van deze layout-vorm is. Misschien diende het om aan te gevan dat het een officieel document was. Het lijkt niet aannemelijk dat het puur ging om een verfraaiing van de tekst.

17 februari 2007

Een wonderlijke tunnel

Hoe bouw je een tunnel, bijvoorbeeld onder het Kanaal? Simpel, je neemt twee tunnelboorders en laat die door de zeebodem naar elkaar toe boren. Als ze elkaar ontmoeten sluiten de helften van de tunnel precies op elkaar aan. Dit verhaaltje is wel waar, maar veel te simpel. Voor het zover was dat de werkers elkaar van twee kanten konden benaderen moest er eerst een gigantische hoeveelheid rekenwerk worden verricht. Rekenwerk aan de hand van haast continue metingen.

Allemaal prachtig natuurlijk, maar wat heeft dat met genealogie te maken? Stel je voor, iemand is druk bezig met het napluizen van zijn voorouders en komt daarbij van alles te weten. Bijvoorbeeld dat een van de familieleden, Saintje Wiltschut, in 1766 is bevallen van een onecht kind, dat later verwekt blijkt te zijn door haar stiefvader Hendrik Trant. Foute boel dus, temeer daar ze de schuld op Cornelis Trant, de broer van stiefvader, hebben willen schuiven. Deze holde direct naar de notaris en liet een akte opmaken waarin hij alles in alle toonaarden ontkende. Gevolg: het meisje en de stiefvader werden voor de rechtbank gesleept en werden voor straf verbannen. Hun hele leven lang mochten ze niet meer in IJsselstein of de omliggende Baronie komen.

Iemand anders (ik, dus) doet onderzoek naar het voorgeslacht van zijn kinderen en komt in de kwartierstaat van zijn echtgenote een vrouw tegen die in Weesperkasrspel getrouwd is, maar daar niet is geboren. Als plaats van herkomst wordt Jutfaas opgegeven. Een dikke speurtocht door de archieven volgt, maar in heel Jutfaas geen Sintje Wildschut te vinden. Uiteindelijk is ze wel op te sporen, en wel in het naburige IJsselstein. De vondst wordt keurig genoteerd, het voorgeslacht wordt erbij gezocht en genoteerd en dat is het.

Is er al een tunnel? Nee, nog niet helemaal. De zaak komt pas weer in beweging nadat in de nieuwsgroep soc.genealogy.benelux een vraag wordt gesteld door Arie Bos, die graag een kopietje wil hebben van een artikel uit het tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten-De Meern. Dat krijgt hij niet, wel een URL waar het blad in full-text te zien is. Het blijkt te gaan om de website van de bieb van Universiteit Utrecht waar ze niet alleen dat tijdschrift hebben maar nog een heleboel meer. Afijn, om een lang verhaal niet onnodig te rekken: ik ga naar die website en typ om het te proberen de naam Wildschut in. Wat denk je: er komt een compleet verhaal over de lotgevallen van Sintje Wildschut te voorschijn. Bang! De twee helften van de tunnel sluiten naadloos op elkaar aan. Het enige wat ik nu nog hoef te doen is, alle betreffende documenten in origineel raadplegen.

11 januari 2007

Een prachtig begin van het jaar

De teller van het aantal gefotografeerde pagina's op het project Van Papier Naar Digitaal (kortweg VPND) heeft de 60.000 inmiddels overschreden. Denk je eens in, tienduizenden pagina's uit doop-, trouw- en begraafboeken uit het hele land die via internet te bekijken zijn. een archivaris vroeg me laatst wanneer het project "af" zou zijn. Met andere woorden op welk moment zijn alle pagina's die de archieven in bezit hebben gefotografeerd?

Ik moest het antwoord op die vraag schuldig blijven en ik denk ook niet dat er een zinvol antwoord mogelijk is. Alle kleine beetjes helpen en ach, misschien is het wel een aansporing om zelf een archief eens in te duiken, toch?
Klik met de muis op de afbeelding hiernaast voor een grotere versie.

23 december 2006

Met knikkende knieën omhoog

Soms moet je echt iets overhebben voor je hobby. Voordat ik het hele verhaal vertel, eerst even een stukje voorgeschiedenis. Mijn voorvader Claes Arendsz kocht in 1606 een huis te Alkmaar, van Claes Claesz die inmiddels naar Den Haag was verhuisd. Het huis zat vast aan het zogeheten klokhuis, een houten klokketoren die naast de Grote Kerk aan de Choorstraat was gebouwd. Als ik zeg "zat vast", dan bedoel ik dat letterlijk. In de muren van het klokhuis (in oude akten aangeduid met clockhuys) waren gaten gekapt, waar de balken van het huis van Claes Arendsz waren ingelaten. De buitenmuur van de klokketoren was dus meteen de binnenmuur van het huis. Helaas dreigde het klokhuis (gebouwd in 1501) in te storten, met gevaar voor omwonenden en wat dies meer zij, en dus besloten Burgemeesteren en Wethouders van Alkmaar in 1856 dat het gebouw plat moest. Het jaar daarop gebeurde dat inderdaad.

Ergo, wilde ik iets meer weten van het klokhuis dan moest ik 150 jaar terug in de tijd. Via documenten lukte dat wel, maar het bleef toch stoffig en doods. Nee, ik moest en zou een "echt" klokhuis van binnen zien, de sfeer opsnuiven en een algemene indruk krijgen van hoe zo'n gebouw ooit was neergezet. Ik kwam er achter, dat Haarlem ook een klokhuis heeft gehad (wat stond op het Klokhuisplein). Het plein bestaat nog steeds maar de toren zelf is gesloopt in 1804. Er is wel een bakstenen replica van de toren gebouwd, maar daar kan ik niets mee. Verder speuren dan maar, om tot de ontdekking te komen dat Enkhuizen en Sneek de enige nog bestaande houten klokketorens van Nederland hebben. BINGO heet dat dan.


Een afspraak met de heer Adrie Brinkkemper, voorheen van de afdeling Monumentenzorg van de gemeente Enkhuizen, was snel gemaakt. Gisteren mocht ik dan de toren (gebouwd in 1519 en verbouwd in 1609) in. Via twee ladders opgeklommen tot een hoogte van, naar schatting 15 meter, tot het niveau van het torenuurwerk uit 1603. Dat uurwerk wordt aangedreven door drie forse gewichten, eentje voor het uurwerk zelf, een voor de zogeheten halfslag (de klok die het halve uur aangeeft) en tenslotte een voor de heelslag (idem voor de hele uren). Recht onder de gewichten ligt een hoop dakpannen, voor het geval een van de kabels breekt en een gewicht van naar schatting 30 kilo naar beneden valt. De dakpannen breken waardoor de val van het gewicht wordt gebroken. Zou dat niet worden gedaan, dan gaat het gewicht dwars door de houten vloer heen. Verder dan het niveau van de klok (een verdieping hoger dan de gewichten) durfde ik echt niet, vanwege een aandoening die met een duur woord acrofobie heet, maar die bekender is onder de naam hoogtevrees.


Die klim van 15 meter was wel voldoende om de bouwkundige aspecten van de toren in me op te nemen. Absoluut onmisbaar voor het reconstrueren - al is het dan maar virtueel - van de klokketoren in Alkmaar. Ik kom hier beslist op terug.

08 december 2006

Klok is min of meer boven water

Bij het uitpluizen van de woonadressen van een van mijn meest verre voorvaderen kwam ik er achter dat hij Alkmaar naast het zogeheten clockhuis heeft gewoond. Dat was een klokketoren, die in 1856 in een dermate slechte staat verkeerde dat de gemeenteraad besloot om de sloophamer er tegenaan te laten zetten. De toren had ooit de beschikking over drie klokken, maar de grootste daarvan was in 1805 al weggehaald en verkocht. Bij de veiling, begin 1857, waren er nog twee klokken over.

De ene werd verkocht aan een schroothandelaar te Hoorn, klok nummer twee (op de foto hiernaast) ging naar een inwoner van Noord-Schermer, ten behoeve van de kerk in Stompetoren. De klok is daar in 1857 opgehangen en toen Mr. P. C. Bloys van Treslong in 1931 zijn genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in de kerken van Noord-Holland publiceerde, trof hij de klok nog aan (foto rechts). In de tweede wereldoorlog is de klok echter gevorderd, en afgevoerd naar Duitsland om daar te worden omgesmolten tot oorlogstuig.
Van mijn speurtocht naar de klokketoren en zijn inhoud verschijnt over enige tijd een uitgebreider verslag.

07 december 2006

Namen die door elkaar staan

Er is sprake van een anagram, wanneer de letters van een woord of een naam door elkaar worden gehusseld. Sommige genealogieprogramma's of zoekmechanismen geven bijvoorbeeld de ingetoetste naam in omgekeerde volgorde weer. Onzinnig zult u zeggen, want wat moeten we nou met een naam als Rezjiek? Toegegeven, weinig, want het is niet meer dan het omgekeerde van mijn achternaam Keijzer. Anders wordt het, wanneer ons onderzoek ons richt op adellijke familie en mogelijke bastaardtakken daarvan. Neem bijvoorbeeld de naam Snitsevorg, die als je hem omdraait, uitkomt op Grovestins. Inderdaad is hier sprake van een naamsvervorming om aan te geven dat een bepaalde familietak weliswaar uit adellijke lendenen is ontsproten, maar dat daar verder helemaal geen rechten aan ontleend kunnen worden.
In de oorlog werden anagrammen wel gebruikt om de laakbaarheid van bepaalde namen aan te tonen. Zo bedachten de Engelsen op een gegeven moment dat A Hitler een anagram was van The Liar (de leugenaar), wat propagandatechnisch werd uitgebuit. Er zijn meer mogelijkheden om namen door elkaar te husselen. Zo kun je van Bob Coret heel eenvoudig Cor Tobbe maken, om maar iets te noemen. Toch zijn er namen waar het omdraaien van de lettervolgorde helemaal geen effect heeft. In zo'n geval spreken we van een palindroom. De achternaam Kok bijvoorbeeld, die kun je omdraaien zo vaak je wilt, er blijft hetzelfde staan. Probeer het maar eens bij Reinier, ook dan blijft het precies hetzelfde.
Het mooiste staaltje stond een jaar of tien terug in de krant, een geboorteadvertentie van Yoornaw, zoon van de heer en mevrouw Wanrooy... Ik ben er nooit achter gekomen of die advertentie nou echt was of een grap.

02 december 2006

De 50.000 is overschreden!

Vanavond rond een uur of zeven is het aantal pagina's op de website van Hans den Braber en Herman de Wit boven de grens van 50.000 pagina's gekomen. Door de toevoeging van het Quohier Familiegeld 1716 Alkmaar staat de teller nu boven de halve ton. Het droge commentaar van Hans: "Dat wil zeggen dat we nu opstomen naar de 100.000 stuks". En wat hij gelijk heeft.

In de loop van het jaar zijn de meeste provincies van ons land goed vertegenwoordigd in het project Van Papier naar Digitaal met uitzondering van Flevoland en Zuid-Holland. De eerste is wellicht nog te nieuw, provincie nummer twee zou een veel betere score gehad kunnen hebben als het Nationaal Archief niet zo moeilijk zou doen over het maken van foto's. Het wordt wel mondjesmaat toegestaan, maar alleen wanneer de maker een verklaring ondertekent waarin staat dat de gemaakte opnamen niet openbaar zullen worden gemaakt. Plaatsen op internet is een vorm van openbaar maken en die mogelijkheid wordt dus effectief de kop ingedrukt. Jammer, een gemiste kans.