25 november 2007

Onverwachte erfelijkheidsleer

Mijn voorvaderen komen uit Friesland, het dorp Goënga om precies te zijn. Een gebied dat leefde van de veeteelt, zoals bleek uit een inventaris die is opgemaakt in 1841 na het overlijden van mijn overovergrootmoeder. Ik ben die akte nu aan het transcriberen en dat leidt tot allerlei zijsprongetjes in mijn onderzoek.

Zo lees ik, dat er op de boerderij een roodbonte stier (bul) was, die toch gezorgd moest hebben voor zwartbonte kalveren (rieren). Even spitten op internet en het werd me duidelijk dat de kleur van de vacht worden geregeld met dominante en recessieve genen. De wetten van Mendel, dus. De zwartbonte kleur komt van een gen dat Z wordt genoemd, de roodbonte variant is veroorzaakt door een gen z. Elk kalf heeft twee genen die de kleur bepalen, een van de stier en een van de koe. Is de combinatie ZZ, dan is het kalf zwartbont, net zoals wanneer de combinatie Zz of zZ is. Een roodbont kalf heeft de combinatie zz. Deze theorie heb ik ooit op school gehad, met groene en gele erwten, maar de kennis was aardig weggezakt. Dat is dus nu weer gecorrigeerd. Zo zie je maar, je leert er steeds weer wat bij.
Onderstaande schoolplaat laat verschillende kleuren rundvee zien. Ik vond de plaat op internet.

14 oktober 2007

Open dag archieven 13 oktober

Dat was even moeilijk kiezen, gisteren. Diverse archieven deden mee aan de open dag en overal was wel wat bijzonders te zien of beleven. Zo had Tresoar een heuse landmeter uitgenodigd, die met antiek gereedschap het nieuwe plein boven de ondergrondse parkeergarage voor het archief ging opmeten. Het Drents archief pakte uit met een lezing over boerderijen in Drenthe en bij het Nationaal Archief (NA) kreeg je de kans om de depots en het restauratie-atelier te bekijken. Zomaar een greep it wat mogelijkheden, en dan sta je voor de keus. Een moeilijke keus, zeker weten. Uiteindelijk werd het Den Haag, en dan niet het NA maar het Gemeentearchief. In de hoop dat het daar iets minder druk zou zijn en met het voordeel dat de parkeergarage direct onder het stadhuis zit.

Doordat de hal van het stadhuis zo ruim is, viel het met de drukte best wel mee. Er was een standje ingericht voor informatie, boeken en voor aanmelding voor de rondleiding. En dat laatste liep echt storm, op een gegeven moment waren er zelfs drie rondleidingen tegelijk.
We begonnen in het depot, een geconditioneerde ruimte met een constante temperatuur van 16 graden en een dito vochtigheidsgraag van 50 procent. Met een blik op een aantal mooie archiefstukken, zoals een zeer oude almanak.
Verpakt in een speciale houten doos en wachtend om gerestaureerd te worden. Het archief herbergt nog veel meer zaken die hard aan restauratie toe zijn. Het repareren van een enkel boek kan soms wel een maand duren en vandaar dat het archief een interne wachtlijst heeft opgesteld voor de stukken. De materialen die erg waardevol zijn of waarvan de restauratie eigenlijk geen uitstel meer kan velen, komen bovenaan de lijst te staan. Als het gaat om papieren die zeer vaak geraadpleegd worden, denk aan de DTB-boeken, dan wordt meestal gekozen voor een verfilming. De stukken hoeven dan niet meer te voorschijn te worden gehaald, terwijl iedereen ze toch kan zien.










In het restauratie-atelier zagen we een paar voorbeelden die het schrikbeeld van iedere archivaris moeten zijn. Bijvoorbeeld fotonegatieven, waarvan de gelatinelaag is gaan werken. Dat zorgt voor mooie fractal-patronen, dat is waar, maar de negatieven worden er volkomen onbruikbaar door.

Of papieren die een tijdje te lijden hebben gehad onder externe invloeden. Een mooi (nou ja) voorbeeld was een stapel papieren die in een brand heeft gelegen, vermoedelijk in een brandkast, waardoor de temperatuur niet zo hoog werd dat de hele handel in vlammen opging. Maar toch heet genoeg om alle vocht eruit te koken, waardoor de stapel in korte tijd kunstmatig verouderd is. De snippers breken er zomaar van af.

12 oktober 2007

Phaeton, chais en sleed...

Merkwaardige woorden, die ik terugvond in een notariële akte uit 1841. Het ging om de openbare verkoop van de bezittingen van mijn betovergrootouders in Friesland. Zij hadden een boerderij in Goënga (een dorp vlakbij Sneek) en de erfgenamen besloten de inventaris van de boerderij te gelde te maken, om de erfenis eerlijk te kunnen verdelen.
Dat ik die akte vond, was meer een kwestie van geluk dan wijsheid. Het is allemaal te danken aan de mensen van de Leeuwarder Courant die hebben besloten om al hun jaargangen op internet te zetten, met een zoekmogelijkheid op de tekst. Schitterend initiatief, dat blijkt voor mij al. De site gaat officieel pas op 24 oktober online, dus tot die tijd zal ik nog geduld moeten hebben.
Maar nu die merkwaardige namen: het blijkt te gaan om rijtuigen. De chais is natuurlijk niets anders dan een sjees, een tweewielig rijtuigje dat door een paard werd getrokken. Wilde men met meer mensen op reis, dan werd de Phaeton ingespannen. Zie het plaatje, dat ik vond op de website van een Amerikaanse koetsenbouwer. En de sleed? Dat kennen we nu als slee. Het gaat om een arreslee, en naar verluidt schijnt die nog te bestaan. Mijn verre neef Giel is op zoek naar de juiste verblijfplaats van de slee, die pas onlangs weer verkocht schijnt te zijn. Ik ben benieuwd naar zijn bevindingen.

06 oktober 2007

Een schitterend handschrift

Het is een tijdje stil geweest op dit blog, maar dat kwam doordat veel tijd is gaan zitten in de mijlpaal van project Van Papier Naar Digitaal. Het was de bedoeling om het plaatsen van de 100.000ste pagina een speciaal cachet te geven. En dat kostte de nodige tijd, die niet besteed kon worden aan eigen onderzoek.
Bij dat eigen onderzoek stuitte ik gisteren op een fraai stukje handschrift, uit het Oud Rechterlijk archief van Alkmaar. De tekst behelst de verkoop van onroerend goed en is opgeschreven in 1702. De schrijver had een duidelijke eigen stijl, met aparte kenmerken. Bijvoorbeeld de combinatie vr als afkorting voor 'van der'. De meeste auteurs zetten een liggende streep boven een woord om aan te geven dat het om een afkorting gaat. Zo niet deze klerk, die koos voor twee streepjes onder de laatste letter. Dat is lange tijd ook gebruikt in de bekende afkorting No (= numero ofwel nummer).
De akte zelf is op microfiche gezet en ik heb er een foto van gemaakt vanaf het leesapparaat. Kijk zelf maar op bijgaande plaat, die met een linker muisklik vergroot in beeld kan worden gebracht.

05 oktober 2007

Huwelijkse bijlagen niet gevonden

Bij genealogisch onderzoek kun je veel baat hebben bij de bijlagen die mensen moesten afgeven wanneer ze gingen trouwen. Overlijdensaktes van hun ouders of eerdere echtgenoten zijn een mooie bron. Of een certificaat Nationale Militie, waar meestal een signalement van de bruidegom op te vinden is. Of een mooie notariële akte waarin allerlei familiegegevens te vinden zijn.
Op die bijlagen had ik vandaag mijn zinnen gezet. Ik wilde achterhalen wanneer een voormoeder van mij was overleden. Ik had het tijdvak al weten terug te brengen tot "na 1789", het jaar waarin zij bevalt van haar zesde kind en "voor 1821", het jaar waarin haar echtgenoot overlijdt als weduwnaar. Het huwelijk van dochter Aafje, getrouwd in 1816 in het Noord-Hollandse Zwaag, leek de aangewezen weg. Maar wat blijkt? Van Zwaag zijn helemaal geen huwelijkse bijlagen aanwezig uit de periode 1812 tot en met 1889. Alleen het jaar 1811 staat op de microfilm.
Dat was de eerste verrassing, de tweede kwam toen ik de huwelijksakte zelf onder ogen kreeg. Dat document zat dermate vol aanvullende details, dat huwelijkse bijlagen eigenlijk niet nodig waren. En ja, de overlijdensdatum van Aafjes moeder stond er ook in. Het was voor het eerst dat ik dit bij de hand heb gehad en ik vraag me af of het in meer gemeenten zo is gegaan? En wat zou de reden kunnen zijn dat men het mechanisme van de bijlagen niet heeft gebruikt?

04 oktober 2007

PSU avant la lettre

Degenen die in dienst zijn geweest, weten meteen wat er wordt bedoeld met de letters PSU. Het is de afkorting van Persoonlijke Standaard Uitrusting, de spullen die je als militair nodig hebt en die op wonderlijke wijze in één plunjebaal dan wel één kast passen. Voor wie het geloven wil: die kast draagt de naam PSU-kast (sic!). Die kast was voor meerderen een geliefd object om de dienstplichtige eens lekker te grazen te nemen. Werd er bijvoorbeeld een paar korreltjes zand in aangetroffen, dan leidde dat tot volzinnen als "Keijzer, in jouw kast kan men doperwtjes kweken, indien men dat zou willen". De korreltjes zand bleken steevast afkomstig van de hei, waar weer zo nodig "gekampeerd" diende te worden...
In mijn diensttijd kon ik trouwens uit het hoofd opnoemen waaruit de PSU bestond, maar dat terzijde. Ik moest daar weer aan denken toen ik in archief Haarlem toevallig een reeks doodscertificaten van militairen uit de Napoleontische tijd aantrof. De namen zeiden me niets, maar achterop de certificaten stond een gedrukte lijst van artikelen die de militair bij zijn overlijden naliet. Dit geeft een unieke kijk op de "PSU" uit die tijd. Zie de bijgaande foto, genomen vanaf de filmreader, die met een muisklik vergroot kan worden.

03 augustus 2007

Een beetje last van schimmel

Wat doe je, als je achter op de fruitschaal een vruchtje vindt dat aangetast is door schimmel? Weggooien is een optie, maar als het maar een klein beetje is, ben ik geneigd om het aangetaste stuk weg te snijden en de rest gewoon op te eten. Een schijnzekerheid, want de schimmeldraden hebben zich dan al door het hele stuk fruit heen gewrongen. Bij kaas is dat trouwens net zo, zie je een beschimmeld plekje, reken er dan maar op dat de hele homp is aangetast.

En wat doe je als er schimmel wordt aangetroffen in een archief? Dan wordt er niets weggegooid maar zet men alles op alles om de infectie te bestrijden. Hoe lang dat ook duurt. Ik heb er in mijn onderzoek mee te maken gekregen doordat ik een akte opvroeg van een huwelijk dat in 1911 is gesloten in het voormalieg Silezië. De overgrootouders van mijn echtgenote waren de trouwlustigen, vandaar. Alle akten uit de voormalige Ostprovinzen van Duitsland zijn daar weggehaald en verplaatst naar een centrale opslag in Berlijn. Het beheer over de akten (alles bij elkaar zo'n 14 kilometer plankruimte) wordt gevoerd door Standesamt I in Berlijn.

In het depot is vorig jaar een agressieve schimmelvorm geconstateerd, waardoor het hele bezit gedesinfecteerd moest worden. De ambtenaren van het Standesamt mochten al die tijd geen voet over de drempel zetten, uit angst voor besmetting. Alles bij elkaar heeft dit acht maanden in beslag genomen, met als gevolg dat het Stadesamt een achterstand heeft van minimaal acht maanden. Mijn aangevraagde akte zal dus nog enige tijd op zich laten wachten. Maar ach, het document ligt er al 96 jaar, dus een paar maandjes kunnen er ook nog wel bij.

20 juli 2007

Het is vandaag 16 juni 1606

Heden ben ik weer eens naar het archief in Haarlem gegaan (voluit het Noordhollands archief, lokatie Jansstraat) om daar een reeks foto's te maken van documenten uit 1606. Het gaat om de lijsten van deelnemers aan de loterij voor de bouw van het Oudemannenhuis te Haarlem. Via die loterij wisten de bouwmeesters veel geld in te zamelen, zodat de bouw van start kon gaan.

Het gebouw staat er nu nog steeds, alleen is er nu het Frans Hals-museum in gevestigd, zoals op de foto hiernaast te zien is.

Het museum heeft een kleine tentoonstelling aan de loterij gewijd, omdat het ruim 400 jaar geleden is, dat het bouwgeld werd opgehaald. In totaal werd een bedrag van 52.000 gulden opgehaald, een som die nog werd uitgebreid met giften van rijke particulieren. De verkoop van de loten begon in juni en liep door tot oktober/november 1606.

Op een van de bladen stond de datum 16 juni 1606 en dat liet een belletje rinkelen. Het daagde me opeens, dat was net zo'n bijzondere datum als vandaag! Voor wie het nog niet doorheeft: schrijf de datum maar eens op in de vorm DD-MM-JJJJ en doe daarna hetzelfde met de datum van vandaag.

01 juli 2007

De ganzenveer als schrijfinstrument

Zoals diverse mensen al hadden gezien was het kleine voorwerpje dat in het archiefstuk zat inderdaad het versleten puntje van een ganzeveer. Op bijgaande foto is goed te zien dat het puntje aan de linkerkant is afgesleten, waardoor er geen mooie letters meer mee gemaakt konden worden. De schrijver heeft het puntje met zijn pennemes afgesneden, om weer een nieuwe pennekop te kunnen snijden. Dat deed hij door de schacht van de veer schuin af te kappen, de randjes rond te snijden en in het midden van het puntje een inkerving te maken. In die snede vloeide de inkt en dat principe is bij de latere kroontjespen en vulpen overeind gebleven.

Om het wat duidelijker te maken (is niet helemaal gelukt, vrees ik) heb ik een modelletje van zo'n afgesneden pen gemaakt met behulp van Google Sketchup. Dat is een gratis programma waarmee je 3D-voorstellingen snel kunt maken. Tenminste, als je er al een tijdje mee bezig bent en alle trucjes van het programma kent. Bij mij is dat nog niet zo, maar dat zal niet lang duren.
Goed, terug naar de ganzenveer. In de oude boeken wordt er op gehamerd, dat de veer uit de linkervleugel van de vogel getrokken moet worden, het liefst terwijl het dier nog leeft. Dan is de veer nog vers en kan de gans in kwestie nog meer veren produceren. Je moet het maar bedenken.
Waarom nu juist uit de linkervleugel? De veren zijn gekromd en wanneer een veer uit de linkerkant wordt gehaald heeft deze een vorm die makkelijk in de hand ligt voor iemand die rechtshandig is. Vandaar. In oude teksten wordt ook geschreven dat een ganzenveer wel een mooi schrift kan produceren, maar dat degene die echt een stukje kwaliteit wil afleveren, gebruik moet maken van een zwanenveer. Dat lijkt me niet makkelijk, heb je ooit wel eens geprobeerd om een levende zwaan te benaderen, laat staan hem een veer uit te trekken? Ik vraag me af met hoeveel man ze dat vroeger hebben gedaan.
En dan nog de ouderdom van het stukje ganzeveer. Ik heb gezocht op internet en kwam bij Wikipedia de volgende beschrijving tegen:

Voor de ganzenveer werden in de lente de buitenste vijf slagpennen van
levende vogels genomen. Men gaf de voorkeur aan de veren van de linker vleugel,
omdat zij een buiging hebben die voor rechtshandige schrijvers naar buiten, van
de schrijver af, gericht is. Voor men met de veer kon schrijven moest deze op de
juiste wijze bewerkt worden. De veer werd schuin aangesneden en men verwijderde het merg, waarna de veer gehard moest worden.

Daartoe werd de pen zolang in water geweekt tot deze er glanzend wit uitzag. Voor het eigenlijke harden werd het ingeweekte gedeelte in een houder met heet zand van de juiste temperatuur gestoken tot de punt doorschijnend werd. Het zand moest zo heet zijn dat de pen wel siste, maar niet barstte. Tot slot werd de bovenste huidlaag van de pen gekrabd, waarna de pen gesneden kon worden.

De vraag is, hoeveel tijd dit in beslag nam. Maar omdat er staat dat de veren in de lente "geoogst" werden en het document in kwestie na de zomer van 1606 is geschreven, mag ik aannemen dat de veren in de lente van 1606 zijn geplukt.

29 juni 2007

Een tamelijk vreemd voorwerpje

Vandaag was het weer tijd voor een van onze mega-fotosessies, samen met Ineke Smit. Plaats van handeling was het Noordhollands Archief in Haarlem en de lijdende voorwerpen waren enkele volgepakte archiefdozen met documenten uit 1606. De hele bubs moet op de foto en dat heeft inmiddels al zo'n vier persoondagen gekost. Naar verwachting zullen we nog wel een keertje terug moeten om alle papieren te fotograferen.

Tijdens de klus viel er plotseling een vreemd dingetje op de tafel. Ik heb er snel even een foto van gemaakt die ik bij dit berichtje plaats. Maar... de grote vraag is nu, wat dit voor dingetje is en hoe oud het ongeveer kan zijn? Nogmaals, de stapel papieren dateert uit 1606, dus het voorwerpje is minstens 401 jaar oud. Wie het weet, mag het zeggen!! Voor een grotere uitvoering van de foto even op het kleine plaatje klikken met de muis.
Aanvulling 1:
Een tip over de grootte van het dingetje: het zal inderdaad zo'n 7 millimeter lang zijn en circa 4 mm rond. De kreet "Jesses, een stukje teennagel", die naast mij klonk toen ik het voorwerpje ontdekte, bleek geheel onjuist te zijn.

18 juni 2007

Puzzel deels opgelost

Ik heb een gedeeltelijk antwoord op mijn vraag over het bijzondere boek in de schappen van het Noordhollands Archief. Ik ben direct bij de bron te rade gegaan en archivaris Hans van Felius schrijft het volgende:

Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw maakten de Mormomen (Kerk van
Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen) microfilms van allerlei
genealogische bronnen in Nederland; zo ook van de collectie DTB. Van het boek
Wervershoof 7 (u schrijft 6, maar dat klopt niet)hadden wij geen origineel,
vandaar dat wij een kopie hebben laten maken van de microfilm. Omdat de
microfilms negatief waren is er via het gekozen procedé ook een negatieve print
uit gekomen. Welke apparatuur daarbij gebruikt is kan ik helaas niet meer
achterhalen, maar het is in elk geval een procedé dat vergelijkbaar is met het
ontwikkelen en afdrukken van foto's. Daarna ontstond een generatie
fotokopieerapparaten die ook nog gebruik maakte van een ontwikkelvloeistof,
gevolgd door de latere systemen die gebruik maken van brandtechnieken. Gezien de plaats in de tijd schat ik dat het boek ontstaan is in de eerste helft van de
jaren zestig. Dat is helaas alles wat ik er over kan meedelen.

Met vriendelijke groet

Hans van Felius


Het is dus inderdaad een soort fotopapier. Met welk apparaat het precies is gemaakt zal wel altijd een raadsel blijven. Ik gok op een soort vergrotingskoker, hoewel het wel om een apart model moet gaan. Want een vergroter belicht een negatief op een vel fotopapier, waarna een positief beeld ontstaat. In het geval van het doopboek is dus nog een tweede stap gedaan, waarbij de positieve tussenafdruk via een contactprocédé weer naar negatief is omgezet.
Het blijkt dat ik dermate enthousiast was over de techniek, dat ik het nummer van het boek geheel verkeerd heb genoteerd. Maar ook dat plooitje is nu weer gladgestreken.

14 juni 2007

Werk aan de winkel

Het rooms-katholieke doopboek van Wervershoof dat ik tegenkwam in het archief van Haarlem, bevat 166 bladzijden. Ik heb daar allemaal foto's van gemaakt en ben nu bezig om die opnamen te converteren naar een prettiger leesbaar formaat. De originele opnamen waren in kleur, van een negatief origineel. De eerste stap is dus, om alle opnamen zelf weer negatief te maken zodat een positief beeld ontstaat. (min maal min is plus). Dit kunstje kan een tekenpakket in een fractie van een seconde voor elkaar krijgen. Het resultaat was veel te blauw naar mijn zin, zodat er ook nog een conversie naar grijswaarden diende te volgen. Ook dat heb ik lekker aan mijn grafische software overgelaten. De computer staat dan een kwartiertje behoorlijk te 'stampen'.

Het resultaat is te zien op bijgaande foto. Links de opname van het negatieve origineel, rechts wat er overbleef na de bewerking. Ik ben nog steeds nieuwsgierig naar het apparaat waarmee de kopieën zijn gemaakt. Na even speuren met Google vond ik een website waar de geschiedenis van kantoorapparatuur wordt beschreven. Ik vermoed dat de kopieën zijn gemaakt met behulp van een Photostat-machine. De beschrijving daarvan komt het meest overeen met het resultaat dat ik heb aangetroffen.

12 juni 2007

Een bijzonder boek

Vandaag was ik in archief Haarlem, om weer eens wat DTB-boeken op de foto te zetten. Het archief in de Janskerk had net de officiële opening achter de rug (op 7 juni) en dus kon ik in alle rust mijn werkjes doen. Enige nadeel van het huisvesten van een archief in een oud kerkgebouw is, dat de temperatuur niet altijd even goed geregeld kan worden. Het begon al toen ik binnenkwam en werd begroet door een haast smeltende medewerker die ook last had van de warmte. Maar dit terzijde.

Ik maak trouwens dankbaar gebruik van de nieuwe lampjes die ze op de tafels hebben aangebracht om de te fotograferen boeken uit te lichten. Ga je tussen twee tafels in werken, dan kun je de lampjes van zowel de linker- als de rechtertafel gebruiken. Dat lukt alleen als het rustig is, want bij grote drukte kun je natuurlijk geen twee tafels inpikken.


Ik had al een aantal boeken gedaan, toen mijn oog viel op een boek dat er duidelijk anders uitzag dan de rest. In eerste instantie leek het een fotoalbum en bij nadere beschouwing bleek dat helemaal zo gek nog niet. Het boek bevat een serie prehistorische kopieën van het RK doopboek van Wervershoof. De tekst is op een of andere manier overgebracht op het papier, waarbij een negatief beeld is opgeslagen. Vette zwarte pagina's dus met witte tekst. Ik vond dat boek zo bijzonder, dat ik de plannen die ik had om de boeken van de Beemster te fotograferen maar even in de wacht heb gezet.
Toen de beslissing was genomen om het boek op de foto te zetten kwam probleem twee om de hoek kijken. De bladzijden voelen een beetje aan als perkament en ze hebben een soort glans over zich. Waar het licht van de (spaar)lampjes dus prachtig in weerspiegelt! Ik heb dat opgelost door het licht als een soort strijklicht over de pagina's te laten schijnen. Ik ga de opnamen met de computer weer omklappen (negatief wordt positief) en verbeteren. Op termijn zullen de opnamen te zien zijn op de website Van Papier naar Digitaal.

Blijft nog de vraag met wat voor machine deze kopieën zijn gemaakt en hoe lang geleden dat gebeurd moet zijn. Wie het weet mag het zeggen!

19 mei 2007

Alles bleef bijna hetzelfde (2)

Bij genealogisch onderzoek zit je geregeld in stoffige archieven, of gekluisterd aan het beeldscherm van de computer. Maar er is ook nog zoiets als veldwerk. Afgelopen week ben ik dat gaan doen, samen met mijn verre neef Giel van der Wal. Wij stammen beiden af van Hette Annes, de stamvader van de familie Hettema. Uit onderzoek is ons gebleken waar de boerderij van de Hettema's heeft gestaan, namelijk in het dorp Goënga onder de rook van Sneek.


Bij vergelijking van de kadastrale kaart uit het begin van de 19e eeuw en de luchtfoto zoals die te zien is op Google Earth is te zien dat de topologie van de omgeving vrijwel niet is gewijzigd in de afgelopen 175 jaar. Zelfs de stukken weiland hebben nog steeds dezelfde vorm. Dit is niet alleen opvallend, het is ook zeer handig voor het vinden van oude details. Ik heb hierover een kort verhaal geschreven dat is geplaatst op de website van het dorp Goaiingea (de Friese schrijfwijze van de naam).

13 mei 2007

Het maken van een transcriptie

Transcriptie is het woord voor een document dat ontstaat als je een oude akte overschrijft. Trans betekent over en scriptie betekent schrift. Overschrijven dus. Vroeger gebeurde dat allemaal met de hand, later kwam de schrijfmachine in beeld en tegenwoordig doen we het met de computer. Je kunt het origineel natuurlijk naast je toetsenbord leggen, maar het werkt veel eenvoudiger om het origineel eerst te scannen en dan op het beeldscherm te laten zien.

Toen ik hier net mee begon, had ik daar een ingewikkelde methode voor bedacht. Het gescande document werd weergegeven in een tekenpakket, waarvan het window op 2/3 van het scherm was verkleind. De transcriptie werd gemaakt in Word, waarvan het window was verkleind tot 1/3 van het scherm.

Uiteraard ging dit geregeld mis, omdat het scherm van Word te klein was door alle menu's die bleven staan. Op een gegeven moment wees Richard van Schaik me op het programma Transcript, dat gratis van internet kon worden gehaald. Ik heb de software gedownload en dat veraangenaamde het werken bijzonder. In een venster zie je zowel het gescande origineel als de overgetypte tekst. De verhouding tussen de foto- en tekstruimte kan naadloos worden aangepast en ook kan de scan donkerder of lichter worden gemaakt. Klik op de afbeelding en je ziet een vergrote versie.

Deze week heeft de maker van al dit moois, Jacob Boerema, een nieuwe versie van Transcript beschikbaar gesteld. Het pakket draagt versienummer 2.2 en het is hier te downloaden. Ik kan het iedereen aanraden.

10 mei 2007

Ouwe kranten (1)

Sinds afgelopen dinsdag, 8 mei 2007, heeft Nederland er weer een gratis dagblad bij. Het heet simpelweg "Dag" en hiermee staat de teller nu op vier gratis krantjes per dag. Het wordt 's ochtends een heel geregel voordat ik de trein in kan stappen om naar mijn werk te gaan. Zo moet ik de Spits aanpakken van een vriendelijke meneer en ligt de Metro op me te wachten in een hoge krantenbak. Wil ik vervolgens ook nog een exemplaar van De Pers, dan moet ik diep door de knieën, want hun krantenbak staat op de grond. Het laatste krantje van de vier, Dag, moet uit een stapel die in de hoek op de grond ligt gevist worden. En als het regent zoals vandaag dan is het best even zoeken naar een droog exemplaar.

Zo, dan nog even de krantjes opvouwen en in de tas stoppen en de treinreis kan beginnen. Goed, maar waar blijft nu de genealogische component in dit verhaal? Het is tenslotte een weblog over het zoeken naar de stamboom.

Heel simpel, waar ik in de echte wereld op een gegeven moment genoeg 'ouwe kranten' heb, kunnen het er op internet niet genoeg zijn. De eerste die zijn oude nummers op het web plaatste was De Groene Amsterdammer. Dat voorbeeld werd al snel gevolgd door andere instanties, zoals de Koninklijke Bibliotheek. De leukste site op dit gebied vind ik echter die van Anno, de virtuele leeszaal van de Österreichische Nationalbibliothek. Daar kan een hele serie Duitstalige kranten online bekeken worden. Beslist een bezoekje waard.

02 mei 2007

Uitstapje naar Berlijn (3)

Zo'n tripje naar het buitenland kan onverwachte gevolgen hebben. Het was de bedoeling dat ik nadere gegevens zou opzoeken van voorvaderen die uit Oost-Pruisen afkomstig waren. Maar omdat ik toch in Berlijn was, heb ik ook van de Berlijnse tak wat info proberen te vergaren. Dat lukte daar niet zo goed, maar thuis des te beter.

Wat was het geval: ik had via een Yahoo!-groep het mail-adres van Monika een medespeurder ontdekt, die bij nader inzien in Berlijn bleek te wonen. Het onderwerp van de mailtjes veranderde heel langzaam van Ost-Preussen in Berlin en toen kreeg ik van Monika een echt gouden tip, te weten de website van de bibliotheek in Berlijn, die een groot aantal adresboeken van die stad in gescande vorm aanbiedt.

De boeken beginnen in 1799 en lopen door tot het oorlogsjaar 1943. Wie voorouders uit Berlijn heeft, moet beslist eens op die site gaan kijken.

25 april 2007

Uitstapje naar Berlijn (2)

Zoals beloofd hier het vervolg van mijn Duitse avontuur. Waar je in Nederland af en toe nog moet vragen of je een digitale camera mee naar binnen mag nemen, is het in Berlijn heel eenvoudig. Het antwoord luidt al bij voorbaat "Nein". Eten, drinken, camera's en telefoons mogen niet mee naar binnen, maar worden opgeborgen in de kluisjes. Toevallig hebben die kluisjes in Berlijn precies dezelfde vorm als de kluisjes in het archief in Heusden, maar dit ter zijde.

Toen alles eenmaal was opgeborgen, kon er gezocht gaan worden. Het Evangelisches Zentral Archiv in Berlijn (kortweg EZAB) heeft microfiches van onder anderen de Mormonen over de regio Oost-Pruisen. Zoals dat met microfiches gaat, is de kwaliteit wisselend. Soms moet je echt zitten turen om nog iets te kunnen onderscheiden.

Bij het doopboek van Fischhausen zat ik wel even heel vreemd te kijken. Een mooi boek, daar niet van, maar er stond geen enkele datum in. Alleen een jaartal aan de top van de pagina. Een doopboek zonder data? Het leek me stug en na het doorploegen van een aantal bladzijden begon ik toch een patroon te zien. Wat bleek? Er werd geteld volgens de aloude Christelijke naamgeving van de zondagen in het jaar. Bijvoorbeeld Dom. III p Epi, wat staat voor Dominica III post Epiphania. In gewone taal betekent dat de derde zondag na Epiphanie (Driekoningen). Zo heeft elke zondag in het jaar een eigen benaming. Allemaal leuk en aardig, maar hoe weet je nou welke zondag er wordt bedoeld? Driekoningen valt altijd op dezelfde dag (6 januari), maar er zijn ook wisselende dagen, denk alleen maar aan Pasen. Paaszondag valt elk jaar op een andere datum. Gelukkig is er internet en via de Yahoo!-discussiegroep over Ost-Preussen kreeg ik de URL van een site waar allerlei kalenderberekeningen kunnen worden uitgevoerd. Een perfect stukje gereedschap, vind ik.

24 april 2007

Een gegevensberg mèt index

Vorig jaar heb ik mij de DVD van de NGV aangeschaft, met daarop de 60 jaargangen van het blad Gens Nostra. Het zoekplezier werd een beetje vergald, doordat op de disk geen index-file was opgenomen. Daarom moest voor elke zoekactie de hele serie PDF's worden doorgelopen, een klusje dat al snel een half uurtje in beslag kon nemen. En dan wist je nog niet eens of er inderdaad iets bruikbaars was gevonden. Was dat wel het geval en wilde je het na een paar dagen nog een keertje opzoeken (uiteraard vergeet je op zo'n moment om op te schrijven waar de interessante passage precies stond) dan moest de hele zoekmolen weer gaan draaien.

Niet echt lekker werken dus. Edoch... het loont om af en toe eens op internet te snuffelen, want zo vond ik op het weblog van Gijs Hesselink een link naar een index voor de DVD van de NVG. Een bult van een bestand (98,6 megabyte en dan nog in gezipte vorm ook), maar het werkt wel. Het doorzoeken van alle 60 jaargangen kost nu niet meer dan een minuutje.

23 april 2007

Uitstapje naar Berlijn (1)

We mogen echt heel blij zijn met de archieven in Nederland, die gratis toegankelijk zijn en waar je niet van te voren een plaatsje hoeft te bespreken. Ik praat uit ervaring, aangezien ik net terug ben uit Berlijn. Het stedentripje werd gecombineerd met een bezoek aan het Evangelisches Zentral Archiv Berlin, kortweg EZAB. Dat archief ligt middenin het vroegere Oost-Berlijn en je moet van te voren een plekje aan een leesapparaat reserveren. Op de website van het archief wordt aangeraden om ruim van te voren een aanvraag te doen. Twee of drie maanden is helemaal geen gekke termijn. Ik heb mijn aanvraag voor vorige week (19 april) al ingediend op 29 januari! Bij binnenkomst moet je een uitgebreid formulier ondertekenen evenals een verklaring dat het opzoekwerk louter en alleen voor eigen gebruik is. Daarna moet nog een bedrag van 7 euro entree worden betaald en dan ligt de schatkamer voor je open. DTB-boeken op microfiche van Berlijn/Brandenburg alsmede Oost-Pruisen. Hoe het mij daar verging, daar vertel ik over in een volgend bericht.