26 juli 2013

Woordspelletjes in de Sont


Een van mijn voorvaderen heette Harmen Pietersz Swafelstock en hij heeft een aantal reizen gemaakt naar de Oostzee. Elke passage door de Sont - de nauwe zeearm tussen Denemarken en Zweden - werd opgetekend door de Deense douanebeambten. Naam van schipper en de aard van de lading werden opgetekend in dikke boeken, die bewaard zijn gebleven in Kopenhagen. Door een grandioos transcriptieproject zijn de inschrijvingen nu via internet doorzoekbaar.
Hoera dus, maar wel met enige reserves. In eerste instantie vond ik maar een paar vermeldingen, terwijl ik toch vermoedde dat het er meer waren geweest.

Verminkingen
De namen zijn van papier naar internet gebracht, maar daar zitten toch de nodige schakels tussen. Ga maar na:

Schipper zegt zijn naam, al dan niet slissend of verkouden
Douanebeambte schrijft dat fonetisch op
Transcribent leest de naam en typt in wat hij denkt te zien.

Vervolgens loop ik de lijsten op internet na, op zoek naar Swafelstok, Swavelstock of iets wat daarop lijkt. Het blijkt dat mijn fantasie niet helemaal toereikend was om alle varianten te kunnen vinden. De computer biedt uitkomst, door mij te laten zoeken op de lettercombinatie "lst" die in elke verminking voorkomt. En dan krijg je:
Schafelstock (1)
Schaffelstock (1)
Schvafelstork (1)
Schvaffelstock (1)
Schwaffelstock (2)
Schweuellstock (1)
Sekaufelstock (1)
Sevanellstork (1)
Smoffeulstoch (1)
Snofellstoch (1)
Suafelstock (2)
Suagelestoch (1)
Suagelstoch (1)
Suavelstoch (1)
Suavelstock (1)
Suavuelstoch (1)
Suawelstoch (4)
Suegellstoch (1)
Suenelstoch (1)
Suofuelstoch (2)
Suogell stoch (1)
Suogellstock (1)
Suogellstork (1)
Suogelssoch (1)
Suogelstoch (5)
Suogelstock (1)
Suouelstoch (1)
Sveuelstoch (1)
Swaawellstock (1)
Swaffuellstock (1)
Swaffuelstech (1)
Swaffuelstoeck (1)
Swafuelstock (2)
Swawellstoch (1)
Swawellstock (2)
Swawelstich (1)
Swawelstick (1)
Sweuellstork (1)
Swevellssig (1)
Swevellstøck (1)
Sweffelstoch (1)
Sweffuelstoch (1)
Swellstock (1)
Swoffuelstoch (4)
Swogelstock (2)
Swosselstoch (1)
Swoufelstock (1)

En dan heb ik nog alleen maar de namen gedaan die met een "S" beginnen... Afijn het houdt je wel even bezig. De foto boven dit stukje is gemaakt vanaf de veerboot van Helsingör in Denemarken naar Helsingbord in Zweden. Je ziet kasteel Kronborg, van waaruit de Tol in de Sont is afgedwongen tot aan 1857.

Wie zelf wil zoeken in de registers, kan terecht op de speciale website van het project.

Update - 1 Ik bleek toch nog een paar varianten te hebben gemist. En er was nog een extra factor in het spel, want niet alleen Harmen voer naar de Oostzee, zijn broer Hendrik deed hetzelfde. En dus moet ik de hele gevonden lijst Swafelstokken nu in tweeën delen. Een lijstje voor Hendrik en eentje voor Harmen.

Update - 2 Ik was nog een foutmogelijkheid vergeten: bij de transcriptie kan een gegeven in een verkeerde kolom worden neergezet. En zo kan het gebeuren dat het onderwerp van mijn zoektocht niet van Vlieland komt, maar uit:



Update - 3 Inmiddels is het bovenstaande plaatje historisch geworden, want de verkeerde ingave in de database is nu gecorrigeerd. Snel werk van Tresoar, mijn dank daarvoor (dat rijmt).

06 juli 2013

De lak is zwaarder dan het perkament

De acte van abdicatie, waarmee Beatrix afstand deed van de troon, is voorzien van het Grootzegel van het Koninkrijk der Nederlanden. Een enorme plak zegellak (denk ik) die aanzienlijk zwaarder is dan het medium waarop de akte zelf is neergeschreven. Het Reformatorisch Dagblad publiceerde een foto van de acte, in zijn beschermende hoes, zoals die is overgedragen aan het Nationaal Archief:


Het Nationaal Archief spreekt trots van "het jongste archiefstuk in de collectie". Normaliter worden archiefstukken pas na minimaal 20 jaar overgedragen aan een archief. Maar in de Archiefwet van 1995 is een uitzondering geregeld: de overdracht mag ook eerder plaatsvinden, als beide partijen dat tenminste willen. En die partijen wilden dat inderdaad. Lees hier het hele verhaal over de acte.

Vroeger gebeurde het ook al
Het feit dat een akte lichter is dan de zegels die er aan hangen is niet modern. Vroeger gebeurde dat ook al. In het Stadsarchief Amsterdam kwam ik in Toegang 5054: Archief van de Burgemeesters: charters afkomstig uit de IJzeren Kapel, een akte uit 1487 tegen. Onder inventarisnummer 181 bevindt zich het Privilege van Jacob, aartsbisschop van Uppsala, Koenraad, bisschop van Strängnäs, en hun mederaadsleden van Zweden, waarin zij aan de burgers van Amsterdam het recht van vrijhandel op Viborg en andere steden van Zweden verlenen.
Een hele mondvol voor een mooi charter, behangen met een hele collectie zegels. Mooi om te zien, maar oordeel zelf:


30 juni 2013

De rijstebrijberg

We kennen het principe wel: de rijstebrijberg waar je je eerst doorheen moet eten om in Luilekkerland te kunnen komen. Vertaald naar de alledaagse praktijk betekent het: je moet de nodige moeite doen voordat je resultaat boekt. En dat geldt natuurlijk ook voor de genealogie.
Mooi voorbeeld: een testament uit 1714 dat 10 bladzijden lang is. Ik ben er een transcriptie van aan het maken, waarbij ik de ene dubbele formulering na de andere al ben tegengekomen. De notaris wilde niets aan het toeval overlaten en heeft bijna een halve pagina nodig om uit te leggen dat deze 'Uijtterste wille' in de plaats komt van alle voorafgaand gemaakte testamenten. Die vroegere testamenten zijn niet meer geldig, ze hebben geen rechtskracht meer en niemand kan aan de hand van die oudere testamenten nog enige aanspraak maken... En nog meer van die zware taal.
En dan, op bladzijde 8 van het document, vond ik opeens dit:


Het testament is opgemaakt door een echtpaar en het blijkt dat de beide moeders van het paar nog in leven zijn. Met de implicatie dat de beide vaders reeds zijn overleden. Zo heb ik dus in één klap vier aanwijzingen voor verder onderzoek. Twee overlijdens voor 1714 en twee na dat jaar. Kijk, voor zo'n resultaat wil ik best een paar uurtjes zwoegen.

29 juni 2013

Pinsbekken, wat zijn dat?

Zo af en toe kom je tijdens onderzoek woorden tegen waar je helemaal niets mee kunt. Zoals de term pinsbekken. Een van mijn voorvaderen werd beschreven en van hem werd gezegd dat hij vaak een "grijsachtig kleed ook wel met Pinsbekse knoopen" droeg. Elders is sprake van Pinsbekken knopen.
Gelukkig hebben we woordenboeken online staan en via de Geïntegreerde Taal Databank (gtb.inl.nl) kwam ik uit bij de volgende definitie:

Modern lemma: pinsbek
znw. onz.; zonder mv. Van eng. pinchbeck, dat ook overgenomen is in het fr. peinchebec en hd. pinscheback, en dat ontleend is aan den naam van den uitvinder van dit metaal, Christopher Pinchbeck te Londen († 1732).
Het blijkt een legering te zijn van koper en zink, in een verhouding van 5 op 1 en ook wel 10 op 1. Het is een metaal dat vrijwel dezelfde kleur heeft als goud, maar dat uiteraard een stuk goedkoper is.
De uitvinder was een klokkenmaker uit Londen, Christopher Pinchbeck, geboren rond 1670 en overleden op 18 november 1732, aldus Wikipedia. De uitvinder zag er zo uit:

24 mei 2013

Naturalisatie van Hugenoten in Amsterdam

Ik heb het al eerder gehad over de Waalse Fiches, kleine kaartjes met daarop feiten uit de Waalse kerken. Doop, huwelijk, begraven maar ook naturalisaties. Buitenlandse vluchtelingen konden hier genaturaliseerd worden, als gevolg van een Edict van de Staten van Holland en West-Friesland.
Het Geheugen van Nederland heeft er een pagina aan gewijd. Ik was nog steeds nieuwsgierig naar de inschrijvingen van die naturalisaties, maar dat zou wel een keertje komen bij een volgend bezoekje aan het Nationaal Archief in Den Haag. Maar zo lang hoeft helemaal niet gewacht te worden. Vanmorgen stuitte ik namelijk op de boeken van naturalisaties in Amsterdam, eigenlijk zonder er actief naar te zoeken. Serendipiteit heet dat met een moeilijk woord.
Deze naturalisatie uit de Waalse Fiches:



is terug te vinden in het archief van de Amsterdamse Burgemeester, en dan ziet dat er zo uit:



Dit is een eenvoudige inschrijving van een enkel echtpaar. Maar er waren ook hele gezinnen die genaturaliseerd werden. Voor een genealoog is dit smullen, want de namen van de kinderen worden gegeven en soms ook hun leeftijd. Bijvoorbeeld deze:



Dit gezin kwam uit Parijs. Dit register bevindt zich in het 5028: archief van Burgemeesters onder inventarisnummer 594. De inschrijvingen lopen door tot 1720. Voorin dat dikke boek zit een verklaring van de Burgemeester, waarin wordt uitgelegd wat het voor register is. Ook dat is even op de foto gezet:

05 mei 2013

Genealogisch onderzoek naar een onderzeeër

In 1940 verging de (O)nderzeeboot 13, kortweg bekend als O13, op de Noordzee. Van het schip en de 34-koppige bemanning is nooit meer iets vernomen. De O13 is gebouwd op Scheepswerf De Schelde te Vlissingen en de tewaterlating vond plaats in april van het jaar 1931. Dagblad De Zeeuw schreef er het volgende over:



Het is nog steeds een mysterie waar de O13 is gebleven. "Ergens op de bodem van de Noordzee", daar moesten de nabestaanden het mee doen. Dat de onderzeeër verdwenen was, bleef in het eerste jaar van de oorlog ook lang onbekend. Reden voor Tonny Froma om de pen ter hand te nemen en de geschiedenis van de O13 te beschrijven



Gisteren verscheen het herdenkingsboek over de O13, waarvoor ook veel genealogisch zoekwerk is verricht. De ruimte hier is een beetje beperkt, vandaar dat ik het interview met onderzoekster Ludmilla van Santen op mijn website heb gezet.



Vice-admiraal Borsboom van de Koninklijke Marine overhandigt het eerste exemplaar van het boek aan eregast en oud-onderzeebootcommandant Piet de Jong (98).



Een foto, gemaakt in Den Helder, na de officiële plechtigheid, met van links naar rechts Ludmilla van Santen, Rob van der Doe en zijn echtgenote Jantine Jimmink die samen het binnenwerk hebben ontworpen en schrijver Tonny Froma. De ontwerper van het omslag, Martin Roodnat, was helaas afwezig.

02 mei 2013

Het rondzingende jaartal 1664


Je kent dat wel, op een gegeven moment ben je zover terug in de tijd dat het zoeken steeds moeilijker wordt. Bijvoorbeeld omdat originelen niet te vinden zijn of dat er voor het gezochte tijdvak geen index is gemaakt.
In zo'n geval maak ik een schatting van het moment waarop een gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Zoals bijvoorbeeld dit:



Ik heb deze gegevens bijna 10 jaar geleden geparkeerd op mijn eerste website. Met de achterliggende gedachte: ik kom later wel weer eens terug bij deze tak en ga dan verder zoeken naar meer informatie. Leuke gedachte, eentje die een aantal jaren in de wachtkamer heeft doorgebracht. Ondertussen zag ik mijn geschatte jaartal wel steeds weer terug op allerlei andere sites, zoals genealogieonline dat niet meer benaderbaar is. De mensen die de informatie met bronvermelding hebben overgenomen krijgen binnenkort bericht over mijn nieuwe vondst, anderen zoeken het lekker zelf maar uit.

Ander jaartal
Waarom kon ik de juiste doopdatum eerst niet vinden en nu wel? Dat komt door het Nationaal Archief, dat de scans van de doopboeken op internet heeft gezet. Ook bij FamilySearch zijn de scans te zien. Een index is er nog niet, maar het is wel mogelijk om de scans handmatig door te bladeren. Een beetje zoals vroeger, toen je ook een hele film moest bekijken of een serie microfiches in de lezer moest duwen. Dus na verloop van tijd komt de volgende scan in beeld, met de doopdatum 3 juni 1657.



En hoe weet ik nou dat ik hier de juiste Neeltie te pakken heb? Dat blijkt dan weer uit de inschrijving van het huwelijk van haar ouders in 1656. Ook deze is weer, na enig stevig zoekwerk, opgedoken van een film van FamilySearch:



Hier blijkt, dat de achternaam Koij ook wel wordt geschreven als Coeij. Weer een variant erbij, want eerder al vond ik Kooij en Van der Kooij. Dat "Kooij" blijkt ook de voorkeur te zijn bij Google, want steeds als ik zoek op "Koij" krijg ik de vervelende vraag "Bedoelde je misschien Kooij?" Nee, kennelijk dus niet, want anders had ik wel Kooij in het zoekvenstertje getypt.

13 april 2013

De Kwadijker molengang - 3 -

Met een beetje noeste arbeid heb ik de verkeerd draaiende molens kunnen repareren. Ook draaien de wieken niet meer dwars door de bodem heen. Dat krijg je ervan als je een computer gebruikt en het resultaat niet goed vergelijkt met de werkelijkheid. Hier nog een keertje de molengang in vogelvlucht, gezien op een vroege ochtend in augustus.



En als je gewoon op de grond ging staan, zag het er als volgt uit:



Okee, en dan nog eentje met drie van de vier molens keurig achter elkaar. Bekeken vanaf de Kwadijkerweg.



Graven in Waalse fiches

Op FamilySearch is een nieuwe pluk scans (meer dan 1,3 miljoen stuks) geplaatst. Het gaat om de zogeheten Waalse fiches, een kaartsysteem dat als index dient voor de DTB's van de Waalse kerken. Het gaat daarbij om protestanten die het dringende advies hadden gekregen om Frankrijk te verlaten. Berucht was de intrekking van het Edict van Nantes.
De Franse koning Henri IV vaardigde in 1598 het Edict van Nantes uit, waarin hij de Hugenoten een zekere mate van godsdienstvrijheid gaf. De protestanten kregen daarmee rechten in een land waar de mensen voornamelijk katholiek waren. Dat ging goed tot 1685, toen koning Louis XIV - bijgenaamd de Zonnekoning - het Edict van zijn voorganger herriep. De rechten van de protestanten werden ingetrokken en ze moesten zich van alles laten welgevallen. Bijvoorbeeld dat er 's avonds op de deur werd gebonsd door een troep soldaten, waarna de mededeling kwam "dat het niet veilig was". Het geschrokken gezin kreeg daarom "bescherming" van enkele soldaten. Tja, die moesten natuurlijk wel onderdak hebben, en drank, en voedsel en... Of de heer des huizes daar maar even voor wilde zorgen.

Vluchten naar het buitenland
Veel Hugenoten ontvluchtten de terreur en ze kwamen in groten getale in de Nederlanden terecht. Voor hun godsdienstoefening konden zij terecht bij de églises Wallonnes (de Waalse kerken of Walenkerken), de gereformeerde kerken waar de voertaal Frans was. De eerste van die kerken was in 1583 al gesticht door Franse vluchtelingen, zie de website van de Pieterskerk in Utrecht.
Van de doop-, trouw-, begraaf- en lidmatenboeken is een uitgebreid kaartsysteem gemaakt. Die index staat dus nu op internet en dat biedt de mogelijkheid om vanuit de luie stoel lekker te spitten in de historische gegevens. De kaartjes zijn eerst geordend op naam en daarna op datum. Bij de alfabetisering wordt gekeken naar het hoofdonderdeel van de naam, iemand die Du Jardin heet, vinden we dus onder de J.

Praktijkvoorbeeld
Ik heb de kaartjes achter elkaar bekeken en als er een bekende naam voorbijkwam, deze meteen genoteerd. Op die manier kwam ik een voor mij onbekend familielid tegen, en wel op dit kaartje:



Dit is de doop van Jean de Caux, zoon van Jacques de Caux en Madeleine le Bouvier, gedoopt op 16 juli 1702. Mooie vondst, gauw noteren, en weer verder bladeren. Een paar fiches verder kwam ik deze tegen:



Dit is de begraafinschrijving van Jean de Caux, op 8 septmeber 1704. Ik moet eigenlijk zeggen de begraafinschrijving van "een" Jean de Caux, want er staat verder geen informatie bij. Maar er zijn gelukkig meer bronnen beschikbaar, zoals de website van het Stadsarchief Amsterdam. Gauw daarheen en de naam Jean de Caux invoeren bij de begraafregisters voor 1811, met jaartal 1704. Met als resultaat: helemaal niets. Dan maar alleen zoeken op jaartal 1704 en achternaam beginnend met een C. Wat blijkt, de begraafinschrijving staat er best wel in, alleen is de achternaam geschreven als de Coux...



Hier dus geen naam van de overledene, maar wel de naam van de vader: Jaqus. Ik durf die twee bronnen wel met elkaar te combineren en heb de begrafenis van de ruim 2 jaar oude Jean genoteerd.

Update: En even verderop komt er een kaartje te voorschijn over een naturalisatie, involge het Edict van 18 juli 1709. Punt, meer niet. Wat zou dat dan weer zijn? Gelukkig brengt het Geheugen van Nederland uitkomst. Weer wat geleerd.

06 april 2013

De Kwadijker molengang - 2 -

Zoals ik al eerder schreef was een van mijn voorvaders molenaar in de Beemster. Hij werkte op de molens die bij Kwadijk stonden, een zogeheten viergang. De laatste van die molens is rond 1885 ontmanteld en waarschijnlijk verkocht als brandhout. Door de komst van stoomgemalen werden de molens overbodig. De gemalen zijn geïnstalleerd rond 1875 en de 5 jaar daarna heeft het polderbestuur de molens nog laten staan, als schaduwvoorziening. Omdat fotografie toen nog een luxeproduct was, werden er maar weinig foto's gemaakt en zeker niet van zoeites als een oude molen. Gevolg: de Kwadijker molengang is niet vereeuwigd. Er zijn maar twee foto's van Beemster molens (bij De Rijp) bewaard gebleven en één schildering, die hangt in het museum in De Rijp. Omdat ik toch wel een idee wilde hebben van de toenmalige situatie ben ik zelf maar aan het knutselen geslagen.
Gelukkig is er een kaart op schaal van de viergang, in 1832 gemaakt door het Kadaster. Die kaart is te zien op de website Watwaswaar en het ziet er zo uit:



En die kaart kan mooi dienen als een sjabloon om een 3D-model van de omgeving te maken. Dat ziet er dan uit zoals op de volgende plaat:



Hier is een draadmodel te zien van het hele model. Om het geheel een beetje aan te kleden zijn kleurtjes toegevoegd, zodat het gras groen is en de molens ook de vrolijke kleuren van de Beemster hebben. Die kleuren kloppen nog niet helemaal, maar in een volgende versie van het model pas ik dat nog aan. Het ziet er nu zo uit:



Het 3D-model van de bodem is nog niet naar mijn zin. Het model is gemaakt met Sketchup en daar zitten ook functies in om terreinen te maken. Met mooie glooiende hellingen en dergelijke. Helaas ben ik daar nog niet zo bedreven in, dus zijn sommige stukken van de dijk handmatig gevormd, met lelijke hoeken en knikken die soms net even te scherp zijn.



Op de plaat hierboven is de tijd ingesteld op laat in de middag, zodat de schaduwen de andere kant op wijzen. Sketchup biedt de mogelijkheid om zonlicht in een model aan te brengen, door de maand en de tijd van de dag in te stellen. Voorwaarde is wel, dat je het model goed oriënteert zodat het noorden van het model ook het noorden van de ontwerpruimte is. Zo niet, dan kan de zon plotseling in het noorden komen te staan en dat is een beetje vreemd. De voorgaande illustraties zijn van grote hoogte genomen, maar je kunt ook dichter bij de grond kijken:



Dit is het uitzicht dat je zou hebben gehad als je 140 jaar geleden bij de Kwadijkerbrug had gestaan, kijkend naar het noorden. Ik ben wel blij dat dit stukje van het werk nu klaar is, de volgende stap is het verfijnen van het model. En misschien breid ik het wel uit, als ik puf heb. In de tussentijd hou ik me aanbevolen voor tips, opmerkingen en dergelijke.

Het 3D-model is er gekomen dankzij tips en adviezen van:

Adriaan Mulder
Michiel Hooijberg van de website Poldersporen
Jenny Mulder van museum In 't Houten Huis in De Rijp
Erny van de Kleut van website de Beemsterbengel
De molenaar van de Schermer Museummolen
Leo Middelkoop van de Molendatabase

Update: Er is iets misgegaan met de constructie van de wieken van molen 1 en 3. Die blijken andersom te staan, waardoor de molen de verkeerde richtling uit lijkt te draaien. En alsof dat nog niet voldoende verkeerd was, bleken de wieken ook nog eens dwars door de bodem heen te draaien...



Ik ga dit zo snel mogelijk corrigeren, want de plaatjes moeten natuurlijk wel zo goed mogelijk de werkelijkheid weergeven. (Met wederom dank aan Adriaan Mulder).

24 maart 2013

Een puzzel bij wiewaswie

Ik lees alom dat website wiewaswie weer is begonnen met het plaatsen van stambomen van gebruikers. En dat het er zo mooi uitziet en dergelijke. Gauw even kijken natuurlijk en het duurt niet lang of de eerste puzzel dient zich al aan. Nou vooruit, buiten lijkt het alsof het winter is en een puzzel op een gure winteravond is leuk. Toch?
Oordeel zelf:



Ik zie dat meneer A met mevrouw B is getrouwd.
Dit echtpaar had een zoon C
Deze zoon trouwde met mevrouw D
Dat echtpaar had kinderen, waaronder zoon F
Maar mevrouw D trouwde ook met meneer E
En die staat in de stamboom eveneens als vader van zoon F

Kijk, dit kan dus niet. Er zijn voor zover ik dat kan bedenken enkele mogelijkheden om zo'n situatie te krijgen:
De maker van de stamboom heeft zijn gegevens door elkaar gehusseld, en bij www wordt daar geen controle op uitgevoerd, maar wordt gewoon het foute diagram getekend.
of:
De grafische software van www is onbetrouwbaar en zet zomaar lijntjes waar ze niet horen.
of:

Ik heb erop gepuzzeld en geef het nu op. Het lezertje mag zich nu bekwamen in het opstellen van een waterdichte verklaring.

14 maart 2013

Schrikken aan de leestafel

Klepperdeklep gaat de brievenbus en er ligt weer een tijdschrift op me te wachten. Deze keer is het Genealogie van het CBG en zoals altijd ziet dat er weer puik uit. Het jongste nummer van Gens Nostra van de NGV steekt er schril bij af. Zeer schril zelfs.



Niet alleen wat de vormgeving betreft, maar zeker qua inhoud. Waar het CBG er in slaagt om een aangename mix van artikelen voor zowel de beginnende als de gevorderde genealoog te brengen, is Gens Nostra meer een opsomming van allerlei overzichten. Taai, onaantrekkelijk vormgegeven en niet om doorheen te komen.
Vergelijk dat met Genealogie en je ziet een fleurige inhoud met mooie foto's, herkenbare rubrieken en hier en daar ook reclame voor eigen projecten zoals Wiewaswie. Dat hoef je niet te lezen als je niet wilt. Het is ook niet allemaal 100% mooi en goed wat er in Genealogie staat (zo laat een meneer Roel de Neve de begravenis (sic!) van Koningin Wilhelmina plaatsvinden in november 1962) maar de algemene indruk is zeer positief.
En bij Gens Nostra slaat de weegschaal precies naar de andere kant door. Een moeizame invulling van het blad, amateurkiekjes met kleurzwemen (het is nog net geen Lomography) en slecht kleurgebruik (vervagende vegen onderaan de pagina). Beslist geen genot om te lezen.

En dan denk je dat je alles al wel gezien hebt, komt er een mailtje binnen van diezelfde NGV, waaruit ik een kort citaat laat zien. Ze zoeken iemand die een jaarindex kan maken met daarin alle familienamen uit een jaargang van het blad:

De redactie geeft aan welke namen in welke index thuishoren en zoekt nu hulp bij het samenstellen van het register. De medewerker dient de namen met paginanummers in een bestand te krijgen, tot nu toe door achternaam en paginanummer over te typen. Het werk kan thuis geschieden, bij voorkeur in Word of Excel en vergt enkele uren per nummer per maand. Vereist is accuratesse.

Dit geloof je dus echt niet, hè? Accuratesse, overtypen? Heren toch, we leven in de 21ste eeuw en zo'n taak kan geheel automatisch worden gedaan door bijvoorbeeld het genoemde programma Word. O ja, 'inhoudsopgave' wordt het daar genoemd. Het volgende plaatje vond ik op internet en dat drukt precies mijn gedachten uit na het lezen van het mailtje.


24 februari 2013

De Kwadijker molengang

Wat een paar uurtjes onderzoek al niet voor leuke gegevens kan opleveren. Ik weet inmiddels dat de molen waar mijn voorvader op werkte geen watermolen wordt genoemd, maar poldermolen. Dit om inderdaad verwarring met een molen die wordt aangedreven door een waterrad te voorkomen.
Per molen kon een hoogteverschil van iets meer dan 1 meter worden overbrugd. Hoger kon een scheprad het water niet opstuwen. Om dus een groter hoogteverschil te overbruggen had je meer molens nodig. Deze werden in cascade gebouwd, waarbij steeds het water van de voorgaande molen een treetje hoger werd gebracht. Zo'n reeks samenwerkende molens heet een molengang en die bij Kwadijk (de moderne schrijfwijze van Quadijk) telde er vier.
Op een kadastrale kaart uit 1832 is dat heel mooi uitgetekend:



En die kaart is goed te gebruiken als een sjabloon voor een 3D computermodel. Eerst de vorm van het land er in brengen, compleet met alle hoogteverschillen en dan de vier molens er in zetten. O ja, die molens moeten natuurlijk ook nog even getekend worden... Het geheel aankleden met wat bomen en begroeiing en klaar. Tenminste dat is de simplistische voorstelling van zaken die ik nu zie. Ongetwijfeld kom ik wat moeilijkheidjes tegen tijdens het tekenwerk, maar dat zien we dan wel weer. En ik kan altijd de hulp van experts inroepen.

23 februari 2013

De molenaar van de Quadijkerbrug

Ik heb een paar molenaars in mijn voorfamilie, die hun geld verdienden met het malen van graan (Elburg) of het persen van oliehoudende zaden (Zaandam). Maar vandaag vond ik een nieuwe variant, namelijk de watermolen. Geen molen die op waterkracht loopt, met zo'n groot rad aan de zijkant, maar een molen die windkracht gebruikt om water weg te werken. Met die molen en een hele hoop andere is de Beemster drooggemalen en werd ervoor gezorgd dat het waterpeil niet te hoog kwam.
Hier is de ondertrouwakte uit 1661 van mijn voorvader Albert Ariaensz:



Hij was toen de "zoon van de molenaar" later volgde hij zijn vader op. De molen staat bij de Quadijkerbrug, ofwel de brug over de Ringvaart in de buurt van het dorp Kwadijk. Die molens, het waren er 4, staan er al lang niet meer. Hoe dat er vroeger heeft uitgezien staat op een kaart van de Beemster uit 1658:



De molen rechtsboven is de zogeheten ondermolen. Die schept het water vanuit de polder naar een sloot die wat hoger ligt. Dan komt de volgende molen aan bod (de rechter van het rijtje van 3). Daar gebeurt weer hetzelfde, water wordt een niveau hoger geschept door een groot rad. Het hele rijtje wordt zo afgewerkt, tot de meest linkse molen het water in de Ringvaart schept. Het mag primitief lijken, maar met dit soort molens werd 400 jaar geleden wel een meer met een oppervlak van 7200 hectaren droogelegd. De kaart is gemaakt door:



Daniël van Breen. De Universiteit van Amsterdam heeft een zeer fraaie scan van die kaart online staan.

Voor een beschrijving van het hele maalproces met de molens is een bezoekje aan de website van Poldermolens.nl een aanrader.

En kijk ook eens in het domein van Theo Bakker.

16 februari 2013

Even aandacht voor de Beemster - 2 -

Het onderzoek in de Beemster gaat verder naar de familie De Wit. De ouders van Jacob Gerritsz de Wit, Gerrit Jansz en Baafje Jans, trouwden in 1667 in de Beemster. Als aantekening bij het huwelijk staat: beijde wonende in de Diemer-meer.



De Diemermeer was de naam van de waterplas ten oosten van Amsterdam, die in 1629 is drooggemalen en toen als Watergraafsmeer door het leven ging. Deze polder is trouwens twee keer droogemalen, want een dijkdoorbraak in 1651 zorgde ervoor dat het hele gebied weer onder water kwam te staan. In 1675 was Gerrit de Wit hovenier in de Beemster en ik denk, dat hij in de Diemermeer hetzelfde deed. Hij zal waarschijnlijk een beplanting hebben uitgezocht die op brakke grond kon groeien. Bij de inpoldering van Flevoland is hetzelfde gedaan, eerst met riet en daarna met koolzaad. Riet bleek goed in staat om het zout uit de bodem te halen. Het riet werd later in brand gestoken, zodat er meststof ontstond. Dit overigens tot woede van mijn moeder, die net de was buiten had gehangen en daar een regen van verkoolde snippers op zag neerdalen. Wij woonden toen in Bussum, hemelsbreed zo'n 15 kilometer van de brandhaard.

Verschillende polders, gelijke indeling
Nederland kent een aantal polders, de meeste zijn drooggemaakt in de 17e eeuw. Het door bemaling ontstane nieuwe land werd rationeel ingedeeld, er hoefde geen rekening te worden gehouden met bestaande erfscheidingen, riviertjes of andere zaken. Het land kon, zo goed en zo kwaad als dat ging, worden verdeeld in rechthoekige stukken. Om te beginnen werd de nieuwe polder doorsneden door een weg, die het land in twee helften splitste. Die weg werd heel toepasselijk de middenweg genoemd. Als tweede werd een weg aangelegd die daar haaks op stond en die veelal de kruisweg heette. In de Beemster zag dat er zo uit (middenweg in rood, kruisweg in oranje), met de toevoeging dat de kruisende lijn de middensloot was:



De Purmer en Wormer volgden een soortgelijk patroon, hoewel de kruiswegen minder prominent of eigenlijk helemaal niet aanwezig waren:



De Watergraafsmeer volgde het patroon wel en vandaag de dag bestaat daar nog steeds de Middenweg en de Kruislaan. Hoewel een stukje van die Kruislaan nu is omgedoopt tot simpel Science Park. Daar staan de gebouwen van het oude Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer dat nu Sciencepark heet.



En dan de Haarlemmermeer. Ook daar zien we de verdeling in tweeën door een centrale weg en een haaks daar op staande tweede weg. Op het kruispunt van die twee wegen werd een nieuwe nederzetting gebouwd, die toepasselijk de naam Kruisdorp kreeg. Tegenwoordig kennen we die plaats als Hoofddorp.

14 februari 2013

Even aandacht voor de Beemster

Een deel van mijn voorouders is afkomstig uit de Beemster en de afgelopen tijd zijn van die regio een aantal mooie bronnen online gekomen. Familysearch heeft een hoop DTB's van Noord-Holland op internet gezet en eindelijk heeft ook het Waterlands Archief uit Purmerend de stap gewaagd om DTB's te laten fotograferen en aan iedereen te laten zien.
Goed, de Beemster dus, een plas water die tussen 1607 en 1612 werd drooggemaakt. Met zijn leeftijd van 401 jaar zou je zeggen dat dit de oudste polder van Noord-Holland is, maar die eer komt toe aan het Achtermeer, ten zuiden van Alkmaar. Deze plas met een oppervlakte van 35 hectare werd in 1533 drooggemalen. De Beemster is met ruim 7200 hectare aanzienlijk groter.



Hierboven staat de naam Beemster, in een erg mooi handschrift. Ik vond de tekst op de eerste bladzijde van het doopboek van De Rijp, opgeschreven in 1653. Dit doopboek is online gezet door de Mormonen als onderdeel van een lange reeks doop-, trouw- en begraafboeken. De moeite waard om eens te bekijken.

In de leunstoel blijven
Voor genealogisch onderzoek hoef je steeds minder de deur uit, omdat het aantal gescande bronnen op internet steeds groter wordt. Ik noemde al het bladerproject van het Waterlands Archief. Gescande DTB's kunnen per pagina worden doorgebladerd en dat leverde voor mij de volgende vondst op in het doopboek van de Beemster:



De doop in 1675 voorvader Jacobus de Wit, zoon van Gerrit Jansz de Wit. De doopdatum had ik trouwens gevonden op Geneanet.org op de pagina van Ed Nicolaas. En hier blijkt het verschil tussen het zien van een originele bron en een tekstuele afgeleide daarvan. De tekst bevat de essentiële gegevens zoals doopplaats en doopdatum. In de originele bron staat echter meer, namelijk dat Gerrit Jansz de Wit hovenier was op de Hofstede van de Heer Joan van der Straeten. Kijk, en dat biedt weer een handvat voor verder onderzoek. Bijvoorbeeld om antwoord te vinden op de vraag: waar lag die hofstede dan? Al zoekend kwam ik terecht op een mooie website over de buitenplaatsen van de Beemster, een project van Katja Bossaers.
Via het register van de site kwam ik er achter dat Jan Jansz van der Straten in 1675 woonde op kavel AK 21, zie het kaartje dat hieronder staat:



Gelukkig heeft de Beemster een 'versteende topologie' zoals dat zo mooi heet. Dat wil zeggen dat het stratenpatroon in honderden jaren niet of nauwelijks is veranderd. Via Google Earth is dat mooi te zien:



Ik heb perceel AK21 even voorzien van een rode omranding en nu ik dat zo zie kan het best zijn dat de strook land er onder er in feite ook bij hoort. Van de bebouwing uit 1675 is helemaal niets meer over, op AK21 staat een boerderij die aan het eind van de 19e eeuw is gebouwd.

En nu die leunstoel uit!
Tot zover het werk vanuit de leunstoel. Maar je wilt het toch eigenlijk ook in het echt zien, dus de auto in geklommen en op een gure vrijdag naar de Beemster, waar ik de volgende foto heb gemaakt van het perceel AK21:



En dan ook nog een van de zijkant van het grondstuk (dat dus op de foto van Google Earth aan de bovenkant zit). Ik denk dat mijn voorvader ooit wel eens op dat punt heeft gestaan, ruim 300 jaar geleden. Grappig idee, eigenlijk.

09 februari 2013

Het fenomeen 'ranglijstje'

Gelukkig, sinds middernacht kan er niet meer worden gestemd voor het publieksgedeelte van de Geschiedenis Online Prijs. Gelukkig, omdat de potentiële prijswinnaars nu niet meer iedereen lastig hoeven te vallen met hun bedelacties: "Stem op MIJ" of "Stem op ONZE SITE" of "U wilt ONZE VERHALEN toch ook NIET MISSEN". Ik vind dat een storende ruis op de zender.
En waarom doen die partijen dat eigenlijk? Nou, deels omdat ze gek worden gemaakt door de commercie die een zeer grote vinger in de pap heeft bij de organisatie van de prijs. Zo is te lezen:

Het verschil in aantal stemmen kan heel gering zijn. Blijf uw netwerk daarom prikkelen en stimuleren een stem uit te brengen op uw website en vergeet hen vooral niet te attenderen op het bevestigen van de zojuist door hen uitgebrachte stem.
Standaard marketingtechniekje: blijf je best doen, anders gaat de concurrent er misschien mee aan de haal. Degenen die de stemmen uitbrengen moeten hun gegevens opgeven aan een uitgever, met als vooruitzicht een gratis kennismakingsnummer van een tijdschrift. Dat blad ligt inderdaad op een gegeven moment in de bus, maar daarvoor en daarna krijg je de ene mailaanbieding na de andere. Tja, je bent zo dom geweest om je gegevens te verstrekken dus wordt daar gebruik van gemaakt...
Maar goed, de stemming is gesloten en de 10 kandidaten met de meeste stemmen zijn bekend. Er wordt een mooi lijstje op de website gezet:


Uiteraard staan ze nog niet in volgorde, dat zou de spanning wegnemen. De kandidaten worden dus door elkaar heen genoemd. Maar, heren, waarom moet dat dan weer met een taalfout aan de lezers kenbaar worden gemaakt?

Update
Inmiddels is bekend dat de laatste in het bovenstaande lijstje de Publieksprijs heeft gewonnen. Het is een website die is gemaakt door de 15-jarige Roy Simons, die gefascineerd is door het werken onder de grond. Van harte proficiat, Roy.

Genealogische software
Ranglijst nummer 2 gaat over de stamboomprogramma's die de abonnees van Geneanet.org gebruiken. In totaal hebben zo'n 16.000 mensen opgegeven welk programma ze in gebruik hebben en dat leidt naar het volgende lijstje:


Aldfaer scoort hier zeer hoog, op zeer grote afstand gevolgd door de nummers 2 en 3. Wil dat nou zeggen dat Aldfaer verreweg het beste stamboomprogramma is? Nee, de lijst toont alleen aan dat de mensen die op Geneanet.org zitten het meest gebruik maken van Alfaer.