03 oktober 2012

Jaartallen, jaartallen en nog eens jaartallen

Ik hoor het mijn vader nòg zeggen: "De kinderen leren tegenwoordig haast niets meer op die school." Senior had het over de geschiedenislessen en het gebrek aan jaartallen dat wij tot ons moesten nemen. Overbekende jaartallen zoals

1600 - Slag bij Nieuwpoort en
1609-1621 - Twaalfjarig Bestand


wilden er nog wel in. Maar de diverse successieoorlogen of de termijnen van de Graven van Holland, die heb ik niet fanatiek meer geleerd.
De kans is groot, dat mensen die aan het eind van de 19e eeuw leefden net zo gedacht zullen hebben over het 'makkelijke geschiedenisonderwijs' dat mijn vader in de eerste helft van de 20ste eeuw heeft gehad. Slechts een beperkt aantal jaartallen om te leren en weinig aandacht voor bijvoorbeeld de vaderlandse handel. Hoe anders was dat in 1870!

Toevalsvondst
Hoe kom ik hier nu eigenlijk op? Via een archiefonderzoek naar de Sont Tolregisters kom ik uit op een Tractaet uit 1701 en een daaraan voorafgaand Verdrag van Christianopel uit 1645. Christianopel, waar ligt/lag dat en hoezo 1645? Ik wist het niet en moest het opzoeken (wat dan ook weer leuk is) maar een leerling van de lagere school (!) in 1870 had dat jaartal zo kunnen opdreunen.
Ik kom aan deze wijsheid na het bekijken van de site van het Schoolmuseum, die online is gezet door de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daar staat een handboekje voor de hoogste klasse der Lagere Scholen. Hier het fragment waar ik het over heb:


In het verdrag van Christianopel (een plaats in Zuid-Zweden, aan de Baltische kust) stond vermeld hoeveel tol schippers moesten betalen bij passage van de Sont. Goederen hadden een bepaalde waarde en op basis daarvan werd een tolbedrag berekend. De Staten Generaal der Verenigde Nederlanden sloten dat verdrag om af te zijn van de mogelijke willekeur van de tolbeambten.


Het verdrag diende vele jaren na 1645 tot tevredenheid van beide partijen (de Denen en de Nederlanders) tot volle tevredenheid.

Aanpassen aan veranderingen
Maar... er is natuurlijk een maar, de beschrijving uit 1645 begon toch wat te kort te schieten. Er kwamen nieuwe goederen bij, die niet in het verdrag uit 1645 stonden. De vraag rees, hoeveel tol daarvoor geheven moest worden. De tolbeambten losten dat vaak creatief op, maar dat leidde toch toch onduidelijkheid. Er moesten nieuwe afspraken worden gemaakt en dat gebeurde op 15 juni 1701 in Kopenhagen.
Er werd een nieuw verdrag opgesteld, met daarin besloten de overeenkomst van 1645. Het geheel werd daarna keurig gedrukt, zodat iedere kapitein er een exemplaar van kon krijgen en hij dus precies wist waar hij aan toe was.


Dit verdrag heeft het 120 jaar volgehouden, pas in 1821 werd een nieuwe tollijst samengesteld door de heren Thaarup en Martensen.

Vindingrijk
Mocht er intussen een probleem ontstaan met een nieuw soort scheepslading, denk aan specerijen, dan mochten de kapitein en de tolbeambte zelf een prijs afspreken. Die diende dan als basis voor de tolgaarder. Een schipper die meende slim te zijn door een veel te lage waarde op te geven, moest trouwens wel oppassen. Een van de bepalingen in de lopende verdragen luidde namelijk, dat de Deense Kroon het recht had om de lading voor het opgegeven bedrag van de schipper te kopen...

15 september 2012

Verdwenen straatnamen in Amsterdam

Het gaat nu niet om de straatnamen die echt zijn verdwenen, zoals de Katersteeg waar ik het al eens over heb gehad, maar om de straatnamen die de bezetter niet welgevallig waren. Die namen moesten het veld ruimen. Zo werd het Jonas Daniël Meijerplein omgedoopt in Houtmarkt, om een voorbeeld te noemen. Ik wist wel dat er meer namen waren veranderd, maar niet precies om welke straten het nu precies ging. Ik ben daar in gedoken na het zien van de woningkaart van mijn opa, die aan de Sarphatistraat heeft gewoond:


Het gaat om de met potlood aangebracht aantekening in het bovenvak van de kaart. Hier een detailopname zodat het wat beter te zien is.


De naam is dus in de oorlog gewijzigd (in Muiderschans) en toen de oorlog voorbij was, werd zo snel mogelijk de oude naam weer teruggezet. Hersteld in mei 1945, dus.
Maar waarom moest de naam Sarphatistraat eigenlijk het veld ruimen?
Daarop geeft Wikipedia het antwoord: "Samuel Sarphati (Amsterdam, 31 januari 1813 – 23 juni 1866) was een Joods arts, chemicus, weldoener en broodfabrikant. Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het onderwijs, de volksgezondheid, de stedenbouw en de nijverheid van Amsterdam in het midden van de 19e eeuw."

Ook andere straatnamen moesten er aan geloven. Joodse naamgevers werden geweerd en ook straten en pleinen die naar leden van het Koninklijk Huis waren genoemd kregen een andere naam. Dat is te lezen in het volgende krantenbericht, gehaald van de website van de Koninklijke Bibliotheek:


Op de site van het Verzetsmuseum lezen we tenslotte nog het volgende: "Wat opvalt aan dit alles is dat er geen straten naar nationaal-socialisten werden genoemd, er kwam dus geen Mussertplein of Van Geelkerkenlaan. Alle naamsveranderingen werden per raadsbesluit van 18 mei 1945 teruggedraaid. Na 1945 zijn er veel Amsterdamse straten naar verzetsmensen genoemd, onder meer in het nieuwe Osdorp."

14 september 2012

Dagje archief met hindernissen

Vandaag weer eens ouderwets naar het archief gegaan. Thuis natuurlijk zoveel mogelijk voorbereid zodat ik het maximale rendement uit mijn tijd kon halen. Dat wil zeggen: vast opzoeken welke stukken ik ga aanvragen, welke vervolgkeuzes eventueel gemaakt moeten worden en welke scans even op de PC in de studiezaal moeten worden bekeken.
In de trein een beetje doezelen en af en toe een blik werpen op het krantje. Op de puzzelpagina viel mijn oog even op:


Oh, nou dat zal dan wel. Die tekst gaat over werk en vandaag ben ik vrij. Toch? De meningen daarover lopen uiteen. Zeker toen ik merkte dat het geheugenkaartje in mijn camera raar ging doen. Een nogal boze mededeling op het display van de camera maakte duidelijk dat de beelden niet naar de geheugenkaart geschreven konden worden. Mogelijk door een defect aan die kaart. Nou, daar zit je dan. Er zat niets anders op dan in de stromende regen proberen een fotowinkel te vinden.
Uiteindelijk is dat gelukt en kon ik als een soort verzopen kat het archief weer binnengaan. Een nieuw geheugenkaartje rijker en een hoeveelheid euro's armer. En met de vaste overtuiging om volgende keer gewoon een reservekaartje mee te nemen! Ach, al doende leert men.

07 september 2012

Het nut van deskundige hulp

Bij het speuren voor een artikel dat ik aan het schrijven ben, kwam ik een charter uit het jaar 1514 op het spoor. Veelbelovend, dus gauw aanvragen en wachten wat er op mijn tafel kwam te liggen.
Ik kreeg niet het originele charter, maar een foto ervan. Zag er best mooi uit, maar het was niet groot genoeg om de oude teksten goed te kunnen lezen:


Tja, daar zit je dan. Toch maar even het probleem voorgelegd bij de infobalie van de studiezaal, met de vraag of er misschien een grotere foto van het document beschikbaar was. Of eventueel een scan die gedownload kon worden? Dan zijn de teksten groter en kost het maken van een transcriptie veel minder tijd.
Na even piekeren kwam de dienstdoende studiezaalmedewerker met een gouden tip. Het Charter valt namelijk onder het archief van de Erfgooiers en van die groep zijn heel veel akten al getranscribeerd. Zo ook deze, zo bleek na een aantal razendsnelle bewegingen op het toetsenbord en met de muis. Allemaal te vinden in een boek over Middeleeuws recht van dr. D. Th. Enklaar. En dat boek, dat stond gewoon in de kast op studiezaal. Gauw de transcriptie op de foto zetten en ik was klaar in een fractie van de tijd die een eigen transcriptie zou hebben gekost.


Moraal van het verhaal? Durf te vragen, zodat je geen kennis die in de buurt aanwezig is over het hoofd ziet!

02 september 2012

De transcriptie


Het gaat hier om de tweede betekenis van het woord, het overschrijven van een bestaande tekst in een meer leesbare vorm. Een oude akte ziet er misschien heel mooi uit, door het oude handschrift is de inhoud niet goed te lezen. En dat is jammer. Er is niet "het beste" recept voor het maken van een transcriptie. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om helemaal handmatig te werk te gaan. Fotokopie aan de ene kant, schrijfblok voor je neus en pennen maar.
Resultaat: een handgeschreven tekst.
Of je maakt niet eens een fotokopie, maar werkt in het archief rechtstreeks vanaf het scherm van de fichelezer. Voordeel: het kost je helemaal niets, grote nadeel: je bent heel veel tijd kwijt die misschien beter voor verder onderzoek kan worden gebruikt.

Thuis werken gaat nog altijd het beste, geen afleiding en alle tijd om een mooie transcriptie te maken. Dat kan op basis van een foto die zelf gemaakt is, of een plaatje dat van internet is gehaald. De meest simpele opzet staat op de volgende foto:


De foto is ingeladen in Paint (wordt standaard meegeleverd met Windows) en de tekst wordt getypt in Kladblok (ook standaard aanwezig op de pc). Dit werkt wel, maar de hele opzet is niet zo flexibel. Opschalen dan maar, door in plaats van Paint een meer geavanceerd tekenpakket (Paint Shop Pro) te gebruiken. Je hebt dan meer controle over het uiterlijk van de tekst.


Ook nu wordt weer een klein venstertje van Kladblok onderin beeld gezet, voor het intypen van teksten. Nadeel: Kladblok vormt nu de bottle-neck van het proces. De teksten kunnen niet makkelijk worden aangepast, met lettergroottes, onderstrepen of een andere kleur. Wie dat wil, zal gebruik moetyen maken van een betere tekstverwerker, en dan krijg je de combinatie PSP en Word.


Om dit goed te laten functioneren, moeten de twee vensters goed op elkaar worden afgestemd. Het is geen goed idee om het tekenpakket het hele scherm te laten beslaan en Word daar bovenop te zetten. Het lijkt wel makkelijk, maar zodra je iets aan de scan wilt veranderen, krijgt PSP het hele scherm en is Word weggedrukt. Na het aanpassen van de weergave van de scan moet Word dus weer worden opgezocht in de Taakbalk. Toegegevn, het kan allemaal best, maar het is lastig.
Een alternatief is het gebruik van een speciaal programma, zoals Transcript. Daarmee kunnen foto's of zelfs een lange PDF met beeldmateriaal worden ingelezen. De bovenste helft is voor de afbeelding, de onderfste helft van het scherm is voor de tekst. Met een simpele muisbeweging kan de verdeling tussen beeld en tekst worden aangepast. Gewoon de middenbalk verslepen en klaar.


Dit zijn zo'n beetje de mogelijkheden voor eigen gebruik. Een niet genoemde mogelijkheid is het gebruik van een spreadsheet in plaats van een tekstverwerker. Dat kan voor eigen gebruik maar ook als je meedoet aan een crowdsourcing-project. De organisatie verstrekt zo'n rekenblad, dat al gedeeltelijk is ingevuld. Voorbeelden zijn het project over de volkstelling van 1744 in Friesland (via archief Tresoar).


Van Tresoar kregen we een nogal 'breed' spreadsheet, wat wil zeggen dat er veel kolommen waren voorgedefinieerd. Dat is gedaan om met alles rekening te houden, zoals voornaam en patroniem maar ook voornaam en familienaam. Ook waren er drie kolommen voor het aangeslagen bedrag (guldens - stuivers - penningen) en aparte kolommen om aan te geven of iemand insolvent of gealimenteerd was. Het spreadsheet wordt gebruikt in combinatie met de scans van de website van Tresoar.
Een ander 'voorgekookt' spreadsheet krijg je bij deelname aan het project Militaire Stamboeken van Genver.


De beelden zijn in dit geval afkomstig van de website Familysearch, en die moeten afbeelding voor afbeelding worden geladen. Ook hier is het weer zaak, om de afmetingen van de twee deelvensters (browser en spreadsheet) goed op elkaar af te stemmen.
Er zijn ook projecten waarbij zowel de beelden als de invulschermen worden aangeboden. Een mooi voorbeeld is het project Amsterdamse Bevolkingsregisters van VeleHanden. Deelnemers loggen in op een website en krijgen dan het volgende voor hun neus:


Het gaat om bladen met soms wel 40 namen van bewoners. Die namen moeten ingevoerd worden in een spreadsheet-achtig formulier. De website biedt wel de mogelijkheid om per ingevulde regel de scan een stukje op te schuiven, maar de praktijk leert, dat je dat beter met de hand kunt doen. Net zoals bij de andere methoden die ik hier heb beschreven, trouwens.
Welke methode je ook kiest, het is wel verstandig om regelmatig het resultaat op te slaan. Alleen bij VelHanden hoeft dat niet.

Persoonlijke ervaringen
Hoe denk ik er zelf over? De handmatige aanpak (puur schrijven) was mijn eerste poging. Ik weet nog wel dat ik twee uur bezig ben geweest om een testament vanaf de fichelezer over te schrijven. Niet echt handig.
Daarna heb ik geëxperimenteerd met combinaties van tekenprogramma's en tekstverwerkers tot ik Transcript ontdekte. Ideel voor thuisgebruik maar ook handig om op USB-stick mee te nemen naar een andere lokatie.
Pas sinds de komst van de diverse crowdsourcingprojecten ben ik deels afgestapt van Transcript. Het werken met een spreadsheet is wel handig, alleen moet je erg bedacht zijn op de onhebbelijke neiging van Excel om je invoer aan te vullen. Heb je een aantal keer de naam "Frederik" ingevuld, dat wil Excel dat er ook van maken als de naam "Fredrik" langskomt.
Ook is het lastig, dat niet elke partij dezelfde volgorde aanhoudt. Bijvoorbeeld:
voornaam - tussenvoegsel - familienaam en
voornaam - familienaam - tussenvoegsel
De eerste heb je bij VeleHanden, de tweede bij Genver. Je kunt dan de mist in gaan als je niet oplet.

23 augustus 2012

Merkwaardige huisnummers - 3 -

Weer een posting over huisnummers, nu geconcentreerd op de bovenverdieping(en). Het blijkt dat verschillende steden ook daarvoor verschillende systemen hebben.
Amsterdam doet het zo, de woning op de begane grond krijgt als toevoeging “huis”, vaak afgekort tot “hs”, de verdiepingen daarboven worden met Romeinse cijfers aangeduid, bijvoorbeeld 16-I voor de eerste verdieping van nummer 16. Huizen die aan het eind van de 19e eeuw werden gebouwd, hebben een voor- en een achterdeel, je kun dus wonen op Kinkerstraat 37-III achter.
De toevoeging op de huisnummers was er eigenlijk alleen voor de postbode, want aan de buitenkant van de huizen stond doorgaans maar één nummer.

In Utrecht wordt het bovenhuis aangegeven met de toevoeging “bis”, een systeem dat voor zover ik weet in geen enkele andere Nederlandse gemeente wordt toegepast. Is er een tweede bovenhuis, dan krijgt dat de toevoeging bis A. Op Flickr vond ik bijgaand juweeltje:

Het systeem met huisnummers met bis is ook te vinden in Parijs en daar hebben ze weer een geheel eigen oplossing bedacht voor de verdere bovenwoningen. De eerste bovenwoning (de tweede woning met dat adres) krijgt net als in Utrecht de toevoeging bis. De tweede bovenwoning (de derde woning) krijgt de toevoeging “ter” en de derde bovenwoning de toevoeging “quater”. Deze termen zijn afgeleid van Latijnse rangtelwoorden. Zo’n bordje voor de derde verdieping (de vierde woning op dat nummer) ziet er dan bijvoorbeeld zo uit:

Haarlem beschikt ook over een vrij uniek systeem, waar de huisnummers in kleur werden uitgevoerd. De benedenverdieping was zwart, het bovenhuis was rood. Mijn overgrootvader Dirk Keijzer woonde bijvoorbeeld op de Kleine Houtstraat 31 rood, op het bovenhuis dus.

18 augustus 2012

Merkwaardige huisnummers - 2 -

In het vooroorlogse Berlijn werd een bijzonder systeem gehanteerd voor het nummeren van huizen, de zogeheten Hufeisen-nummerierung. In het Nederlands de hoefijzernummers. Het systeem kwam er op neer, dat het eerste huis aan de rechterkant van de straat het nummer 1 kreeg. Vervolgens werd aan die rechterkant doorgeteld met 2, 3 enzovoort.
Dat leidt dus tot grappige constructies waarbij nummer 1 tegenover nummer 26 ligt en nummer 13 het huis met nummer 14 aan de overkant heeft. Dit wordt mooi weergegeven in de oude adresboeken van Berlijn:


In dit geval gaat het om de Türkenstrasze, die loopt tussen de Müllerstrasze en de Edinburgerstrasze. Deze straten liggen in de wijk Wedding waar in die tijd de straten werden genoemd naar plaatsen en landen in Europa. De straat bestaat nog steeds en zo laat Google Maps het zien:


Wie zelf ook wel eens wil grasduinen in de adresboeken van Berlijn kan terecht op de speciale website van de Zentral- und Landesbibliothek van Berlijn. Daar hebben ze een hele collectie gedigitaliseerd.

14 augustus 2012

Merkwaardige huisnummers

De huisnummering van Keulen (uit 1796) en Maastricht (uit 1806) was doorlopend, wat wil zeggen dat elk huis een eigen uniek nummer had gekregen. Handig op het moment van uitgifte, maar erg ingewikkeld als er panden gesloopt of bijgebouwd werden. De nummeringen in beide steden is inmiddels vervangen door de 'gebruikelijke' variant bestaande uit straatnaam gevolgd door nummer. In een stad kun je dus diverse keren hetzelfde nummer aantreffen, maar het verschil tussen 'Markt 33' en 'Bunderweg 33' is overduidelijk.

Toch bestaan er nog nummeringssystemen die veel ouder zijn dan de bovengenoemnde twee. Het merkwaardigste wordt gebruikt in Mannheim, waar de binnenstad is verdeeld in vierkanten, in het Duits Quadrate geheten. Elk Quadrat heeft een aanduiding met een letter en een cijfer. De kenner kan uit die combinatie meteen de juiste positie aflezen, net zoals een vak op een schaakbord.
Midden door Mannheim loopt een brede straat (die dan ook zeer toepasselijk Breite Strasze heet) en dat is de oorsprong van de nummering. D4 wil zeggen: vierde rij Quadrate van onder af en vierde Quadrat van de Breite Strasze af. De plattegrond van de stad maakt duidelijk hoe het zit:


Maar dan nu de nummering. De huizen worden opeenvolgend genummerd (1, 2, 3 etc) om het vierkante huizenblok heen. Om het helemaal mooi te maken loopt de nummering aan de ene kant van de stad tegen de klok in en aan de andere kant juist met de klok mee.
Dit systeem is meer dan 400 jaar oud en het werd ooit beschouwd als het summum van logica. Met enig nadenken kan ik me best in die stelling vinden, maar als je als toerist in de binnenstad rondloopt dan verdwaal je gegarandeerd.

10 augustus 2012

De Engelse ziekte

Nee, het gaat niet over rachitis maar over de onhebbelijke gewoonte om woorden die aan elkaar horen los te schrijven. Waardoor soms stuitende constructies ontstaan. Ik zag er weer eentje langskomen en nog wel op de website van het CBG. Lees even mee:

Nieuwe dagcursus van Eric Hennekam op 3 december
9-08-2012

Veel genealogen en andere archiefonderzoekers (historici, auteurs)
gebruiken standaard bronnen op internet om informatie over hun familie
en over archieven te zoeken. Maar er is veel meer te vinden door een
andere zoekmethode te gebruiken. In een speciaal ontwikkelde ééndaagse
cursus...

tot zover het citaat van de site.

Wat staat daar nu eigenlijk? Dat onderzoekers standaard (dat wil zeggen steeds) gebruik maken van bronnen. Iets dat aantoonbaar niet waar is, er zijn genoeg klakkeloos kopiërende mensjes.

Wat wordt bedoeld? Dat er wordt gezocht in de standaardbronnen en dat de cursus leert om buiten de gewone paden te lopen.

Afijn, het deed me weer even denken aan het epistel van vriend H. Baut, die een lab beschreef met een buitenlandse prof. Voor een experiment had hij een kooi van Faraday nodig, maar het aanwezige exemplaar was niet zwaar genoeg. Zijn opmerking over "een lichte kooi" tegen de directrice van het lab leidde tot tumult...

05 augustus 2012

Zéér hoge huisnummers

Bij mijn naspeuringen ben ik al de nodige hoge huisnummers tegengekomen, zo hebben mijn opa en oma gewoond op de Rijswijkscheweg nummer 506 in Den Haag. Maar wil je ook, die straat is bijna anderhalve kilometer lang.
Maar huisnummer 1196 in een straatje van krap 80 meter lengte, daar moet toch iets anders aan de hand zijn. En dat klopt, want het gaat niet om aparte huisnummers zoals wij die kennen, maar om huisnummers van een hele stad, Maastricht in mijn geval.


De overledene, hoefsmid Nicolaas Marquet, woonde in de Uitbelderstraat No 1196 zo lees ik in de overlijdensakte. Het blijkt dat Maastricht in 1806 een huisnummering kreeg, de zogeheten Franse nummering, waarbij elk huis een eigen nummer kreeg. De straatnaam werd er voor genoemd om aan te geven waar dat nummer zich bevond.
Dat systeem komt meer voor, we hoeven alleen maar naar het mooie verhaal van de makers van Eau de Cologne (Kölnisch Wasser) te luisteren. Wel even de romantiek wegdenken van de Franse officier die bij nacht en ontij te paard door de stad reed om nummers op muren te schilderen. De huizen in Keulen kregen wel allemaal een eigen nummer en dat van de parfummaker stond in de Kloksteeg ofwel de Glockengasse.


Goed, we zitten op het juiste spoor. Maar hoe kom ik er nou achter om welk huis het precies ging? Een optie is om af te reizen naar Maastricht (3 uur met de trein heen en 3 uur terug) om daar in het archief de concordantietabel te raadplegen. Beetje veel tijd voor een enkele opzoeking, maar misschien staat die omrekentabel wel op internet?
Nou nee dus, dat stond hij niet. Maar even verder speuren op Watwaswaar.nl biedt een alternatief. In een kolom op de OAT (de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) staan getallen vermeld, soms in een vreemde volgorde. Zet je die nummers op de kaart, dan komt er weer orde in de chaos. Het kan niet anders of we hebben te maken met "een" huisnummering voor de hele stad. Nu eventueel nog bewijzen dat het hier om de bewuste Franse nummering uit 1806 gaat, hoewel dat niet per se hoeft.


Maar in de tussentijd heb ik wel wat ik weten wilde, namelijk de lokatie van huis nummer 1196. Op de kaart aan de linkerkant van de straat, het middelste van de 5 panden. En dan lukt het weer om te zien welk pand het is, zonder 3 + 3 uur in de trein te zitten. Leve Google Streetview, dat goed laat zien om welk pand het gaat.


Uiteraard is dit (vooraan rechts op de foto) niet het huis dat er in 1828 stond, daar is de bouw te modern voor. Ik kan me wel voorstellen dat ook dat oude huis een grote poort heeft gehad, zodat de paarden die beslagen moesten worden de smidse ingeleid konden worden.

22 juli 2012

Raadsel van de oude foto is ontrafeld

Ik heb al eens eerder geschreven over een foto van mijn grootouders met hun vier kinderen. Toen ging het vooral om de afgebeelde personen. Maar de reden waarom die foto was gemaakt, waar en door wie bleven duister.
Aan de leeftijden te zien was het wel waarschijnlijk dat de foto was genomen toen opa en oma in of bij Maastricht woonden (ze hebben daar op een aantal adressen gewoond). Uiteindelijk kwam de oplossing uit de nalatenschap van mijn tante Annie. Zij bezat een foto met daarop hetzelfde gezelschap, maar in een andere pose. Het enigszins verfomfaaide kiekje heb ik even op de foto gezet, samen met het ingelijste familieportret:


Er zijn dus minstens twee foto's gemaakt tijdens dezelfde gelegenheid. Nu draaien we onze hand daar niet meer voor om, voor hetzelfde geld maken we 30 foto's of meer. Maar in die tijd was fotograferen een dure aangelegenheid.
Als extra bonus stond op de achterkant van het kleine fotootje een aantekening, en wel:


Kijk, nu gaan er allemaal bellen rinkelen, zeker als je weet dat opa en oma getrouwd zijn op 30 november 1907. Ze waren dus 30 jaar getrouwd en het was feest! Mijn nicht Anneke sprak het verlossende woord over het handschrift achterop de foto, zij herkende het als het schrift van haar vader, mijn oom Lambert. Lambert was getrouwd met tante Annie en hij was dus de fotograaf, die bijna 75 jaar onbekend was gebleven.
Ik heb nog gezocht naar extra gegevens over het feest, maar kwam niet zo ver. In plaats daarvan dan maar even een kalender van die maand gemaakt, een beetje in de stijl van toen.


Het was die dag niet zo warm, zo blijkt op de website van het KNMI, waar je de temperatuur van vroeger te weten kan komen. De normale temperatuur voor 30 november was 7,9 graden, maar de temperatuur in De Bilt kwam niet hoger dan 5,4 graden. De zon hebben ze de hele dag niet gezien.
En toen nog even een blik geworpen op de kranten van die datum. Het gesprek van de dag was het ongeluk van Prins Bernhard, die zijn sportwagen aan gort had gereden in de buurt van Amsterdam.


Met een mooi staaltje van het gezegde "van de prins geen kwaad weten", want in de allereerste berichten heette het, dat de auto met een zeer hoge snelheid was komen aanrijden. Toen bleek wie de inzittende was, de prins met zijn aide-de-camp, werd dat al snel gebagatelliseerd. In de trant van: "de auto heeft circa 90 K.M. per uur gereden, hetgeen op zo'n autoweg min of meer gebruikelijk is. Andere chauffeurs reden geregeld nog harder".

15 juli 2012

De commercie klopt aan de deur...

En aan de deur wordt niet gekocht, is mijn motto. De mensen die met dollartekens of eurotekens (of welke andere valuta dan ook) menen dat ze de genealoog wel even wat geld uit de zak kunnen kloppen, vergeten één ding. Namelijk dat het niet gaat om het snel vinden van mega-kwartierstaten, maar om de lol van het zoeken en speuren.
Christian van der Ven, van het Brabants Historisch Informatie Centrum in Den Bosch, wijst daar doorlopend op op zijn blog. In de titelbalk staat namelijk:


Zie daar, het gaat niet alleen om de knikkers maar zeer zeker om het spel. Anders gezegd: genealogen vormen een grote breiclub, een verzameling mensen die het leuk vindt om de techniek van de pennen onder de knie te krijgen. Soms proberen ze eens iets gewaagds en als het misgaat dan halen ze het breiwerkje gewoon weer uit. Even uithuilen en weer opnieuw beginnen.
Maar dan komt daar natuurlijk de vertegenwoordiger op de stoep te staan, met:


Niet meer moeizaam zoeken naar het perfecte breipatroontje, maar gewoon één druk op de knop geven en je jaagt er de ene bol wol na de andere doorheen. Meters gebreide lappen vliegen door de kamer. Geweldige productie (kost bijna niks, mevrouw) en daar mag u best trots op zijn!!!! O ja, vooral veel uitroeptekens, de boodschap zou anders wel eens niet over kunnen komen.

Ik denk dat ik maar eens een nieuwe sticker op de deur ga plakken, met grotere letters want de meeste van die colporteurs blijken behoorlijk kippig te zijn.

26 juni 2012

De volkstelling van Friesland 1744

In 1744 werd een heuse volkstelling gehouden in alle grietenijen van Friesland. Vijf jaar later werd de stand van de bevolking en zijn rijkdom nog een keer opgenomen, en genoteerd in de zogeheten Quotisatiekohieren.
Die laatste staan al geruime tijd op de website van Tresoar als een doorzoekbaar bestand. De volkstelling van 1744 was alleen in te zien op microfiche op de studiezaal. Zoals dat met microfiches gaat: de kwaliteit is niet altijd even mooi. Maar nu is daar verandering in gekomen, door het plaatsen van een serie prachtige foto's van de originele bladen.
Bijvoorbeeld deze, van Rinsumagesst:



overigens opgeschreven als Rinsmageest. Deze foto's zijn erg duidelijk en het moet niet al te moeilijk zijn om er een transcriptie van de maken. Wie daar meer over wil weten kan hier terecht. Een deel van de provincie is al in een bestand gezet, zoals te zien is op het volgende plaatje:



Het is uiteraard de bedoeling dat de hele provinciekaart groen wordt, met helaas uitgezonderd de eilanden. Vlieland, Terschelling en Ameland hoorden tot de provincie Noord-Holland en voor zover bekend zijn er van Schiermonnikoog geen bladen bewaard gebleven.

Update: Hoe snel het kan gaan: het kaartje dat hierboven staat is na een paar dagen al geheel ingehaald door de werkelijkheid. Het heeft niet zoveel zin om de actuele stand hier steeds weer te geven. In plaats daarvan verwijs ik naart het forum van Tresoar. Iets naar beneden scrollen om de actuele kaart te zien.

23 juni 2012

Paniquerende percentagiën

Ik begin me een beetje zorgen te maken over het wiskundige inzicht in dit landje. Mensen staren zich blind op een detail en verliezen daardoor de grote lijnen uit het oog. Kijk naar het project VeleHanden, waar de voortgang van de projecten wordt weergegeven met percentages. Leuk toch, maar het ook misgaan.



Ik geef een simpel voorbeeld: de gele lijn geeft aan hoeveel akten er al zijn 'gedaan'. Bij het linkerglas komt dit neer op ongeveer de helft. Mooi, in grote letters

50%
neerzetten. Oogt lekker. Maar dan: iemand doet extra water in het glas (lees: voegt extra akten toe die 'gedaan' moeten worden). Schrik, het percentage daalt opeens en is nu nog maar
ongeveer 27%
Nou ja, ook dat maar weer groot op de site zetten dan. Je houdt het dus niet voor mogelijk, maar er zijn echt mensen die bij die plotselinge daling een rolberoerte lijken te krijgen. Om dat een beetje te dempen, plaats het archief Leiden een verzachtende boodschap:



Er hoeft dus niet meer geschrokken te worden van dalende percentages. Ik schrik echter van iets heel anders, namelijk de soort water die extra in het glas wordt gegoten. Lees ik dat goed? Ja hoor, akten van de Burgerlijke Stand. De vraag is nu: waar worden die gemaakte koppelingen voor gebruikt? Voor wiewaswie soms, zodat ze over een tijdje betaald gedownload kunnen worden? Daar krijg ik dan weer een onbestemd gevoel van.

18 juni 2012

Hoe lang was opa eigenlijk? -2-

Bijna twee jaar geleden, om precies te zijn op 28 juni 2010, vroeg ik me af hoe lang mijn opa was. Hij was niet in dienst geweest en dus was er geen signalement van hem bewaard gebleven. Opa Willem Keijzer staat hier rechts op de foto en die heb ik gebruikt om zijn lengte te berekenen, uitgaande van de 1,92.6 meter van mijn vader die achteraan in het midden op de foto staat.



Dat was de situatie, maar nieuwe informatie zorgt voor een andere insteek. Dat opa niet in militaire dienst was geweest, betekent niet dat er geen signalement van hem te vinden is. Daar kwam ik vorige week achter via de website over de militieregisters, die door veel vrijwilligers van informatie wordt voorzien. Tot mijn verbazing stond opa in de index op die site.
Gauw de scan downloaden natuurlijk, want doordat ik zelf meedoe met het invoeren van gegevens heb ik daarvoor punten verdiend. Het downloaden kost me dus geen geld en het resultaat was:



Kortom, opa was niet ongeveer 1,81 meter lang zoals ik had beredeneerd, maar een centimeter of 6 korter. In elk geval wil ik wel zeggen: Heel hartelijk bedankt, anonieme invoerder, voor het naar voren halen van mijn opa!

Update Nog even extra informatie ingewonnen door mijn nicht Anneke te bellen. Zij wist te vertellen dat haar moeder, mijn tante Annie die schuin voor opa de foto staat, circa 1,68 meter lang was. Dat komt redelijk overeen met het beeld op de foto, waarbij je natuurlijk altijd moet bedenken dat mensen een beetje ingezakt kunnen staan als ze op de foto gaan. Bij het meten van de lengte van opa was dat niet zo, bij de militaire keuring moest hij natuurlijk kaarsrecht onder de meetlat gaan staan.

Een extra complicerende factor bij deze foto is, dat de grond niet helemaal waterpas was. Ik vermoed dat de foto is gemaakt in een gangetje of steegje waar de aarde een beetje schuin omhoog loopt richting de muur.
Over deze foto is trouwens nog meer te vertellen, daar kom ik nog op terug, want via een onverwachte omweg kwam ik te weten wanneer hij gemaakt is en waarschijnlijk ook door wie.

09 juni 2012

Waar is de herberg?

In de 19e eeuw werd de herberg in het Friese Spannum gerund door Murk Harmens Abma (aangetrouwde familie) en later door Anne Annes Hettema (familie). Ik weet dat uit documenten van de Burgerlijke Stand, bijvoorbeeld:



Of:



Maar wat daar niet in staat, is het exacte adres van de herberg. Zoeken in oude kranten levert ook niet echt meer gegevens op. Daar zie je alleen dat de persoon in kwestie kastelein was in de herberg in Spannum.



Misschien ook wel logisch, want “iedereen” wist natuurlijk waar hij die herberg kon vinden. Net zoals iedereen wist waar de kerk van het dorp staat. Van beide gebouwtypes is er maar één, dus je hoeft er niet naar te zoeken. Voor de kerk gaat dat nog steeds op, die staat middenin het dorp en je ziet hem meteen. Een kerk heeft ook niet echt een adres nodig. Die bekendheid van de herberg was dus 100 jaar en meer geleden geen enkel probleem. Het wordt pas moeilijk als een nazaat (ik dus) wil weten waar het gebouw nu staat of, als het afgebroken is, heeft gestaan. Zoeken op internet naar “herberg” en “Spannum” levert niet veel op. Hooguit een link naar knipsels uit oude kranten. Maar die had ik dus al. Dan maar wat dichter bij het probleem gaan staan. De herberg is een aantal keren van eigenaar gewisseld en steeds werd daar een notariële akte voor opgemaakt. Met daarin, om elk misverstand te voorkomen, een duidelijke beschrijving van het onroerend goed.



En inderdaad, er staat zoals verwacht een complete beschrijving in, inclusief de kadastrale gegevens (Sectie C nr 617). En daar was het me om begonnen. Helaas bleek de kadastrale kaart van 1832 (gemaakt aan het begin van de registratie) het betreffende nummer niet te bevatten, de herberg was er toen nog niet. Archief Tresoar beschikt echter ook over kadastrale kaarten van een latere datum (1887) en daar staat de herberg wel op getekend. Dat ziet er dus zo uit:



Voor het gemak heb ik het water (de opvaart en de slootjes) even een blauwe kleur gegeven.

Van daar af was het niet zo moeilijk om te bepalen waar de herberg ooit heeft gestaan. En verrassing: hij staat er nog steeds, alleen niet meer met een winkel/herberg-functie. Fascinerend om te zien dat het gebouw nog bestaat. Er komt nog een fotoserie van het pand, maar daar is wat meer tijd voor nodig die ik nu even niet heb. Hieronder al wel een foto uit het Fries Fotoarchief, gemaakt in 1908, de herberg blijkt hier bij nader inzien toch niet op te staan, zoals ik eerst dacht.



22 februari 2012

In memoriam in het Stadsarchief


Het Stadsarchief Amsterdam huisvest tot 20 mei 2012 de tentoonstelling "in memoriam", met foto's van kinderen die tussen 1942 en 1945 zijn weggevoerd om nooit meer terug te komen. Joden, Sinti, Roma, alles wat de moffen niet welgevallig was moest wegwezen.

De belangstelling is groot. Van de week waren er zelfs meer dan 700 bezoekers op één dag. Mensen staan om 10 uur 's ochtends al in de rij om naar binnen te kunnen.

Indrukwekkend!

03 januari 2012

Wel een beetje opletten met scans

Bij archiefonderzoek is het natuurlijk prettig als je het origineel kunt raadplegen. Een dik boek op je tafel, ondersteund door een kussen of door een soort lessenaar van schuimplastic, dat werkt prettig.


Maar soms lukt dat niet, bijvoorbeeld omdat het originele boek in een paar honderd jaar zo fragiel is geworden dat je het eigenlijk niet goed meer kunt vasthouden. Als het meezit, heeft het archief dat oude boek gescand en kun je vanaf het beeldscherm alles bekijken. Met extra mogelijkheden zoals het aanpassen van helderheid en contrast, inzoomen op details en dergelijke.


En dan krijg je zoiets op je scherm. In dit geval moest ik de letter T hebben. Daar kun je natuurlijk komen door het hele boek bladzijde voor bladzijde op te roepen, maar dat duurt wel lang. Slimmer is, om een beetje te gokken waar je moet zijn. De T is de 20ste letter van het alfabet en de gewenste pagina's zitten dus op het 20/26ste deel van het boek. In mijn geval dus ongeveer op bladzijde 200.
Let wel, je komt nooit exact op de gewenste plek uit, want niet elke letter neemt evenveel bladzijden in beslag en de Q en de X komen ook niet echt voor. Maar het is een aanvaardbare techniek om ongeveer goed uit te komen. Ik kwam terecht op een folio met namen die met een R begonnen. Dus even iets verder bladeren en daar was de T.
Gauw alle namen langslopen, in de hoop mijn voorvader te vinden, maar nee hoor. Niks gevonden. Terwijl ik er toch vast van overtuigd was dat hij lidmaat was. Nou ja, jammer. Dit gebeurde ruim een jaar geleden. Toen ik weer eens in het archief was, ben ik toch nog maar een keer door het boek gegaan. En wat zag ik op folio 140? Een hoop namen die begonnen met een Z. En toen ging het belletje rinkelen.
Het boek bevat kennelijk twee keer het alfabet, aan het begin de reguliere inschrijvingen, achteraan de "overloop". Als een pagina vol is, ging de schijver achterin het boek verder. Op de "volle" pagina stond wel een verwijzing naar het achterste deel, maar daar stond niets om aan te geven dat het om een vervolg ging.
Conclusie: Ik had wel bij de T gezocht, maar in het overloopgedeelte. Bij een echt boek had ik dit veel eerder gemerkt en was ik snel naar het begin gegaan. Maar uiteindelijk kwam het toch nog goed en zag ik:


Thomas Meijberg uit Cremp. Dat laatste is de oude schrijfwijze van de stad Krempe in Sleeswijk-Holstein en dat is de richting die mijn zoektocht nu uit gaat.