31 mei 2008

Fotografisch zoekplaatje

Hier een foto van de rijwielhandel van S. Rozema. De plaat is geschoten aan het begin van de vorige eeuw en hoogstwaarschijnlijk in het noorden van Friesland.
Ik parkeer de foto even hier op verzoek van Jannie Broersma-Haaijer, die heel graag wil weten waar de foto precies is gemaakt. Helaas staat een van de mannen precies voor het nummerbord van de auto. Het laatste cijfer zou mogelijk een 9 kunnen zijn. Om de foto te vergroten is een klik met de linker muisknop op de foto voldoende.



Het zoekplaatje is niet meer. Klaas Pera sprak het verlossende woord: de foto is gemaakt in Lutjegast. Tegenwoordig is in het pand de firma Oldenburger gevestigd. En kijken we op de website van dat bedrijf, dan zien we de huidige situatie, gefotografeerd van vrijwel hetzelfde punt.



Al met al heeft het zoekplaatje zo'n twee uur bestaan, voordat het werd opgelost, een beter bewijs voor de samenwerking die via internet mogelijk is, is er bijna niet!

Een draak van een akte uit 1662

Het is weer eens zover, ik bijt mijn tanden stuk op een tekst uit de 17e eeuw. En ik niet alleen, ook mijn naamgenoot Richard van Schaik loopt erop stuk. Ik vind dat we al een heel eind zijn gekomen (na een paar iteratieve pogingen zoals dat zo mooi heet) maar nu redden we het niet meer zonder hulp. Hieronder staat een foto van de akte, die door er op te klikken vergroot in beeld komt.



Hieronder staat de tekst zoals we die hebben weten te ontcijferen:

In [name van Got] den name Godes amen Comp[areerd]e
voor mij Willem van Veen not[ari]s etc[etera] Harmen Pietersz
[&] Hijt Hijtes[zen] van Harlingen als bevragters ter eenre
& Wijbe Janzen geldenschipper op de galjootschip
gen[aam]t de Lussde {toch: Liefde} ten anderen zijde Ende v[er]claerden
de Comp[aran]ten met malcanderen geaccordeert & overeen
gecomen te sijn wegens de naergen[oemden] bevragtinghe
dicteren dien naervolgende derwijlen bewaert den {niet bewaert, maar...}
v[er]sz[egden] schipper met sijn galjoot digt wel graeibaethe {groeisathe?}
xxxxxxxxxxxxx v[er]daen & beluven van de bevragters
klaer te leveren waer op de bevragters bij hun
costen sullen stellen een Commandeur vorder eerste stueren
& bootsgesellen & tselve v[er]sien van victualien tgunt
daer aen dependeerende sulx geschiet sijnde tselve
van daer seijlen naer de kuste van Groenlant
om aldaer door de segen des heren te ertschen
drijven wenden keren seijlen heen vlieden
tot des Commandeurs believen & goetvinden
& eijndelijk wederkeren & moeten komen
altot Harlingen & geschiet dese haevinge als
bevraghtingh bij de maent Innegaende de
eerste maent soohaest het gemelt galjoot
buyten de laetste ton van Texel affvliet
sal sijn gearriveert & eijndigenden soohaest
t selve galjoot xxxx behouden tot harlingen
sal sijn gearriveert te weten als de matrosen
aff gedanckt sullen zijn naar welcken tijt
xxxxxxxxx hetselve galjoot nog 14 dagen
tot de v[er]daen van de bevraghters aen te lossen
leeg stil moeten leggen welcke dagen niet
gerekent sullen werden & beloven de
bevragters de v[er]sz schipper voor vragt als
huering van het gemelt galjoot te betalen
't waren voor ijder maent dat hij uijtgeweest
sal sijn drie hondert vijfftig g[u]l[dens] & belangen
avarij & pilotagie t regulieren naer usantie
& cunslianie van desen tot naercoming etc[etera]
gedaen te.. v[er]present Wauter van Ven & Leen
Berklergal ge[tuijgen] desen getekent den 21 febr[uarij] 1662

w.g. Harmen Pijters
Hoyte Hoytes
Wibe Jansen (Pelsen)

22 mei 2008

Waar was mijn voorvader in 1685?

Mijn voorvader Harmen Pietersz Swafelstock was schipper. Zijn naam wordt aangetroffen in het tolregister van de stad Elbing aan de Oostzee. Elbing was een van de oprichters van de Hanze en was daarom gerechtigd om tol te eisen van ieder schip dat de haven aandeed. Van die tolheffingen werd gelukkig boek gehouden, zodat we nu weten welke schipper op welke datum in Elbing was.
Elbing ligt in een zogeheten haf, een rustig stuk zee dat door een lange zandbank van het ruigere water is afgescheiden. In de Atlas van Blaeu staat een mooie kaart van het gebied. Elbing ligt ten oosten van Dantzig, het huidige Gdansk.



In de regio van de Mare Balticum (Latijn voor Oostzee) is nog veel meer bijgehouden. Het gebied wordt wel de meest gedocumenteerde scheepvaartregio van het verleden genoemd. Schepen die naar de Oostzee wilden varen, passeerden de nauwe zeeëngte tussen de Zweedse provincie Skaane en het Demse eiland Seeland. Die nauwe verbinding tussen de Noordzee en de Oostzee kennen we beter onder de naam Sont. Op het nauwste punt liggen twee steden, Helsingör aan de Deense kant en Helsingborg in Zweden. Zie het kaartfragment van Blaeu, dat door het archief van Leiden op internet is gezet:



De bewindhebbers van Helsingör, in ons land overigens vaak Elseneur genoemd, noteerden van elk schip de naam, de naam van de schipper, de vertrekhaven, de doelhaven en de lading. Deze gegevens werden opgenomen in de tolregisters, een waardevolle historische bron. De registers liggen in het archief van Kopenhagen, en op diverse plekken worden kopieën bewaard, onder andere bij het IISG te Amsterdam.

Terug naar Harmen Pieterz, die op 7 mei 1685 in Elbing vertoefde, om daar lading te lossen en nieuwe koopwaar in te nemen. Ik kom aan die wijsheid via de website van Stefan Elsinga. Hij heeft informatie geraapt, zoals hij het zelf noemt, onder andere van de webpagina's van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Daar vond ik de vermelding van mijn voorvader:



Op de terugweg heeft Harmen een route gevaren zoals ik die op het volgende plaatje heb ingetekend. Het is nooit precies te zeggen hoe het schip precies is gevaren, het is afhankelijk van windrichting en het oordeel van de navigator.



Hij is dus twee keer door de Sont gekomen, een keer op weg naar Elbing en een keer op de weg terug naar Nederland. Ik moet nog een keer door de Sont-tolregisters heen, om alle gegevens van die passages op te nemen, maar in de tussentijd kan heel goed een alternatieve bron worden gebruikt. Ik bedoel dan de kranten uit die tijd, die vaak melding maakten van scheepsbewegingen. Zo vond ik bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag de Opregte Haerlemsche Courant, die op 29 mei 1685 het volgende bericht publiceerde:



Waaruit blijkt dat Harmen Pietersz Swafelstock op 20 mei 1685 langs Elseneur is gevaren. Voor de route op het kaartje waren dus 13 vaardagen nodig. De opsomming van de langsgekomen schepen is gemaakt op 22 mei, en met een [post]schip meegegeven naar Haarlem, waar de informatie op 29 mei al kon worden gepubliceerd.

18 mei 2008

Onduidelijk handschrift

Bij het opzoeken van een huwelijksakte in Stadsarchief Amsterdam kreeg ik een onverwacht probleempje. Het ging om een huwelijk uit 1931 en die akten zijn al wel openbaar, maar nog niet op microfiche gezet. Ergo: je dient het trouwboek aan te vragen. Om te weten welk boek je moet hebben, is een blik in de tienjarentafel nodig. Zo gezegd zo gedaan, de naam van de bruid opgezocht, en daar stond:



Dat wil dus zeggen boek 5e, folio 1v waarbij de v staat voor verso ofwel de achterkant van het blad. Boek aangevraagd en rustig gewacht op de dingen die komen gingen. En wat kwam er? Trouwboek 5e, beginnend in september 1931. Daar stond de gewenste akte dus niet in. Dus maar weer terug naar de tienjarentafel en nu gekeken bij de vermelding van de bruidegom. De tafels zijn wat dat betreft dubbel uitgevoerd, handig als je alleen de naam van één van de huwelijkspartners weet. Bij de bruidegom stond:



Nu bleek dat ik niet boek 5e moest hebben, maar boek 5c. En ja hoor, daar stond de gewenste akte, achterop blad 1. Toch nog succes gehad.
In Amsterdam had men de gewoonte om iedere ambtenaar van de burgerlijke stand een eigen boek te geven. Dat werd dus door één persoon volgeschreven. Was het boek vol, dan werd dit ingeleverd en kreeg de ambtenaar een nieuw boek. Dus als boek 5c werd ingeleverd werd een boek 5d aangemaakt, daarna boek 5e enzovoort.

Begraafplaatsen in Amsterdam (3)

In de klappers van het Stadsarchief Amsterdam wordt de afkorting HLK gebruikt, om het Heiligeweg Leidse Kerkhof mee aan te duiden. Dat is een beetje een verwarrende naam, want het Heiligeweg Kerkhof bestaat allang niet meer. Het werd in 1664 gesloten, toen de stad Amsterdam voor de vierde keer werd uitgebreid en het kerkhof binnen de bebouwing zou komen te liggen. De begraafboeken gingen over naar het Leidse Kerkhof, zodat het lijkt alsof er sprake was van één begraafplaats met een dubbele naam. Het terrein van het vroegere Heiligeweg Kerkhof biedt nu plaats aan een huizenblok dat ligt ingeklemd tussen de Leidsestraat, de Nieuwe Spiegelstraat, de Herengracht en de Keizersgracht. Zie het volgende kaartfragment:



Het fragment is afkomstig van de kaart die in 1683 is gemaakt door Johannes de Ram. Ik vond de kaart op de kaartencollectie van de Universiteit van Amsterdam. Op die zelfde kaart staat ook het nieuwe Leidse Kerkhof getekend:



Let op, de kaarten zijn getekend in omgekeerde richting, wat wil zeggen dat het noorden aan de onderkant van de kaart zit. Op het Leidse Kerkhof is begraven tot in de 19e eeuw. Op de kadasterkaart van 1832 zien we dan ook een open ruimte op de plaats van het kerkhof:



Het perceel heeft nummer 2767 en in de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) zien we dat het eigendom is van de Stad Amsterdam en dat het onbelast is. In 1899 werd op die plek de eerste Openbare Handelsschool gebouwd. Op de luchtfoto van Google Earth is te zien, hoe de situatie er tegenwoordig uit ziet:

03 mei 2008

Begraafplaatsen in Amsterdam (2)

In het tweede deel van dit serietje, waarin ik uiteindelijk alle begraafplaatsen van Amsterdam zal beschrijven, is het de beurt aan het Karthuizer Kerkhof. In het Stadsarchief en de indexen wordt dit aangeduid met de afkorting KKH. Het deel van mijn voorouders dat woonde aan de Haarlemmerdijk is aldaar begraven. Het kerkhof was vroeger de tuin van het Karthuizerklooster en voor een beschrijving doe ik weer een beroep op de onvolprezen Amsterdam van A tot Z.

Het klooster lag middenin de wijk die later de Jordaan zou worden genoemd. In de buurt bevonden zich markante punten zoals de driehoekstraat en de Noorderkerk. Beide bestaan tegenwoordig nog net zo. Een mooie afbeelding van het kerkhof is te vinden op de kaart van Amsterdam uit 1727 die wordt bewaard bij de Library of Congress van de Verenigde Staten.

De Driehoekstraat staat geheel rechtonder in het fragment, de Noorderkerk staat aan de linkerkant. Van dit gebied is in 1832 een kadastrale kaart gemaakt, die helaas een beetje te lijden heeft gehad onder de jaren. De kaart is te vinden op de website watwaswaar.nl. De kaart toont de karakteristieke layout van het grachtenpatroon van dit stukje Amsterdam:

En tegenwoordig kunnen we op internet schitterende luchtfoto's van dit gebied zien, zoals de volgende plaat die gehaald is van Google Earth. De Noorderkerk is op deze foto het middelpunt van de Noordermarkt, vol met kramen. Van het kerkhof is niets meer over, dat werd in 1860 gesloten. Tegenwoordig is er een speeltuin op het terrein gevestigd.

02 mei 2008

Praten als Brugman, zoeken naar Brugman

De overeenkomst tussen deze beide activiteiten is, dat ze erg intensief zijn. Zeker mijn zoektocht naar Cornelia Brugman, de vrouw van mijn directe voorvader Adam Keijser. De exacte begraafdatum bleef steeds maar weer in het ongewisse, ik kon de naam Brugman niet vinden in de zogeheten Leidse boekjes. Dat zijn de smalle bundeltjes, vol met formulieren die door vrijwilligers zijn volgepend.
Cornelia is op nogal een aantal manieren in de diverse boeken (denk aan doopboeken, trouwregisters en poorterboeken) opgeschreven, een niet uitputtend overzicht van die namen is:

Brugman
Brughman
Brughmans
Bruggeman
Brugmans
Burgman

De Leidse boekjes zijn gesorteerd op alfabet en wat het begraven betreft geordend per peiode van 10 jaar. Voor de in aanmerking komende decennia moest ik dus alle naamsvarianten doorploegen. Hetgeen in een aantal sessies keurig is gedaan, echter zonder resultaat.
Vanmorgen in het Stadsarchief van Amsterdam besloot ik, om nog maar weer een poging te wagen. Al bladerend viel mijn oog op inschrijvingen zoals "XXX, weduwe van XXX, geboren YYY".


Het zou toch niet, dat...??? Ja, dat zou het dus wel! Cornelia stond keurig ingeschreven als Cornelia, w[edu]w[e] van Adam Keijser, geboren Brugman. Toen dit eenmaal gevonden was, was het een kleine stap naar het begraafboek van het Karthuizer Kerkhof (afgekort KKH):


Het KKH zal ik binnenkort beschrijven, net zoals ik dat heb gedaan met het St Antonies kerkhof.
De Leidse boekjes hadden ook wel Japanse boekjes kunnen heten, aangezien ze van achter naar voren doorgebladerd moeten worden. Het vergt een beetje oefening, maar als je het eenmaal doorhebt is het geen probleem.
Overigens is het Satdsarchief heel druk bezig om afstand te doen van de boekjes, door de inhoud in de computer te zetten. Dat scheelt een hoop heen en weer lopen en je hebt tevens de mogelijkheid om op "fuzzy" alternatieven te zoeken. Inmiddels zijn alle boekjes voor de dopen vervangen door een databank.

30 april 2008

Geheimschrift

Tijdens een stedentripje naar Berlijn heb ik kans gezien om even de boeken in te duiken om wat gegevens van de familie op te duikelen. Bij een eerder bezoek aan de stad heb ik ook al eens een dag doorgebracht in het archief, maar dat leverde niet zo heel erg veel op.
Deze keer ging het een stuk beter, met fantastische medewerking van de mevrouw van het parochiebureau, die af en aan liep om de juiste boeken uit de kast te halen. Bij het zien van de pagina's moest ik wel even goed kijken, het bleek namelijk dat de inschrijvingen waren gedaan in het Sütterlin-schrift, zie bijgaande foto:



Sütterlin is een handschrift dat is ontwikkeld door graficus Ludwig Sütterlin (1865–1917). Hij kreeg in 1911 de opdracht om een gestileerd handschrift te maken, dat op alle scholen in Duitsland onderwezen kon worden. In 1920 werd inderdaad begonnen met het massale onderwijs in deze schriftvorm. In de oorlog werd het schrift overigesn weer verboden, omdat niet alle soldaten de geschreven orders konden lezen. Op internet staan massa's voorbeelden van het alfabet, zoals op de plaat hieronder.



Met een beetje puzzelen is het schrift best te ontcijferen, in aanmerking genomen dat de scribent zich niet altijd even goed aan de geleerde vormen houdt. Maar dat is haast standaard bij elk handschrift.

29 maart 2008

Begraafplaatsen in Amsterdam

Veel van mijn familieleden kwamen uit Amsterdam. Ze werden er geboren, trouwden er en werden er ook begraven. Bij de meer recente generaties is nog precies aan te wijzen waar de begrafenis heeft plaatsgevonden. In sommige gevallen is de grafzerk zelfs nog aanwezig. Maar verder terug in de tijd wordt het allemaal iets moeilijker.
Amsterdam is een dynamische stad en de kans is heel groot dat de ruimte die door een kerkhof in beslag werd genomen, later voor iets anders gebruikt is. Bijvoorbeeld door er huizen op te zetten.
Ik ben eens op zoek gegaan naar het Sint Anthonies kerkhof, bij het Stadsarchief Amsterdam aangeduid met de afkorting SAKH. In de boeken staat te lezen dat het kerkhof medio 1640 is geopend en dat het tot 1 januari 1866 in functie is gebleven. In het encyclopische werk "Amsterdam van A tot Z" staat een beschrijving van dit kerkhof. Inclusief een precieze aanduiding van de plaats waar het ooit lag.

Hoewel de Weesperstraat door de aanleg van de metro tegenwoordig geen smal straatje meer is, maar een brede laan, is de plek toch met gemak terug te vinden. Om te beginnen bij de Library of Congress van de VS, waar ze een plattegrond uit 1727 hebben. Met het kerkhof pontificaal ingetekend, zie:

Om te zien wat er in ruim honderd jaar veranderd is, kunnen we een blik werpen op de kadastrale kaarten. Deze zijn gemaakt in 1832 en ze zijn op internet terug te vinden op de website watwaswaar. Ook diverse archieven hebben een kopie van die kadastrale kaarten. Het St Anthonies Kerkhof zag er in 1832 zo uit:

En daarna springen we ruim 175 jaar verder, naar de tijd van satellieten, internet en andere verworvenheden. Die stellen me in staat om de plaats van het kerhof vanuit de lucht te aanschouwen. Via Google Earth, natuurlijk, dat het volgende beeld laat zien:

07 maart 2008

Opmerkelijk krantenberichtje uit 1940

Er komen steeds meer kranten op internet beschikbaar en het is leuk om daar eens door te bladeren. Misschien vind je nog wat interessants. Dat dacht ik inderdaad toen ik in de Woerdense Courant een berichtje (links op de foto) tegenkwam over een 60-jarig huwelijksfeest. De bruid heet Hol van haar achternaam en die naam komt ook in de kwartierstaat van mijn dochters voor.

Dus, de gegevens even vergelijken met Genlias (rechterkant van de afbeelding) en zien of er inderdaad een familieband is. Jammer genoeg niet, want anders zou zo'n advertentie een leuke aanvulling kunnen zijn voor de kwartierstaat.

23 februari 2008

Regels zijn nu eenmaal regels

Toen Nederland onderdeel was van het Fransche Keizerrijk, ook wel het Empire Français genaamd, werden er nieuwe regels ingevoerd. De Burgerlijke Stand, om een voorbeeld te noemen. Het bijhouden van dopen, huwelijken en overlijdens in kerkboeken was niet nauwkeurig genoeg. Er diende van alles en nog wat te worden vastgelegd en om aan te geven hoe dat precies moest werd een uitgebreid reglement opgesteld.
Om ervoor te zorgen dat iedereen van de nieuwe regels op de hoogte was, werden er affiches van gemaakt, die moesten worden opgehangen op "plaatsen in de gemeente, waar zulks gebruikelijk is". Ik heb in het archief zo'n aanplakbiljet gevonden en even op de foto gezet. Klik er op om een groter formaat op je scherm te krijgen en lees dan wat er allemaal werd voorgeschreven.

15 februari 2008

Eindelijk, daar is-ie dan!


Een document dat bijna 213 jaar veilig in een archiefdoos heeft liggen rusten, is vandaag aan het daglicht gekomen. Het gaat om het plakkaat van 8 juni 1795, waarin wordt gesteld dat het begraven van lijken in kerkgebouwen niet meer is toegestaan. Voortaan dient de lijkbezorging plaats te vinden buiten de kerk. Dit besluit werd genomen door de Privisionele Raad, zeg maar een soort regering van de Bataafse Republiek. Trots staat in de ondertekening, dat het plakkaat is uitgegeven in het eerste jaar van de Bataafse Vrijheid.
Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Vooral die gelijkheid van toen kan ons nu voor grote raadsels stellen. In het genoemde plakkaat staat namelijk ook dat familiewapens en andere onderscheidende zaken (titels bijvoorbeeld) niet meer nodig zijn, als beledigend worden ervaren en terstond weggehaald moeten worden. Heel wat grafzerken zijn als gevolg hiervan te grazen genomen. Wapens werden weggebikt en ook werd rigoreus de beitel gezet in al dan niet adellijke titels. Heel soms ontsnapte een steen aan dit lot, bijvoorbeeld doordat de kerk werd gebruikt als stal voor vee en de steen schuil ging onder een lading mest.
Ik zal van dit plakkaat een betere foto maken dan degene die bij dit stukje staat. Die geeft namelijk weer hoe het papier uit de archiefdoos is gekomen. Ik heb echter deelopnamen gemaakt, en die ga ik aan elkaar monteren. Een transcriptie van de tekst zal over enige tijd op een centrale plaats op internet worden geplaatst.

Dat "over enige tijd" werd dus minder dan één dag. Even stevig doorwerken en zowel de foto als de transcriptie staan nu op de website van Herman de Wit.

11 januari 2008

Niets nieuws onder de zon

Als je bij een notaris bent geweest om daar een akte te laten passeren, krijg je na verloop van tijd een speciale enveloppe in de bus. Een lang, smal ding, waar de akte in opgevouwen toestand in zit. Gevouwen overlangs, in plaats van overdwars zoals je een gewone brief zou vouwen.



Het blijkt dat deze gewoonte al heel lang bestaat. Officiële akten werden geschreven op papier van folioformaat, dat vervolgens overlangs werd opgevouwen. Bij het Hof van Friesland ging dat opbergen in de 18e eeuw op een speciale manier, de papieren werden in een stoffen zak gestopt. Op de voorkant daarvan werd een papiertje genaaid met daarop de gegevens van de inliggende papieren. De zakjes werden opgehangen in een kast, zo hoorde ik in het archief. Waarschijnlijk bleek dit de meest efficiënte manier te zijn om papieren op te bergen en snel terug te kunnen zoeken.



En als je de twee foto's met elkaar vergelijkt, dan is er eigenlijk toch weinig verschil? Toegegeven, het liasdraadje van vroeger is tegenwoordig vervangen door een nietje en de jute zak door een papieren envelop. Maar de uitstraling is hetzelfde, namelijk: "Daar ligt een officieel stuk". Ik noem het wel een jute zak, maar misschien is het eerder grof linnen. Wie het weet mag het zeggen.

06 januari 2008

Belastingtangen en stempels

Bij het doorbladeren van oude documenten vind je soms iets heel anders dan waarnaar je op zoek was. Dat overkwam mij toen ik de akten van het Vredegerecht Zaandam uit de jaren 1814 en 1815 aan het bekijken was.
Officiële documenten werden vroeger niet zomaar op een vel papier geschreven, er diende voor betaald te worden. Om aan te geven dat er betaald was, kreeg het document een waarmerk. Aan het begin van 1814 werd nog steeds gewerkt met de door de Franse overheersers opgelegde methoden. Dat wilde zeggen dat de akten een stempel kregen. Dat kon een zegelrecht van 50 centimes zijn of eentje van 25 centimes. Voor elk bedrag was een eigen stempel, dat met rode inkt op het papier werd gezet.
In de loop van 1814 werd afscheid genomen van de Franse markeringen, er werd een Nederlands zegelrecht toegepast. Er waren twee varianten kleine zegels, eentje van 2 stuivers 8 penningen en eentje die tweemaal zo duur was, dus 5 stuivers. Om aan te geven dat het zegelrecht was voldaan, werd met een speciale tang een merkteken in het papier geperst. Dat merk had de vorm van een halve cirkel met de toepasselijke inscriptie.

Het blijkt, dat dit een tussenoplossing was, want in de loop van 1815 werden deze markeringen vervangen door een veel 'koninklijker' uitvoering. De waarde bleef hetzelfde, alleen werd nu niet meer in penningen gerekend, maar gewoon in halve stuivers. Het resultaat: markeringen van tweeëneenhalf en van vijf stuivers. Hierin is de vorm van het latere Nederlandse muntgeld al te herkennen.

O ja, en de akte waarnaar ik op zoek was heb ik ook nog gevonden in de dikke stapel. Dus had ik dubbel succes in het archief. Ik heb begrepen dat in Rotterdam een Belastingmuseum is, waar ze een hele collectie van dit soort papiertangen bezitten. Daar ga ik binnenkort eens even neuzen.

22 december 2007

Hettema en Klaversma

Mijn moeder heette Hettema en ik ben al een tijdje bezig om die familie in kaart te brengen. Bij geruchte had ik eens gehoord dat de Hettema's innige banden zouden hebben met de familie Klaversma. Beide clans zijn afkomstig uit Goënga (een dorpje onder de rook van Sneek) dus dat kon heel goed.
Mijn voorvader Anne Hettes Hettema is geboren rond 1754 (wanneer precies is onbekend aangezien er een pagina uit het doopboek ontbreekt) en hij overleed in 1818. In 1811 nam hij voor zichzelf en zijn gezin de naam Hettema aan. Meer leden van de familie volgden dat voorbeeld. Alleen broer Sjoerd (geboren in 1766) bleek niet te vinden. Hij heeft geen achternaam Hettema laten registreren bij de ambtenaren van het Empire. En ook is er geen overlijdensakte van hem te vinden.
Mijn eerste gedachte was: zeker buiten de provincie overleden. Weg van de geboortegrond en geen zin om een achternaam te kiezen. Het patroniem Hettes was wel voldoende. Sjoerd Hettes, dus, aangenaam! Net zoals zijn broer jarenlang door het leven ging als Anne Hettes, ook aangenaam.
Bij onderzoek in de notariële akten bleek, dat sommige stukken weiland in bezit waren van mensen met de achternaam Klaversma. Deze gronden grensden precies aan de weilanden die in het bezit waren van de Hettema's. Toeval, denk je eerst nog. Tot er een akte opduikt, waarin nakomelingen van Sjoerd Hettes Klaversma mede-eigenaar zijn van enkele landen in de buurt van het Sneekermeer. Mede-eigenaren met nakomelingen van Anne Hettes Hettema, wel te verstaan. Ik begon al lont te ruiken. En toen duidelijk werd dat beide groepen ook mede-erfgenamen waren, viel het kwartje. Sjoerd Hettes heeft dus de naam Klaversma aangenomen.
Nu nog even op zoek naar die inschrijving, en het succes is compleet. Jammer dan, geen akte te bekennen, Uiteindelijk blijkt, dat Sjoerd is overleden in 1810, een jaar voordat Napoleon de achternamen verplicht stelde. Ik vermoed dat de leden van de familie hun vader hebben horen zeggen dat: a) hij de naam Klaversma zou kiezen als hem dat gevraagd werd, of b) hij beslist niet dezelfde naam als zijn broer zou kiezen.
Welke mogelijkheid het is weet ik niet. Feit is wel, dat beide families bij strikt gescheiden notarissen hun zaakjes lieten regelen. Hetgeen op een mogelijke ruzie duidt. Misschien kom ik daar ooit nog eens achter?

14 december 2007

Tripje naar het hoge noorden

De Spoorwegen hebben eindelijk besloten dat mijn woonplaats Hilversum weer een intercity-status heeft. Wat betekent dat ik in de trein kan zitten om gezwind en zonder lange wachttijden op overstapstations naar het noorden van het land te worden getransporteerd. In dit geval was dat Leeuwarden, een plaats die met slechts één overstapje te Zwolle bereikt kan worden. En dat is zeer aangenaam.
In Tresoar, het archief van de provincie Friesland, moest ik een hele reut notariële aktes, huwelijks bijlagen en dergelijke opzoeken. En meteen op de foto zetten natuurlijk. In een van de akten vond ik een leuke toepassing van een lakzegel, namelijk als paperclip. Twee vellen papier die onlosmakelijk met elkaar aan elkaar zijn bevestigd en het ziet er nog mooi uit ook. Normaliter werden papieren aan elkaar bevestigd met een draadje, een zogeten lias, of met een soort speld. Maar met een forse druppel lak gaat het natuurlijk ook en het ziet er nog bijzonder fraai uit ook, zelfs na bijna 200 jaar. De akte in kwestie is opgemaakt in 1825.

25 november 2007

Onverwachte erfelijkheidsleer

Mijn voorvaderen komen uit Friesland, het dorp Goënga om precies te zijn. Een gebied dat leefde van de veeteelt, zoals bleek uit een inventaris die is opgemaakt in 1841 na het overlijden van mijn overovergrootmoeder. Ik ben die akte nu aan het transcriberen en dat leidt tot allerlei zijsprongetjes in mijn onderzoek.

Zo lees ik, dat er op de boerderij een roodbonte stier (bul) was, die toch gezorgd moest hebben voor zwartbonte kalveren (rieren). Even spitten op internet en het werd me duidelijk dat de kleur van de vacht worden geregeld met dominante en recessieve genen. De wetten van Mendel, dus. De zwartbonte kleur komt van een gen dat Z wordt genoemd, de roodbonte variant is veroorzaakt door een gen z. Elk kalf heeft twee genen die de kleur bepalen, een van de stier en een van de koe. Is de combinatie ZZ, dan is het kalf zwartbont, net zoals wanneer de combinatie Zz of zZ is. Een roodbont kalf heeft de combinatie zz. Deze theorie heb ik ooit op school gehad, met groene en gele erwten, maar de kennis was aardig weggezakt. Dat is dus nu weer gecorrigeerd. Zo zie je maar, je leert er steeds weer wat bij.
Onderstaande schoolplaat laat verschillende kleuren rundvee zien. Ik vond de plaat op internet.

14 oktober 2007

Open dag archieven 13 oktober

Dat was even moeilijk kiezen, gisteren. Diverse archieven deden mee aan de open dag en overal was wel wat bijzonders te zien of beleven. Zo had Tresoar een heuse landmeter uitgenodigd, die met antiek gereedschap het nieuwe plein boven de ondergrondse parkeergarage voor het archief ging opmeten. Het Drents archief pakte uit met een lezing over boerderijen in Drenthe en bij het Nationaal Archief (NA) kreeg je de kans om de depots en het restauratie-atelier te bekijken. Zomaar een greep it wat mogelijkheden, en dan sta je voor de keus. Een moeilijke keus, zeker weten. Uiteindelijk werd het Den Haag, en dan niet het NA maar het Gemeentearchief. In de hoop dat het daar iets minder druk zou zijn en met het voordeel dat de parkeergarage direct onder het stadhuis zit.

Doordat de hal van het stadhuis zo ruim is, viel het met de drukte best wel mee. Er was een standje ingericht voor informatie, boeken en voor aanmelding voor de rondleiding. En dat laatste liep echt storm, op een gegeven moment waren er zelfs drie rondleidingen tegelijk.
We begonnen in het depot, een geconditioneerde ruimte met een constante temperatuur van 16 graden en een dito vochtigheidsgraag van 50 procent. Met een blik op een aantal mooie archiefstukken, zoals een zeer oude almanak.
Verpakt in een speciale houten doos en wachtend om gerestaureerd te worden. Het archief herbergt nog veel meer zaken die hard aan restauratie toe zijn. Het repareren van een enkel boek kan soms wel een maand duren en vandaar dat het archief een interne wachtlijst heeft opgesteld voor de stukken. De materialen die erg waardevol zijn of waarvan de restauratie eigenlijk geen uitstel meer kan velen, komen bovenaan de lijst te staan. Als het gaat om papieren die zeer vaak geraadpleegd worden, denk aan de DTB-boeken, dan wordt meestal gekozen voor een verfilming. De stukken hoeven dan niet meer te voorschijn te worden gehaald, terwijl iedereen ze toch kan zien.










In het restauratie-atelier zagen we een paar voorbeelden die het schrikbeeld van iedere archivaris moeten zijn. Bijvoorbeeld fotonegatieven, waarvan de gelatinelaag is gaan werken. Dat zorgt voor mooie fractal-patronen, dat is waar, maar de negatieven worden er volkomen onbruikbaar door.

Of papieren die een tijdje te lijden hebben gehad onder externe invloeden. Een mooi (nou ja) voorbeeld was een stapel papieren die in een brand heeft gelegen, vermoedelijk in een brandkast, waardoor de temperatuur niet zo hoog werd dat de hele handel in vlammen opging. Maar toch heet genoeg om alle vocht eruit te koken, waardoor de stapel in korte tijd kunstmatig verouderd is. De snippers breken er zomaar van af.

12 oktober 2007

Phaeton, chais en sleed...

Merkwaardige woorden, die ik terugvond in een notariële akte uit 1841. Het ging om de openbare verkoop van de bezittingen van mijn betovergrootouders in Friesland. Zij hadden een boerderij in Goënga (een dorp vlakbij Sneek) en de erfgenamen besloten de inventaris van de boerderij te gelde te maken, om de erfenis eerlijk te kunnen verdelen.
Dat ik die akte vond, was meer een kwestie van geluk dan wijsheid. Het is allemaal te danken aan de mensen van de Leeuwarder Courant die hebben besloten om al hun jaargangen op internet te zetten, met een zoekmogelijkheid op de tekst. Schitterend initiatief, dat blijkt voor mij al. De site gaat officieel pas op 24 oktober online, dus tot die tijd zal ik nog geduld moeten hebben.
Maar nu die merkwaardige namen: het blijkt te gaan om rijtuigen. De chais is natuurlijk niets anders dan een sjees, een tweewielig rijtuigje dat door een paard werd getrokken. Wilde men met meer mensen op reis, dan werd de Phaeton ingespannen. Zie het plaatje, dat ik vond op de website van een Amerikaanse koetsenbouwer. En de sleed? Dat kennen we nu als slee. Het gaat om een arreslee, en naar verluidt schijnt die nog te bestaan. Mijn verre neef Giel is op zoek naar de juiste verblijfplaats van de slee, die pas onlangs weer verkocht schijnt te zijn. Ik ben benieuwd naar zijn bevindingen.

06 oktober 2007

Een schitterend handschrift

Het is een tijdje stil geweest op dit blog, maar dat kwam doordat veel tijd is gaan zitten in de mijlpaal van project Van Papier Naar Digitaal. Het was de bedoeling om het plaatsen van de 100.000ste pagina een speciaal cachet te geven. En dat kostte de nodige tijd, die niet besteed kon worden aan eigen onderzoek.
Bij dat eigen onderzoek stuitte ik gisteren op een fraai stukje handschrift, uit het Oud Rechterlijk archief van Alkmaar. De tekst behelst de verkoop van onroerend goed en is opgeschreven in 1702. De schrijver had een duidelijke eigen stijl, met aparte kenmerken. Bijvoorbeeld de combinatie vr als afkorting voor 'van der'. De meeste auteurs zetten een liggende streep boven een woord om aan te geven dat het om een afkorting gaat. Zo niet deze klerk, die koos voor twee streepjes onder de laatste letter. Dat is lange tijd ook gebruikt in de bekende afkorting No (= numero ofwel nummer).
De akte zelf is op microfiche gezet en ik heb er een foto van gemaakt vanaf het leesapparaat. Kijk zelf maar op bijgaande plaat, die met een linker muisklik vergroot in beeld kan worden gebracht.